Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

UM zesde op nationale ranglijst vrouwelijke hoogleraren

UM zesde op nationale ranglijst vrouwelijke hoogleraren

Photographer:Fotograaf: Monitor vrouwelijke hoogleraren 2017

MAASTRICHT. Een jaar geleden telde Nederland 19,3 procent vrouwelijke hoogleraren. Een stijging van 1,2 procent ten opzichte van 2015, blijkt uit de Monitor Vrouwelijke Hoogleraren die afgelopen dinsdag werd gepresenteerd. Conclusie: blijft het in deze tred doorgaan, dan zal er pas in 2051 een evenwichtige verdeling zijn tussen de dames en heren professoren.

De Universiteit Maastricht is met 21 procent vrouwelijke hoogleraren in 2016 goed voor een zesde plaats op de ranglijst van veertien Nederlandse universiteiten. De Monitor, die jaarlijks wordt uitgebracht door het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren (LNHV), baseert zich hiervoor op cijfers van universiteitenvereniging VSNU. In het Sociaal Jaarverslag 2016 van de UM gaat men echter uit van 19 procent.
De Open Universiteit telt de meeste vrouwelijke hoogleraren van Nederland: bijna 30 procent. Onderaan bungelt, net als in 2015, de Erasmus Universiteit Rotterdam (11 procent).
Bij het opklimmen naar de hoogste wetenschappelijke functie gaat het vooral mis bij de laatste stap – van universitair hoofddocent naar hoogleraar – volgens de LNHV. Voor vrouwen werkt die “belemmerend”, aldus het rapport, in tegenstelling tot de “makkelijke doorstroom” bij mannen.

Iedere universiteit legde in 2015 een quotum vast voor het aantal vrouwelijke hoogleraren in 2020. Volgens het rapport zullen zes van de veertien universiteiten dat ook daadwerkelijk behalen. Tot de zes behoort ook de UM met een streefpercentage van 22 procent.
Sinds haar benoeming tot rector aan de UM heeft Rianne Letschert zich uitgesproken voor meer diversiteit en in ieder geval voor meer vrouwen in de hogere regionen. Daarvoor heeft het college van bestuur onder andere afspraken gemaakt met de verschillende faculteiten. Topper is cultuur- en maatschappijwetenschappen. Van alle hoogleraren, zo blijkt uit het Sociaal Jaarverslag, was daar vorig jaar 46 procent vrouw. Zelfs 6 procent meer dan hun eigen gestelde 40 procent. Ook rechten heeft zich positief ontwikkeld met 28 procent vrouwelijke hoogleraren (gewenst: 22 procent). De psychologen en economen hadden meer willen bereiken maar bleven vorig jaar steken op respectievelijk 27 en 10 procent.

“We hebben de afgelopen tien jaar belangrijk beleid gevoerd en vrouwelijke universitair hoofddocenten de kans gegeven professor te worden. Dat is voor een groot deel aan mijn voorganger Rein de Wilde te danken”, zegt Sophie Vanhoonacker, decaan van cultuur- en maatschappijwetenschappen. “In 2006 hadden we nul vrouwelijke professoren. Tien jaar later is dat bijna de helft.” Het Maastrichtse college van bestuur drong in 2006 bij de faculteiten aan op een actiever beleid. Daarvoor kwam er een bonusregeling. Gedurende vijf jaar mochten vrouwelijke hoofddocenten zich bewijzen op een profileringsplek. Ging dat naar wens, dan volgde daarna een reguliere leerstoel. “Je ziet dat als colleges van bestuur hun verantwoordelijkheid nemen – en dat doen onze huidige bestuurders ook – dat er daadwerkelijk iets kan veranderen. En met een betere balans tussen mannen en vrouwen, zowel in de wetenschap als in andere functies, kom je ook tot betere beslissingen, zo leert onderzoek.” Wel geeft Vanhoonacker toe dat het ene vakgebied het ‘makkelijker’ heeft dan het andere. De economen hebben minder vrouwelijke professoren omdat de vijver kleiner is, zegt ze. Hetzelfde geldt voor de technische universiteiten. Ze bungelen in de onderste regionen in de ranking.
Vanhoonacker wijst er tot slot op dat het niet alleen om het ‘nu’ gaat, maar ook om de toekomst. “We moeten zorgen voor genoeg vrouwelijke promovendi en universitair docenten.” Het landelijk overzicht belooft weinig goeds. Het aandeel vrouwen onder promovendi aan Nederlandse universiteiten was in 2016 weliswaar gemiddeld 43 procent. Maar dat is minder dan voorheen, terwijl het totale aantal promovendi explosief is gegroeid. Maastricht mag zich een uitzondering noemen, want vorig jaar was hier nog zo’n 60 procent  van de promovendi vrouw.

Westerdijk Talent

Johanna Westerdijk hield op 10 februari 1917 als eerste vrouw in Nederland haar oratie als hoogleraar in de planteziektekunde aan de Universiteit Utrecht. In 2017, het ‘Westerdijkjaar’, is daarom door verschillende organisaties, zoals de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW) en de Universiteit Utrecht, stil gestaan bij de positie van de vrouw in de wetenschap.
Oud-minister Bussemaker van Onderwijs reserveerde begin dit jaar vijf miljoen euro voor de benoeming van honderd nieuwe vrouwelijke hoogleraren in Nederland, het zogenoemde Westerdijk Talentimpulsprogramma.

Aan de Universiteit Maastricht kunnen tien Westerdijkhoogleraren worden aangesteld (reguliere aanstelling, interne en externe kandidaten). Inmiddels zijn er acht leerstoelen ingevuld en is men bezig met de negende, zei rector Rianne Letschert in een recente U-raadscommissievergadering.

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)

CAPTCHA Afbeelding
Enter the code shown above: