Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Missie Smits: rechtsgeleerdheid “meer smoel” geven

Missie Smits: rechtsgeleerdheid “meer smoel” geven

Photographer:Fotograaf: Loraine Bodewes

Interview met Jan Smits, sinds 1 december decaan van de rechtenfaculteit

Onderwijsvernieuwing staat bovenaan het actielijstje van de nieuwe decaan van rechten, Jan Smits. Ingrijpen in de bachelor rechtsgeleerdheid is urgent om de onevenwichtige verhouding met de Engelstalige European Law School recht te trekken. Een gesprek over een nieuw strategisch plan en de rol van de T shaped jurist. “We zijn als juristen heel erg goed in het zeggen dat het recht belangrijk is. Maar soms biedt het recht niet de oplossing voor je probleem.”

"Normaal draag ik nooit een stropdas", lijkt hij zich in de eerste minuut te excuseren. Hij wrijft over zijn kleurrijk exemplaar en tilt 'm op. "Omgedaan vanwege de onderwijsvisitatie", lacht de kersverse decaan van de rechtenfaculteit, Jan Smits. Eind november zijn de opleidingen onder de loep genomen door een speciale commissie. Een speciale gelegenheid waarvoor de das uit de kast wordt gehaald. Misschien moet hij er nog een stel bij kopen, gezien zijn uitpuilende agenda de komende maanden.

Het moet in het voorjaar zijn geweest toen Smits, hoogleraar Europees privaatrecht, besloot te solliciteren naar de functie van decaan. Natuurlijk, hij wilde zelf, maar ook collega’s polsten hem. Smits is een man met een duidelijke visie en daar heeft hij zich al eerder over uitgesproken: de faculteit moet een andere koers gaan varen wil ze toekomstbestendig zijn en aantrekkelijk blijven voor studenten. Met een dalende instroom bij rechtsgeleerdheid is het belang alleen nog maar groter geworden. Over het decanaat van zijn voorgangster, prof. Hildegard Schneider, en het ontbreken van brede steun in de faculteit, gaat hij niets zeggen. Maar dat ze er vroegtijdig mee stopte – haar tweede termijn liep pas in september 2019 af – is volgens ingewijden wel degelijk een gevolg van een verminderd draagvlak. Schneider bleef op haar post tot 1 december hoewel al voor de zomer de zoektocht naar een nieuwe decaan werd gestart.
Smits is een wetenschapper in hart en nieren. Van besturen heeft hij natuurlijk wel kaas gegeten: hij was vicedecaan onder Aalt Willem Heringa en onder andere voorzitter van de vakgroep privaatrecht, maar een faculteit besturen is toch van een ander kaliber. De wetenschap komt hoe dan ook op een lager pitje. Heeft hij dat ervoor over? "Dat was ook de vraag die ik mezelf stelde. Ik ben sinds 1999 hoogleraar, bijna twintig jaar, en heb veel aan onderzoek gedaan en onderwijs gegeven, maar ik vind het leuk om nu een tijdje iets anders te doen, het is goed voor mijn persoonlijke ontwikkeling. In beginsel voor vier jaar, één termijn. Daarna wil ik echt weer terug naar onderzoek en onderwijs. Anderzijds: je weet nooit hoe de wereld er in 2022 bij staat. Als het karwei nog niet klaar is, gooi ik het bijltje er niet zo maar bij neer. Het leuke van besturen is dat je kunt proberen iets te veranderen aan een organisatie. Een cliché, maar het is wel zo."
Een welkome afwisseling dus, omdat hij dingen "ziet" in de faculteit. Dingen die anders en beter moeten. Hij kreeg er in het persbericht dat de Universiteit Maastricht in juli naar buiten stuurde alle lof voor: hij had “indruk” gemaakt op het college van bestuur met “zijn visie op de wijze waarop hij de faculteit en de faculteit als integraal onderdeel van de universiteit verder wil leiden door de ingezette veranderingsprocessen." Wat die visie is? Daar werd niet over uitgeweid. Dat mag hij nu uitleggen.

Scheve verhouding
"Ik zie kansen, vooral voor het onderwijs. Onze faculteit heeft zich de afgelopen tien jaar onevenwichtig ontwikkeld qua studenteninstroom. Er was een tijd dat Nederlands recht de belangrijkste opleiding was, maar sinds een aantal jaren is European Law School (ELS) populairder geworden. Er zijn uiteindelijk meer collega’s die in ELS les geven dan in rechtsgeleerdheid. Die scheve verhouding vind ik niet gewenst. Je wekt daarmee de indruk dat ELS het belangrijkste is. Maar kennelijk slagen we er niet in om meer studenten te krijgen voor onze Nederlandse bachelor."
We pakken de instroomcijfers erbij. Vierhonderd studenten begonnen in september aan de European Law School. Rechtsgeleerdheid trok niet eens de helft: 188. Fiscaal recht, altijd klein geweest, zit op vijftig. De kentering tekent zich af in 2011 als er voor het eerst in de geschiedenis minder studenten voor Nederlands recht kiezen: 192 tegenover 270 voor de Engelse track van de European Law School (ELS had lange tijd een Engelse en Nederlandse variant, maar door een hervorming van het curriculum is deze sinds een aantal jaren alleen nog maar Engelstalig). De grote zorgen leidden tot een speciale facultaire werkgroep 'werving rechtsgeleerdheid' die al vorig jaar in het leven werd geroepen. Zij adviseerde onder andere aandacht te geven aan gebieden waar de Nijmeegse Radboud Universiteit concurreert, zoals Noord-Brabant en Zuidoost-Brabant. Werk aan de winkel voor de afdeling marketing en communicatie die de kleinschaligheid, individuele begeleiding en de informele sfeer nog meer moeten benadrukken, aldus de notitie van januari.
De komende maanden discussieert het bestuur onder decaan Smits met de hele faculteit over de koers, in de hoop dat er in april een nieuw strategisch programma ligt. "Niet om per se iets op papier te hebben – het oude is al een tijdje verlopen – maar om met iedereen te praten over waar we naartoe willen. Het wordt een concreet plan, met actiepunten, niet met allerlei hoogdravende ideeën.” En wat als er geen consensus is en april niet wordt gehaald? “Dan zij het zo. Het draagvlak gaat voor het tempo."

De T
“Er zijn negen juridische faculteiten in Nederland. En juist in Maastricht zouden we iets moeten doen wat elders niet gedaan wordt. Nu is dat bij rechten niet eenvoudig omdat we vastzitten aan de eisen voor het civiel effect [daarmee krijg je toegang tot de advocatuur en de rechterlijke macht, red.], maar ik denk toch dat het kan”, zegt Smits. Hij is erg gecharmeerd van de T shaped jurist. Daarmee wil hij “meer smoel en een eigen identiteit” geven aan rechtsgeleerdheid. Hij tekent een hoofdletter T. De verticale lijn staat voor verdieping, "daar zijn we goed in, de dogmatiek van het recht, algemene juridische kennis en vaardigheden, zoals analytisch denken en argumenteren. Maar de jurist van de toekomst, eigenlijk van nu, zal meer moeten kunnen dan iets zeggen over hoe iets juridisch in elkaar zit, wat er in het wetboek staat of wat de Hoge Raad heeft gezegd.” Daar komt de horizontale as in beeld. Die staat voor verbreding, voor andere vaardigheden. “Onze juristen moeten ook sparring partner kunnen zijn in een bedrijf, bijvoorbeeld voor de directie. Idealiter zouden ze dus ook iets van bedrijfskunde moeten weten. Juristen zijn heel goed in het oplossen van conflicten maar niet zo goed in het voorkomen ervan. In een vak als geschillenvoorkoming zouden we de nieuwste inzichten uit onderhandelingskwesties mee kunnen nemen.” Ook technologie passeert de revue. Hij noemt een app, “helaas niet gemaakt in Maastricht”, waarmee reizigers vrij gemakkelijk aanspraak kunnen maken op een schadevergoeding voor vluchtvertraging. “Je beantwoordt een stuk of tien vragen waarna de app automatisch een claim stuurt naar de vliegtuigmaatschappij. Door die digitalisering verdwijnt de jurist uit het proces, hoewel je hem wel nog nodig hebt om de app te bouwen. Je hoeft niet meer naar een advocaat toe om je recht te halen, of te gaan zoeken op websites. Met dit soort dingen zouden we als faculteit meer moeten doen. Ik zie een mooi vak voor me met onze overburen bij kennistechnologie”, grinnikt hij.
Concreet – “maar daar moet natuurlijk nog over gesproken worden”- ziet hij extra vakken voor zich die worden aangeboden in de opleiding rechtsgeleerdheid, een pakket dat parallel loopt aan het reguliere curriculum. “Daarmee jaag je ook geen studenten weg die dat niet willen. Als studenten alleen de verticale as willen, is dat ook prima. Zo zijn we ook ooit begonnen met de European Law School. Die studenten schreven zich in voor Nederlands recht en kregen er rechtsvergelijkende vakken bij. Pas later is het een aparte studie geworden.”

Grisham
Laat het recht van de toekomst de opleiding bepalen, schreef hij bijna vier jaar geleden in een van zijn columns in Observant. Hij hoopte toen al op een "fundamentele hervorming" van de juridische opleiding in Nederland. Het ontbreken van "nieuw elan" zag hij als een van de oorzaken voor de verminderde belangstelling in het hele land. "De wereld waarin onze afgestudeerden zullen werken is niet die van Grisham of Pleidooi, maar is er een van een sterk geglobaliseerde praktijk, online geschillenbeslechting en internetgerechten," luidde zijn boodschap.
Enkele weken daarvoor, in november 2013, had Smits, samen met oud-rector Gerard Mols, oud-decaan Aalt Willem Heringa en ELS-coördinator Bram Akkermans, een rigoureuze herziening van het eigen curriculum voorgesteld. In de facultaire discussie over de opleidingen aan de Maastrichtse rechtenfaculteit, stuurden de heren hun eigen visie naar collega's en naar het college van bestuur. Ze stelden voor om Nederlands recht én European Law School onder te brengen in Colleges, "een hechte gemeenschap, zoals het University College Maastricht, in een afzonderlijk gebouw met korte lijnen naar docenten", aldus de alternatieve nota. "Een brede bachelor met vakken als psychologie, sociologie, bedrijfskunde en literaire vaardigheden." Het viertal wilde de reguliere opleiding Nederlands recht voorlopig behouden, maar bij succes zou die kunnen worden geschrapt. Dat het stuk, buiten het faculteitsbestuur om, bij het college van bestuur belandde, werd door sommigen als een coup gezien. De actie verdiende geen schoonheidsprijs, gaf het viertal toe, maar benadrukte wel de noodzakelijkheid: de opleiding rechtsgeleerdheid had qua instroom het dieptepunt bereikt, er moest iets gebeuren. Toenmalig decaan Hildegard Schneider vond het "onverantwoord" om rigoureus het roer om te gooien. "We moeten een opleiding aanbieden waar de studenten iets aan hebben, waarmee ze een baan kunnen vinden", zei Schneider destijds.
Over die alternatieve nota zegt Smits nu: “Dat voorstel heeft toen onvoldoende duidelijk gemaakt dat het civiel effect behouden zou blijven. Want daar ging de discussie steeds weer over. Tegelijkertijd: ik zou nu zeggen dat het plan te ver ging, in die zin dat we een hele bestaande opleiding wilden vervangen.”

Civiel effect
De discussie over T shaped juristen is niet nieuw. De omgeving vraagt al langer om juristen die om weten te gaan met complexe maatschappelijke vraagstukken. Maar om de een of andere reden dringt die gedachte niet door in het curriculum van Nederlandse opleidingen. “Juristen zijn vrij behoudend”, lacht Smits. “Het recht is belangrijk, maar je hoeft het niet altijd overal in te zetten. We zijn vaak te veel bezig met wat een wetgever of rechter zegt, hoe het recht luidt in plaats van hoe het behoort te luiden, en dat je soms het recht niet eens nodig hebt.” Een andere reden is het civiel effect. “Vorig jaar is er een nieuw convenant gesloten tussen de Orde van Advocaten en universiteiten met daarin, heel gedetailleerd, wat juridische faculteiten moeten doen om het civiel effect te waarborgen. Dat is helemaal dichtgetimmerd. En dat moeten we ook handhaven. We leiden immers nog steeds juristen op. Het interessante is wel dat een groot deel van onze afgestudeerden helemaal niet in de advocatuur terecht komt. Die gaan bij ministeries, provincies, gemeentes of bedrijven werken waar ze hele andere dingen doen. Bovendien zie je ook de groeiende behoefte binnen advocatenkantoren, zoals de grote op de Zuidas, aan ‘advocaten’ zonder juridische opleiding. Die willen ook mensen van European Studies of het University College Maastricht. Wettelijk mogen zij nu niet advocaat worden.” In de ideale wereld van Smits zijn er geen civiel effect-eisen, maar is er een soort bar exam, zoals in Amerika, “een toelatingsexamen tot de advocatuur waarbij studenten er zelf voor zorgen dat ze voldoende kennis in huis hebben.”

Rondjes
Smits is een geoefende trailrunner, een hardloper die op onverhard terrein bergop en bergaf kilometers maakt. Gaat hij niet te snel voor sommige collega's? “Ik denk dat iedereen ziet dat er iets moet gebeuren. Maar ik zal er alles aan doen om ervoor te zorgen dat het initiatief breed gedragen wordt.” ‘Voorzorgsmaatregelen’ zijn al getroffen. Hij heeft de afgelopen tijd zijn oor te luisteren gelegd bij studenten en medewerkers tijdens “rondjes. Studenten kwamen met een interessant idee, ze wilden als groep langer samenwerken, aan een langlopend project bijvoorbeeld, naast hun gewone wisselende onderwijsgroepen. Ik denk dat daarvoor zeker ruimte moet zijn.” Tegelijkertijd wordt het probleemgestuurd onderwijs nog steeds gewaardeerd, merkt hij, hoewel het geen unique selling point meer is. Andere universiteiten claimen ook die kleinschaligheid. "In het voorjaar kwam er iemand op gesprek voor een functie van docent privaatrecht. Hij had zijn bachelor gedaan in Maastricht en een master in de hoofdstad. Hij vertelde dat hij als student naar de master was 'gelokt' door de boodschap ‘we hebben kleine groepen’. Bleken dat onderwijsgroepen van dertig man te zijn. Bij ons zitten er doorgaans achttien. Maastricht is echt kleinschalig. Ik denk dat er wel een taak ligt om dit nog beter uit te dragen."

Wie is Jan Smits?

Jan Smits (Leiden,1967) studeerde tussen 1986 en 1991 rechten aan de Universiteit Leiden en aan de Universiteit van Poitiers. Hij promoveerde in Leiden op het proefschrift Het vertrouwensbeginsel en de contractuele gebondenheid. Vervolgens werkte hij als docent aan de Universiteit Stellenbosch, in Tilburg en in Maastricht. In 1999 werd hij benoemd tot hoogleraar Europees Privaatrecht aan de Universiteit Maastricht. Tijdelijk verliet hij de UM voor een positie in Tilburg. Tot vorig academisch jaar was hij columnist voor Observant. Ook werd hij tot beste wetenschapper van de rechtenfaculteit verkozen in mei 2007 in een door Observant georganiseerde enquête.
Smits is lid van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW), voorzitter van de sectie Rechtswetenschappen van de KNAW en raadsheer-plaatsvervanger bij het Gerechtshof Amsterdam.

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)

CAPTCHA Afbeelding
Enter the code shown above: