Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Een cultuur van rennen, rennen, rennen”

“Een cultuur van rennen, rennen, rennen”

Photographer:Fotograaf: Thinkstock

UM-rapport: werkdruk is gecompliceerd en veelomvattend probleem

Ze zijn vermoeid, voelen zich niet gewaardeerd en missen de steun van collega’s. Zie hier enkele klachten van UM-docenten die gebukt gaan onder werkdruk. Het probleem blijkt veelzijdiger en ingewikkelder dan gedacht, zoals blijkt uit het rapport van de taskforce educational workload. De faculteiten hebben al plannen klaar liggen om het personeel meer lucht te geven.

De werkgroep - decanen, U-raadsleden en facultaire vertegenwoordigers - heeft niet bekeken hoe hoog de werkdruk is in Maastricht maar laat in haar rapport zien hoe veelzijdig en ingewikkeld het probleem is. “Dat het ernstig is, moge duidelijk zijn”, zegt voorzitter Albert Scherpbier, decaan van de faculteit Health, Medicine and Life sciences. “Iedereen heeft het erover. En de uitkomsten van landelijke enquêtes onder universitair personeel spreken voor zich.”

Het rapport was in juni vorig jaar al klaar, maar kwam onlangs pas naar buiten. Het bevat een standaardmodel waarmee faculteiten voortaan de student-staf-ratio kunnen berekenen, voorheen deed elke faculteit dat anders; en een inventarisatie van de werkdruk aan de hand van gesprekken en schriftelijke reacties van medewerkers van alle faculteiten. Dat waren er vijftien, niet representatief maar wel illustratief, zegt Scherpbier. Sommige reacties – vooral FHML en Fasos - zijn woordelijk in de appendix bijgevoegd.

Werkdruk blijkt een moeilijk grijpbaar fenomeen, omdat het verschilt per persoon en per positie. Uit de gesprekken met het wetenschappelijke personeel blijkt dat hoogleraren het minst met onderwijs in de weer zijn; bij hen zit de werkdruk vooral in de managementtaken: accreditatieprocedures, nieuwe samenwerkingsverbanden, strategische discussies.

Baanonzekerheid

De junioren zitten er tot over hun oren in. Sommige tutoren, promovendi en postdocs besteden tot 80 procent van hun tijd aan onderwijs, maar wat hen het meest dwarszit: de baanonzekerheid. Wie een promotieplek wil, moet zelf subsidie zien te regelen. En wie als postdoc wil blijven, wordt afgerekend op onderzoeksprestaties, maar draait ondertussen de ene onderwijsgroep na de andere.

Temidden van de hoogleraren en de junioren blijken de universitair docenten (UD) en hoofddocenten (UHD) de zwaarste lasten te dragen. Behalve coördineren, draaien ze onderwijsgroepen, projectgroepen, kijken ze alles na, et cetera. Bij de School of Business and Economics (SBE) zijn de blokcoördinatoren “de kampioenen” van de werkdruk, schrijft een SBE-docent. “In kantooruren geven ze onderwijs, vergaderen ze met collega’s, doen ze hun administratie, allemaal goed voor veertig uur per week. ’s Avonds en in het weekend doen ze onderzoek.”

Nergens geven jonge onderzoekers meer les dan in Maastricht, zegt een docent bij Fasos, wat hem in de internationale onderzoekswereld flink op achterstand zet. Wat nog het meest irriteert, is het onbegrip van senioronderzoekers. “Ze kwamen naar Maastricht in een tijd dat promoveren vrij makkelijk was, ze profiteren van speciale regelingen, geven al twintig jaar dezelfde blokken en hebben nooit baanonzekerheid gekend.”

Fouten

Wat opvalt, is dat sommige (hoofd)docenten zich niet gesteund voelen door collega’s en leiding. Een nieuw fenomeen bij de faculteit Health Medicine and Life sciences: wegduiken als een collega moet worden vervangen of nieuwe onderwijstaken worden verdeeld, zegt een vrouwelijke hoofddocent in het rapport. “Het is moeilijk om een vervanger te vinden als je ziek bent. Iedereen is druk. Of bang om te veel onderwijs op het bord te krijgen. Het versterkt het idee dat je je verre moet houden van het onderwijs.”

De waardering laat dan ook te wensen over. Onderwijs wordt gezien als een last, onderzoek als een beloning. Niet voor niets dat sommige afdelingen een onderzoeksprestatie belonen met minder onderwijs. De werkgroep bepleit dat het geven van onderwijs belangrijker wordt voor de carrière, iets wat al in het HR-beleid is opgenomen maar nog niet is uitgevoerd.

De kwaliteit wordt er ondertussen niet beter op. Verschillende medewerkers zeggen dat ze niet op hun best presteren vanwege de werkdruk. Docenten verkeren in een “survival mood”, zegt de FHML-hoofddocent. Ze voelen zich vermoeid en maken door concentratiegebrek fouten. Die sluipen in de administratie maar ook in nieuwe blokken, modules of handleidingen. ”Dit leidt tot sloppy onderwijsmateriaal.” Aan onderwijsvernieuwing moet menig docent al helemaal niet denken, omdat dat betekent: extra werk.

120 brieven

Een groot probleem, zeggen docenten, is de versnippering van de taken en rollen. Dat heeft voor een deel te maken met de bureaucratie, die in ieder geval is toegenomen en volgens sommigen uit de hand is gelopen. Ook de lengte van het academisch jaar in Nederland en in het bijzonder in Maastricht speelt een rol. De organisatie van het onderwijs is toegesneden op studenten, niet op docenten, zegt de FHML-hoofddocent. “Veel andere landen kennen lange breaks tussen blokken of semesters. In ons systeem overlappen alle blokken als het gaat om voorbereiding, onderwijs, nakijken en evaluatie.” Volgens een collega ontstaat in Maastricht, met blokken van acht of vier weken, “een voortdurende cultuur van rennen, rennen, rennen.”

Een hoogleraar bij Fasos beschouwt de “eindeloze fragmentatie” als de zwaarste last. “Op een of andere manier zijn er altijd mensen van mij afhankelijk om door te kunnen met hun werk. Meestal kleine dingen als een brief, commentaar op een artikel of een samenvatting van taken. Het geeft een gevoel van constante korte-termijn-druk.”

Een van die ‘kleine dingen’ die in de afgelopen jaren steeds meer tijd kosten, is het schrijven van aanbevelingsbrieven, zegt de eerder genoemde SBE-docent. Die hebben studenten tegenwoordig nodig voor elke opleiding, stage of beurs die ze graag willen. Hoeveel schrijft de SBE-docent er? “Ik schat: 120 brieven per jaar.” Een andere bron van onrust zijn de studenten die steeds sneller antwoord willen en de inbox van docenten “vol spammen”.

Ook organisatorische valkuilen worden in de reacties vaak genoemd, vooral het gebrek aan afstemming tussen verschillende eenheden, zoals de bibliotheek en het onderwijsinstituut. Sommigen ervaren de ondersteunende staf zelfs als een bron van stress. Een enkele docent heeft het gevoel dat hij ten dienste staat van het ondersteunend personeel in plaats van andersom. Bij FHML, zo klinkt het, “lijken de medewerkers van de planning, het onderwijsbureau en examencommissie niet van elkaar te weten wat ze doen.”

Verzuimcijfers

Eenvoudige oplossingen voor de werkdruk zijn er niet volgens de taskforce. Ook omdat het geen kwestie is van one-size-fits-all. In het rapport staan twaalf aanbevelingen, waaronder voor de hand liggende (houd de normuren tegen het licht), maar ook verrassende tips. Zo ziet de werkgroep er heil in om het onderwijs te organiseren in zelfsturende teams, met daarin junioren, (hoofd)docenten en professoren. Dat mes snijdt aan vele kanten. Het voorkomt dat docenten het gevoel krijgen dat ze er alleen voor staan; het vergemakkelijkt het vinden van een invaller; en het stimuleert ‘collegiaal leren’.

Bovendien lijkt het de taskforce een goed idee om tijd vrij te maken voor onderwijsvernieuwing. Nu is daar volgens de docenten te weinig tijd voor. Uiteindelijk is een gebrek aan innovatie schadelijk voor het onderwijs.

Ook iets om in de gaten te houden: de HRM-affiniteit van capaciteitsvoorzitters. Zij zijn vaak degenen die werkstress en de gevolgen voor werk en privé het makkelijkst kunnen signaleren. Ware het niet, aldus het rapport, dat de wetenschappers op deze bestuurlijke posities “niet altijd uitblinken in HRM-skills”. Ze zitten een vakgroep voor omdat ze veel onderzoekservaring hebben. Dus zorg dat deze bestuurders zich voldoende kunnen bekwamen in leiderschapskwaliteiten.

Mindfulness

Met behulp van de twaalf adviezen hebben de faculteiten zogeheten ‘implementatieplannen’ gemaakt. Ze zijn in het najaarsoverleg besproken met het college van bestuur (vandaar dat het rapport op zich liet wachten). Denk aan maatregelen als: een duidelijkere taakverdeling tussen onderwijs, onderzoek en andere werkzaamheden, minder bureaucratie, en extra tijd voor subsidieaanvragen. De werkgroep zal de plannen daarna ook onder de loep leggen. Scherpbier: “Er is een evenwichtig pakket aan maatregelen nodig. Met alleen extra uren inruimen voor onderwijs kom je er niet.”

Verder heeft het college van bestuur samen met de universiteitsraad en het lokaal overleg een zogeheten ‘Raamwerk Werkdruk’ samengesteld, met daarin de verschillende beleidsagenda’s en afspraken over onderwijsrollen, verantwoordelijkheden en monitoring. Dat laatste gebeurt aan de hand van student-staf-ratio en verzuimcijfers, maar ook via periodieke medische onderzoeken en het tweejaarlijkse werkbelevingsonderzoek; van deze laatste vragenlijsten wordt de opzet aangepast om werkdruk beter te signaleren.

Het beleid beperkt zich niet alleen tot de wetenschappers. Ook komen er plannen voor het ondersteunend personeel en in de toekomst ook voor studenten, denkt Scherpbier. “Als je nu ziet dat dertigers al te maken krijgen met burnout, dan moet je studenten daar misschien op voorbereiden. Hoe ga je om met druk op de werkvloer? Daar zijn trainingen voor, die we al aan medisch specialisten geven. Mindfulness bijvoorbeeld. De UM vindt het belangrijk om studenten op de arbeidsmarkt voor te bereiden. Werkdruk voorkomen hoort daar tegenwoordig ook bij. Dat is, vrees ik, de nieuwe werkelijkheid.”

Vanaf nu voortdurend op de agenda

Werkdruk: het lijkt een onuitroeibaar verschijnsel. Observant wijdde er al in 1999 acht pagina’s aan.  De toenmalige bedrijfsarts Ton van Attekum maakte zich grote zorgen en meende: “De grens van wat we aankunnen, is bereikt.” In 2014 was het weer raak, al bleek tijdens de landelijk Week van de Werkstress dat de UM het beter deed dan andere universiteiten, in ieder geval qua ziekteverzuimcijfers.

Toch neemt het college van bestuur vanaf 2014 maatregelen. Verspreid over drie jaar besteedt men ruim 12 miljoen euro aan ‘beter onderwijs’ en daarmee aan ‘minder werkdruk’. Met die miljoenen hebben faculteiten ruim 130 extra arbeidsplaatsen in het leven geroepen. Daarmee is het aantal onderwijsmedewerkers procentueel twee keer zo hard gegroeid als het aantal studenten.

Desondanks signaleerde de universiteitsraad een hoge werkdruk, mede als gevolg van onderwijsvernieuwingen. Landelijk bleken wetenschappers eveneens op het tandvlees te lopen. Enquêtes van de SP, de vakbond FNV en onlangs van NRC wijzen allemaal in dezelfde richting: driekwart van de onderzoekers vindt dat het de spuigaten uitloopt. Volgens de FNV hebben zes van de tien werknemers last van lichamelijke of psychische klachten.

Eind 2016 besluiten de Maastrichtse universiteitsraad en college om de taskforce educational workload op te stellen, een soort denktank die toeziet dat faculteiten grondige maatregelen nemen. Werkdruk staat vanaf nu voortdurend op de agenda, verzekert de voorzitter en FHML-decaan Albert Scherpbier.

Categories:Categorieën:
Tags:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)

CAPTCHA Afbeelding
Enter the code shown above: