Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Tijdens de Limburgse derby gaat het hard tegen hard”

“Tijdens de Limburgse derby gaat het hard tegen hard”

Photographer:Fotograaf: Joey Roberts

De zeven zonden van handballer Mike Kusters
  • Hebzucht. Ik ben niet hebzuchtig, ik hoef niet het beste van het beste te hebben. ’t Enige dat ik kan bedenken is mijn schoenenverslaving. Ik draag in mijn vrije tijd het liefst sneakers; lange tijd had ik Adidas, maar nu koop ik vooral Asics. Als keeper draag ik gewone handbalschoenen. Er zijn speciale keeperschoenen te koop, maar die vind ik niet altijd even lekker zitten. Door het vele zijwaarts bewegen slijten gewone vrij snel. Bij sommigen gaan er wel zes doorheen per jaar. Ik zit op twee. Ik tape altijd mijn hak in zodat ik goed over de grond kan glijden.
     
  • Gulzigheid. Het is een afspraak dat we gezond en gevarieerd eten, maar de trainers kijken ons niet op de vingers. Eigenlijk hoef ik nooit aan mijn moeder te vragen of ze gezond kookt, want dat doet ze al sinds ik klein was. Chips is mijn guilty pleasure, liefst cheese onion. Een handballer heeft veel koolhydraten nodig. Je zult ervan versteld staan hoeveel calorieën een keeper verbruikt. Het kost fysiek maar ook mentaal heel veel kracht.
     
  • Onkuisheid. Ik heb geen relatie. Niet dat ik het niet wil, het is nu eenmaal zo, ik ben ook niet actief op zoek. Ik train veel, speel in het weekend wedstrijden en studeer als ik niet met de sport bezig ben. Maar goed, het kan wel, zeker als de ander begrijpt wat het is om op dit niveau te sporten. Er zijn genoeg handballers bij de Lions die een vriendin hebben, meestal handballen die zelf ook. Ik heb bijna twee jaar een vriendinnetje gehad uit de handbalwereld. Ze is naar de Handbal Academie in Papendal gegaan en vervolgens naar Duitsland om in de Bundesliga te spelen. We zagen elkaar op een gegeven moment veel te weinig. Ik ben niet van de scharrels, nee. En ik weet niet of ik gemakkelijk verliefd wordt, poeh, dat vind ik een lastige vraag. Het ligt eraan wie er op mijn pad komt.
     
  • Jaloezie. Ik ben geen jaloers type. Ik kijk vooral naar mijn eigen prestaties, ook op de universiteit. Soms ben ik al lang blij dat ik een toets gehaald heb. Ik speel bij het tweede van de Lions, maar ik hoop natuurlijk op een basisplek bij het eerste. Haha, nee dat betekent niet dat ik de vaste keeper eruit wil werken. Hij is een goede vriend en ik kan veel van hem leren. Van de inzet en stijl van sommige keepers uit de hoogste internationale competitie, uit Duitsland bijvoorbeeld, word ik wel enthousiast. Vaak hebben ze ook een hoog stoppercentage. Als je van de vijftig ballen er 25 redt zit je op 50 procent, dat is echt absolute top. Een percentage van 33 is al heel goed. Onze staf houdt de reddingen bij tijdens wedstrijden. Na afloop kun je op een blaadje zien hoe het is gegaan. Dat komt niet als een verrassing. Als ik een slecht gevoel heb, hoef ik dat blaadje niet eens meer te zien.
     
  • Luiheid. Ik train veel, in die zin ben ik niet lui. Maar als ik vrij ben, op woensdag, doe ik het liefste zo min mogelijk. Ik woon nog thuis en hoewel mijn broertje en ik wel eens aan mijn moeder vragen of we iets kunnen doen, hoeft dat nooit.
     
  • Woede. Ik ben rustiger geworden. Vroeger kon ik boos en gefrustreerd zijn als iets niet in één keer lukte, bijvoorbeeld een nieuwe oefening. Of als we verloren. Dan zei ik: ‘Ik stop ermee, ik ga iets anders doen’. Ik relativeer nu meer, andere keer beter. Enige emotie is niet erg, noodzakelijk zelfs, anders red je het niet. We peppen elkaar ook altijd op voor de wedstrijd. De Limburgse derby tussen de Lions en Bevo uit Panningen is heel speciaal, het is als Roda JC tegen MVV. We hebben respect voor elkaar, er is gezonde concurrentie, maar het gaat hard tegen hard, met extra vuur en meer overtredingen dan normaal. 
     
  • Hoogmoed. Ik heb een hekel aan mensen die te koop lopen met wat ze dénken te kunnen, die vinden dat ze beter zijn dan de rest. Ik treed helemaal niet op de voorgrond. Wel ben ik overtuigd van mijn kunnen, ik heb zelfvertrouwen. Ik stop doorgaans voldoende ballen, want dat is de belangrijkste taak van de keeper, zoals de coach zegt, ‘om zoveel mogelijk tegen te houden, maakt niet uit hoe’, haha. Als mijn sport in onderwijsgroepen ter sprake komt, vertel ik erover, maar ik breng het niet zelf in. Ik ben introvert en ik luister meer dan dat ik praat. Mijn assertiviteit is een aandachtspuntje. Bij een coach die ik al wat langer ken, durf ik te zeggen wat ik vind, maar bij een nieuwe trainer heb ik daar meer moeite mee.

Mike Kusters, 20, derdejaars gezondheidswetenschappen, geboren in Sittard, woont in Geleen

Traint twaalf tot vijftien uur per week, keeper bij handbalvereniging Limburg Lions I en II (speelt in de Bene League, herenteams uit België en Nederland) 

Beste prestatie: zesde op jeugd-EK in Zweden in 2014, traint voor een vaste plek in het eerste team en wil met de club behoren tot de beste vier in deze competitie

Categories:Categorieën:
Tags:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)

CAPTCHA Afbeelding
Enter the code shown above: