Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Wat doen pa en ma op de open dag?

Wat doen pa en ma op de open dag?

Photographer:Fotograaf: Joey Roberts

Bachelor open dag

Pa en ma worden niet vergeten tijdens de open dag in Maastricht, afgelopen zaterdag. Er waren speciale informatiesessies en oudercafés. En een heuse oudervoorlichter gaf tips en tricks. Observant maakte een rondje en vroeg ouders naar hun bemoeizucht/ betrokkenheid/ verantwoordelijkheidsgevoel*.

“Werkgevers hebben last van bemoeizuchtige ouders”, grapte De Speld satirisch in de Volkskrant afgelopen vrijdag. Een paar uur voordat deze Observant-redacteur op de fiets stapt om op verschillende faculteiten ouders aan de tand te voelen, stuurt een collega het betreffende artikel door. Met een knipogende smiley. De Speld schrijft ironische stukken, fake news, hoewel we ons best kunnen voorstellen dat er vaders rondlopen die bij de baas van hun zoon op de stoep gaan staan na een slecht functioneringsgesprek. Het bemoeizuchtfenomeen is de universiteit in elk geval niet vreemd. Hoogleraar Jaap Bos van de School of Business and Economics deed tien maanden geleden in Observant een boekje open over het klaaggedrag van studenten én hun ouders na een tentamen. Er waren zelfs ouders die rechtstreeks met de decaan hadden gebeld.

Lekker thuis blijven

Dat ouders zich meer betrokken voelen bij de studie van hun kroost dan, zeg, dertig jaar geleden, is een feit. Naar een open dag nemen scholieren in elk geval één ouder mee, maar meestal laten ze zich vergezellen door het hele gezin.
In Maastricht zijn de stukken vlaai niet aan te slepen en de enorme opkomst in Randwijck brengt zelfs andere zorgen met zich mee: “Gezien de fantastische opkomst kan het zijn dat maar één ouder per geregistreerde student de informatiesessies bij kan wonen”, aldus de tekst op een poster.
Een kleine rondgang leert dat ouders zichzelf niet omschrijven als bemoeizuchtig. “Eerder betrokken.” Of zoals een vader over zijn zeventienjarige dochter zegt: “Ik moet haar toch hier in het zuiden achterlaten. Dan wil ik weten dat het goed zit.”

In de Universiteitssingel 50 eten een moeder en dochter een broodje na een sessie bij gezondheidswetenschappen. Dochter zit in 5 VWO en ziet door de bomen het bos niet meer. “Ze heeft een breed vakkenpakket met scheikunde, biologie, wiskunde, de talen en economie. Dat is fijn, maar maakt het ook lastig. Bovendien doet ze het VWO tweetalig, dus een Engelse studie kan ook.” De scholiere, lachend: “Ik vraag wel eens aan mijn ouders wat ze me later zien doen, maar dan komt er geen antwoord.” Ma gaat dus niet meebeslissen? “Nee, absoluut niet. Ze moet zelf kiezen, we willen haar niet beïnvloeden.” Of het Maastricht wordt, is nog maar de vraag. Algemene sociale wetenschappen in Utrecht beviel ook goed, daar waren ze vorige week op de open dag. “Maar qua stad ben ik liever hier.”
Oei, dat is dus een valkuil, zo leerde de Observant-redacteur twee uur eerder bij een presentatie van Hermien Miltenburg, relatiemarketeer en oudervoorlichter aan Wageningen University. “Probeer eerst een studie te kiezen en dan pas de stad. Lekker thuis blijven omdat je het zo goed hebt of omdat mam goed kan koken, is een verkeerde motivatie”, waarschuwt Miltenburg die een blog bijhoudt voor “de ouder als studiekeuzecoach”.
In de ochtend deelt ze in het studentenservicecentrum haar kennis met een handjevol aanwezigen. “Ik heb zelf drie kinderen en mede door mijn ervaring als lerares Nederlands en geschiedenis dacht ik dat ik hen wel op een goede manier kon helpen bij hun studiekeuze.” Niet dus. Bij de eerste was ze veel te veel betrokken, vertelt ze. Tijdens bezoekjes aan Hogeschool Saxion en de Universiteit Twente stak ze haar enthousiasme voor de universiteit niet onder stoelen of banken. Ze duwde haar zoon onbewust in een richting die hij eigenlijk niet op wilde.

“Ouders zijn vandaag de dag belangrijke adviseurs voor scholieren, zelfs voor masterstudenten van 21 of 22.” Later zegt Miltenburg desgevraagd over die interesse van paps en mams: “Ik merk dat die sterk wordt ingegeven door de aanstaande studenten zelf. Ouders zitten soms nog in de gedachtegang: ‘Ik laat mijn kind vrij’. Dat is natuurlijk een prima houding, maar de kinderen vragen zelf feedback aan de mensen die hen het beste kennen, en dat is vaak familie.” Ook realiseren scholieren zich steeds meer dat een verkeerde studiekeuze veel geld kan kosten. “En dan spelen natuurlijk de enorme hoeveelheid perspectieven waar studenten uit kunnen kiezen. Daar worden ze af en toe wanhopig van.”

Plan B     

“Ik kwam uit een klein dorpje en na de middelbare school was er maar één ding dat ik wilde: geneeskunde studeren in een grote stad”, vertelt Doris Lokin, masterstudent gezondheidswetenschappen aan de UM, die haar verhaal doet tijdens Miltenburgs presentatie. “Dat is precies wat ik vaker hoor”, reageert Miltenburg. “Dan kiezen ze voor Amsterdam, omdat ze eindelijk mogen, en dan bevalt de studie niet. Daar heeft de Universiteit van Amsterdam veel last van.” Geneeskunde is een populaire opleiding. “De helft van alle meisjes op 5 VWO wil arts worden.” Maar wie niet wordt ingeloot, moet een plan B hebben. Miltenburg: “Veel open dagen bezoeken is dus heel goed, stap ook eens buiten je comfortzone.”

Zoals een gezin uit Gouda dat zich in Maastricht informeert over geneeskunde. Vooralsnog is er vooral rondom Gouda gekeken, in Amsterdam en Utrecht. “Dat is met de trein nog te doen”, zegt de scholier. Limburg is wel redelijk bekend terrein omdat “ze van kinds af aan hier komt”. Als de keuze op Maastricht valt en ze wordt ingeloot, zal ze op kamers moeten. “Elke dag drie uur heen en drie uur terug is niet te doen.” Plan B is psychologie of biomedische wetenschappen, “een tijdje geleden was het zelfs nog luchtverkeersleiding, maar die opleiding is inmiddels afgevallen. Uiteindelijk moet zij bepalen”, klinkt het. "Maar dokter is echt iets voor Lot. Ik zag het al in groep 4."
Een Brits-Belgische moeder, die in het oudercafé van de rechtenfaculteit wacht terwijl haar dochter een sessie over European Law School bijwoont, ziet zich eveneens als supporter. “Mijn dochter weet wat ze wil, wat ze leuk vindt. Ze zoekt intellectuele ontwikkeling, dus op de universiteit is ze op haar plek.”

Het is aan ouders om goed te coachen, houdt Miltenburg het publiek voor. Maar hoe doe je dat? De balans tussen loslaten en begeleiden, je niet meer verantwoordelijk voelen, maar wel betrokken: dat is het moeilijkste aan het hele studiekeuzeproces, zegt ze. “Mijn dochter wilde graag naar een opleiding met 80 procent uitval in het eerste jaar. Ik zei: ‘Dat moet je niet doen’, maar ze wilde toch. Ik moest die verantwoordelijkheid loslaten. Ze heeft het uiteindelijk helaas niet gehaald.”
Verder wijst ze ouders op de Keuzegids als “consumentengids voor studiekiezers”. Maar die blijkt, na een aantal interviews, onbekend. En overbodig. Het draait om de keuze van hun kind, luidt de conclusie. Zo ook voor een vader uit Groesbeek die met zijn 6 VWO-dochter gezondheidswetenschappen ontdekt. “We hebben zes open dagen gehad in twee jaar. Ze moet het nu wel weten. We denken mee, maar zeggen niet wat ze moet doen.” De scholiere moet voor 15 januari de knoop doorhakken, omdat voor haar andere opties – farmacie in Utrecht en biomedische wetenschappen in Nijmegen – een numerus fixus geldt.

Als de tijd dringt, worden er overhaaste beslissingen genomen, zegt Miltenburg. “Begin op tijd met zoeken, ga naar open dagen, meeloopdagen, praat met schooldecanen en familieleden. Benader ook studenten, zij weten hoe het echt zit.” En is er uiteindelijk gekozen, blijf dan als ouder geïnteresseerd, ga op bezoek “en zeur niet altijd over tentamens”.

Blog Hermien Miltenburg: www.studiekeuzekind.nl

*Doorhalen wat niet van toepassing is

Categories:Categorieën:
Tags:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)

CAPTCHA Afbeelding
Enter the code shown above: