Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Ik heb onze vlucht niet als extreem traumatisch ervaren"

“Ik heb onze vlucht niet als extreem traumatisch ervaren"

Photographer:Fotograaf: Loraine Bodewes

zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder

Pamela Habibović (40, Tuzla, Bosnië en Herzegovina)/ hoogleraar anorganische biomaterialen/ getrouwd, twee kinderen/ woont in Utrecht

Als ik vroeger uit mijn raam keek, zag ik… een berg. Ik keek er echt tegenaan, hij begon net voor het raam. Wij – mijn ouders, zusje en ik – woonden in een appartement, op de onderste verdieping. Ik ben opgegroeid in Srebrenica. Nu kent iedereen die naam, ik krijg er altijd reacties op. Toen was het gewoon een klein stadje, veilig genoeg om als kind veel buiten te zijn en alleen te kunnen spelen. Het was ontzettend leuk om daar op te groeien. Mijn moeder, zusje en ik zijn in 1992 naar Nederland gevlucht, vrij aan het begin van de oorlog. Mijn vader is gebleven omdat hij dacht dat de onrust snel voorbij zou zijn. Hij vond dat hij moest blijven werken en dat het ook beter zou zijn als iemand thuis zou blijven. Later, toen bleek dat de situatie serieus was, vond hij dat het zijn plicht was om andere mensen te helpen. Niet uit religieuze overwegingen, hij was overtuigd atheïst en alleen op papier moslim, maar om iets te willen doen tegen de gekte van de oorlog. Uiteindelijk, toen hij zag dat er geen einde kwam aan de oorlog, wilde hij weg, maar was het te laat. De stad was omsingeld, niemand kon er in of uit. Ik heb onze vlucht niet als extreem traumatisch ervaren. Je neemt het zoals het is en maakt er het beste van. Achteraf denk je wel eens: dat was toch echt wel wat. Maar op dat moment ga je gewoon door. De zomer was heel mooi, het jaar dat wij in Nederland aankwamen. Groen, mooi en plat, dat zijn mijn eerste herinneringen daaraan.

Vaders- of moederskindje? Ik lijk veel meer op mijn vader. We delen niet alles, maar er gebeurt veel in ons hoofd. Dat is zoals ik me hem herinner. Hij is verdwenen na de val van Srebrenica. Dat was heel heftig. In het begin heb je nog hoop, later niet meer. Daar groei je in, maar een afsluiting is er nooit geweest. Een begrafenis zou fijn zijn geweest. Dat je bewust een moment neemt om over iets na te denken en het te verwerken.

Als kind in vijf woorden? Vrij stil en rustig, nieuwsgierig, creatief – niet in de praktische zin, maar ik had een grote fantasie – leergierig en braaf. School vond ik heerlijk. Toch ben ik pas heel laat de kant van de wetenschap op gegaan. Ik was bijna klaar met mijn hts-studie chemische technologie en liep stage bij een bedrijf met veel onderzoekers. Toen heb ik ontdekt wat wetenschap was. Ik mocht daar blijven als analist in het lab. Dat was leuk, maar ik wist niet wat het grotere plaatje was. Daarom wilde ik promoveren, vier jaar lang helemaal uitpluizen hoe iets in elkaar zit. Het was de mooiste én eenzaamste tijd van mijn leven. Voor jou betekent het alles, voor iemand anders is het gewoon een project.

Wat ik heb gedaan, maar mijn kinderen niet mogen. Op mijn achttiende ben ik voor een stage in m’n eentje naar de Filipijnen gegaan. Dat vond ik heel normaal. Stel je voor dat zij dat ook willen?! Dat zie ik helemaal niet zitten. Loslaten vind ik moeilijk. Gelukkig zijn ze pas 9 en 6 dus dat duurt nog wel even.

Laatste toneelstuk? Eyes Wide Shut van Toneelgroep Maastricht – maar ik zag het in Nieuwegein. Dat zal een jaar of twee geleden zijn, ik ga niet vaak naar het theater. Ik vind het oprecht heel leuk, maar het komt er niet van. Ik heb weinig tijd, dan is een bezoek aan de bioscoop net wat makkelijker.

Grootste ergernis? Arrogantie, daar kan ik slecht tegen. Mensen die heel arrogant zijn, nemen vaak niet de moeite om iets van meerdere kanten te bekijken. Ze nemen hun beslissingen op basis van weinig informatie.

Ik ben door het glazen plafond heen gedenderd. Helemaal niet, ik ben er nog steeds niet doorheen denk ik. Ik heb nooit gedacht dat ik iets niet kon bereiken omdat ik een vrouw ben, maar vervolgens kom je wel in een omgeving terecht die niet de jouwe is. En wordt er verwacht dat jij je aanpast. Neem bijvoorbeeld een vergadering. Gaan de mannen het eerst over de nieuwe auto en telefoon hebben. Ik vraag dan: wanneer gaan we beginnen? Krijg je op belerende toon te horen dat vrouwen niet kunnen vergaderen. Tijdens dat kletspraatje vooraf worden de posities al bepaald, dat is belangrijk. Ik weiger dat te accepteren. Ten eerste wil ik het niet over auto’s en telefoons hebben en ten tweede moet het om de inhoud gaan, niet om wie de dikste auto heeft. Was de helft van de mensen aan tafel vrouw, dan zou dat niet zo gaan. Het wordt langzaam beter, maar we zijn er nog lang niet. Het moet geen issue zijn als een vrouw een toppositie bereikt, maar normaal. Vorig jaar ben ik gekozen tot voorzitter van de grootste Europese vereniging op het gebied van biomaterialen. Dat werd aangekondigd tijdens een diner, mensen hadden geen tijd om hun reacties voor te bereiden. Die van een paar oudere heren, die niet anders gewend zijn dan dat zo’n vereniging door een van hen wordt geleid, waren bijna lachwekkend; ‘echt, jij?’. Ik zie daar dan de humor van in, anders wordt het vervelend. Gelukkig waren er ook mensen die wel positief waren.

Favoriete schrijver? Ik heb er twee. Connie Palmen vanwege haar taalgebruik, ze is een geweldige linguïst. En Haruki Murakami, omdat hij de enige is die kan schrijven over iets wat niet echt kan gebeuren, zonder dat ik afhaak. Hij neemt je mee, heel knap.

Ik zit nooit stil. Dat klopt helemaal, het komt heel zelden voor dat ik de tijd neem om even niets te doen. Ik voel me het prettigst bij drukte. Niet alleen op het werk. Bij ons thuis is het grapje dat de kinderen het jammer vinden als ik op reis ben, maar ook fijn want dan hoeven ze niet alles op te ruimen.

Ik voel me Nederlands als… ik in een vergadering zit. Ik ben heel direct geworden, maar zoek ook naar het compromis.

Ik voel me Bosnisch als… ik wil eten. In Bosnië draait alles om eten, dat is het centrum van het leven. In de weekenden kook ik graag uitgebreid en komen er allerlei mensen langs. Eten is niet iets functioneels, het is er om van te genieten, om te beleven met anderen. Die passie geef ik mijn kinderen ook mee.

Tags:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)