Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Ik had liever Chief Happiness Officer willen heten”

“Ik had liever Chief Happiness Officer willen heten” “Ik had liever Chief Happiness Officer willen heten”

Ze heeft bij de faculteit cultuur-en maatschappijwetenschappen (Fasos) gestudeerd, is daar ook gepromoveerd, was er docent en is nu op haar 33ste Diversity Officer geworden van de Universiteit Maastricht. Maar Constance Sommerey had liever een andere titel gehad. Met happiness erin.

Want, zegt Constance Sommerey, “diversiteit is geen doel op zich. Het gaat erom of mensen zich prettig voelen, of ze zich gewaardeerd voelen. Een Leidse collega van mij zei dat ze verantwoordelijk was voor de happiness van de universitaire gemeenschap. Bij ons zijn dat dan zo’n 23 duizend mensen, staf en studenten.”

Ik las over een bedrijf dat een Chief Happiness Officer had aangesteld. Een CHO.

“O ja? Nou precies, dat  bedoel ik, zo zou ik ook wel willen heten.”  

Moet jij je dan bezig gaan houden met ons geluk?

“Het gaat erom dat mensen zich hier thuis kunnen voelen, dat ze worden geaccepteerd zoals ze zijn. Mensen zeggen vaak dat het aan de UM al zo divers is, dat we veel nationaliteiten in huis hebben, dat we samenwerken ondanks alle verschillen. Dan zeg ik: nee, niet ondanks, maar omdat die verschillen er zijn moeten we juist samenwerken. Omdat we er allemaal beter van worden. Voor de mensen die niet tot de standaardgroep behoren zou het fijn zijn als ze gewaardeerd worden juist omdat ze anders zijn; dat het echt een plus is.

“We hebben hier inderdaad veel nationaliteiten, maar diversiteit is wèrk. Ook voor docenten, dan moet je weten wat je ermee kunt doen, hoe je die verschillende achtergronden in de onderwijsgroep kunt mobiliseren. Bijvoorbeeld: hoe lees jij, met jouw specifieke achtergrond en ervaringen, deze tekst? Het komt allemaal niet vanzelf, het is ook arrogant om te denken dat we al divers zijn en dat het zo wel goed is. Iedereen heeft zijn biases, zijn vooroordelen, docenten ook. Respectvol omgaan met de verschillen en met de botsingen die eruit kunnen voortvloeien, dat vereist scholing. Mijn werk gaat eigenlijk meer over inclusiviteit dan over diversiteit.”

Inclusiviteit, is dat zo langzamerhand niet een clichébegrip geworden, een soort mantra?

“Dat is nou echt iets wat ik alleen maar van blanke mannen te horen krijg.”

Die aan white privilege lijden?

“Jazeker, dat bestaat hoor. Ik heb het zelf ook, ik kom uit een blank Duits gezin, mijn ouders zijn hoogopgeleid, mijn vader had filosofie als hobby dus die boeken las ik ook, ik heb Engels geleerd, heb jaar in de VS gezeten, allemaal voordelen die veel anderen niet hebben. Ik had zelfs het liberale idee dat de ongelijkheden vanzelf rechtgetrokken zouden worden. Maar de kansen zijn niet gelijk, en dat geldt niet alleen voor vrouwen. Dat witte privilege impliceert ook dat je niet eens kunt beseffen wat het betekent als je het niet hebt. Voor òns loopt alles prima, maar dan moet je juist goed luisteren naar de mensen voor wie dat anders is.

“Wat vrouwen betreft, ik hoor hier vaak: ik neem geen kind want dan maak ik geen kans meer op een carrière in de wetenschap. Of ze hebben al een kind en willen om die reden geen tweede. Daar zouden we beleid voor moeten ontwikkelen, in Duitsland kennen ze de Familien Freundliche Universität. We kunnen hier de wet niet veranderen, we zitten met dat veel te korte zwangerschapsverlof van vier maanden, daar plakken mensen dan soms ouderschapsverlof en eigen vakantiedagen achteraan. Als je jonge ouders aan je wilt binden moet je ook naar flexibelere contracten toe.

“Ook in die tenure-procedure speelt dat. Daarin is nu opgenomen dat als je er een half jaar uit bent, je dat er achteraan kunt plakken. Maar dan lig je dus wel een half jaar achter op je mannelijke collega’s, dat heeft consequenties voor je kansen op funding, voor je salaris. Na vijf jaar is degene mèt kind in het nadeel. Dan zeg ik: als je in die vijf jaar zeg tien publicaties moet leveren, maak daar dan negen van.”

Maar dan verlaag je dus de norm.

“Nee, in de tijd dat je werkt moet je zo en zo veel publiceren, als de vrouw dan minder werktijd heeft, klopt het.

Er zijn mensen die vinden dat je voor bijvoorbeeld vrouwelijke hoogleraren een quotum moet vaststellen.

“Ik ben er niet voor, je kunt beter proberen mensen te overtuigen, ze duidelijk maken wat de voordelen zijn. En we weten ook dat het ervaren van diversiteit het overtuigendste argument is om ervoor te vechten. Dan moet je er dus voor zorgen überhaupt diverser te worden.”

De rector heeft meermalen gezegd dat als er aan het eind van haar termijn, dus over ruim twee jaar, nog geen verbetering is, het misschien toch tot een quotum moet komen.

(Zuchtend) “Ja, dat vind ik ook wel. Het probleem is helaas dat de discussie dan alleen nog over quota gaat. Terwijl er van alles speelt: let erop bij de werving, een cv van een vrouw met kinderen ziet er anders uit bijvoorbeeld. Het begint al bij de vacaturetekst: hoe schrijf je die zo dat er niet alleen blanke mannen op reageren.

“Diversiteit gaat uiteindelijk over individuen, maar je moet vaak in groepen denken om concrete doelen te bereiken. Dan moet je alleen niet uit het oog verliezen dat bijvoorbeeld een zwarte vrouw zowel met seksisme als met racisme te maken heeft.”

Je gaat met faculteiten praten, maar ook met studenten? Met de verenigingen? Die kennen weinig buitenlandse leden.

“Ik ga met ze praten en vragen hoe ze daar diversiteit zien.”

Maar de kwestie speelt al jaren en er verandert nauwelijks iets. Zou de UM het als voorwaarde bij de subsidie moeten stellen?

“Daar zou ik wel iets voor voelen, maar dat moet ik dan eerst met de rector bespreken. Ik heb trouwens wel al contact gehad met andere studenten, onder meer met Dionyx, de LBGT-plus die andere letters-groep voor studenten en jongeren in Maastricht; die hebben me uitgelegd dat GSD een betere term is, Gender- and Sexual Diversity. Ik ga op zoek naar dit soort groepen, hoop ook dat ze naar mij komen. Als ze dan bijvoorbeeld genderneutrale toiletten willen, oké, dat is vaak makkelijk te regelen. Haal gewoon de bordjes eraf. Als je mensen het gevoel kan geven erbij te horen, waarom dan niet?

“Ideeën op dit terrein: diversiteit, inclusiviteit, zijn meer dan welkom, het college van bestuur gaat dat stimuleren met jaarlijks 75 duizend euro. Voor grassroots projecten vanuit studenten en staf. Daar kun je dan tussen de duizend en de vijftienduizend euro voor krijgen. Vanaf volgende maand kan men voorstellen doen. We kijken ernaar uit.”

Constance Sommerey en Lies Wesseling van het Centrum voor Gender en Diversiteit organiseren donderdag 8 maart 2018 een diversiteitsdag in Theater Kumulus. 

Categories:Categorieën:
Tags:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)