Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Mythe: Regelmatig gaan verdachten vrijuit door een vormfout

Mythe: Regelmatig gaan verdachten vrijuit door een vormfout

Photographer:Fotograaf: Joey Roberts

Naar het rijk der fabelen

“Ik herinner me een strafzaak waarin de verdachte bezwaar maakte omdat zijn titel – doctor – niet werd vermeld bij zijn naam op de dagvaarding”, vertelt Joep Simmelink, bijzonder hoogleraar Openbaar Ministerie aan de rechtenfaculteit.  “Hij redeneerde: het vonnis is niet aan mij gestuurd, dus ik hoef niet te verschijnen. De rechter maakte er korte metten mee, die moest moeite doen om niet in lachen uit te barsten.”
Maar hoe zit het met een verkeerd getypte geboortedatum of voornaam – Hub in plaats van Huub – op de dagvaarding? Het is juist deze categorie ‘lullige fouten’, zo denken nog steeds veel mensen, waardoor zaken klappen en verdachten op vrije voeten komen. Of neem een dossier dat niet volledig is op de dag van de zitting, of een politieambtenaar die een verdachte niet helemaal volgens de regels heeft ingelicht voordat de ondervraging begint. Allemaal vormfouten (fouten van de politie of het Openbaar Ministerie in de strafrechtprocedure) waar een advocaat een punt van kan maken.

Simmelink: “Vormfouten komen voor, zeker, in alle gradaties, maar het is een mythe dat verdachten daardoor aan de lopende band vrijuit gaan. Dat hardnekkige beeld wortelt in het verleden toen de rechtspraak op dit terrein anders was. Toen kon het inderdaad gebeuren dat door een domme onopzettelijke fout bewijs toch niet meer meetelde en iemand zomaar vrij kwam. In de jaren zeventig en tachtig kwam er steeds meer kritiek, want moest een verdachte altijd vrijuit gaan als de politie een fout had gemaakt? De ene fout was immers ernstiger dan de andere – zou de rechter soms niet milder moeten besluiten?” Uiteindelijk kwam er in 1996 de wet vormverzuimen. Deze gaf de rechter handvatten.
De zwaarste sanctie die de rechter kan opleggen is een niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie. Die heeft dan geen zaak meer. Simmelink: “Er moet dan sprake zijn van een opzettelijke of met grove onachtzaamheid verrichte inbreuk op beginselen van een goede procesorde, waardoor de verdachte geen kans meer heeft op een eerlijk proces. Maar gelukkig gebeurt zoiets maar sporadisch.” Halverwege de jaren negentig, “als voorbeeld van zo’n buitencategorie”,  misleidde een politieambtenaar de rechtbank. Tijdens de zitting werd de ambtenaar gehoord als getuige en verzweeg hij een opsporingsmethode – een verboden methode – die hij had gebruikt. Het ging hier destijds om een van de grootste cocaïnetransporten, zegt Simmelink. Het was einde oefening voor het Openbaar Ministerie omdat het strafproces aan het wankelen was gebracht.

Soms kan de rechter in het geval van vormfouten ook besluiten tot strafvermindering. Neem een zaak van enkele jaren geleden waarin een agent een geboeide verdachte in zijn nek vastpakt als deze hem bedreigt. Disproportioneel en ontoelaatbaar geweld, vond de verdediging. Het OM zou niet-ontvankelijk moeten worden verklaard. Dat ging de rechter te ver, maar de verdachte kreeg wel twee weken minder straf.
En wat als een politieambtenaar ‘als burger’ een ontmoeting heeft geregeld met een verdachte, zonder goedkeuring van de officier van justitie, maar toch belangrijke dingen weet te ontfutselen? Tellen deze dan niet als bewijs mee?  “De officier van justitie kan verklaren dat hij achteraf gezien de gang van zaken voor zijn rekening neemt en alsnog goedkeuring geeft. Oké, officieel is het een vormfout, maar je moet je afvragen wat de strekking is van zo’n voorschrift. Is de verdachte echt benadeeld? Kan hij of zij zich niet meer goed verdedigen?”


Tot slot stipt Simmelink de keerzijde aan, namelijk dat mensen denken dat er bijna nooit consequenties aan vormfouten worden verbonden en dat politie en OM maar wat aanrommelen, “zo van het doel heiligt de middelen. Maar dat is zeker niet waar. We moeten ons aan de regels houden. Soms beslist het OM juist dat het niet naar de rechter gaat met een zaak omdat een politieambtenaar ernstig de fout is in gegaan. Dan zegt de officier van justitie: ‘Dit neem ik niet voor mijn rekening’.”

 

Dit is een serie waarin wetenschappers misvattingen op hun vakgebied naar het rijk der fabelen verwijzen

Categories:Categorieën:
Tags:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)