Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Zonder de universiteit was Maastricht nog een slaperig provinciestadje”

“Zonder de universiteit was Maastricht nog een slaperig provinciestadje”

Photographer:Fotograaf: archief gemeente Maastricht

Negen vragen voor wethouder Bert Jongen: wat doet de stad voor de UM?

MAASTRICHT. Vlaggen langs de singels en op de Kennedybrug om tijdens de Inkom of Open dagen de nieuwe student te verwelkomen? Net als bij de Tefaf. Nee, die komen er niet. En de vermelding van ‘Universiteit Maastricht’ of ‘universiteitsstad’ op de borden aan de stadsgrenzen? “Dat vind ik een creatieve gedachte, daar wil ik over nadenken”, reageert wethouder Bert Jongen (D66).

Wat doet de stad Maastricht voor haar universiteit? Met dat thema in het achterhoofd en negen vragen opgetekend uit de mond van staf en studenten, toog Observant naar het stadhuis voor een interview met wethouder Bert Jongen. Hij heeft cultuur, onderwijs, jeugdzorg, gezondheid en Student en Stad in zijn portefeuille.

Maastrichtse studenten zouden geen burgers van de stad zijn, maar passanten, klinkt het steeds vaker. Waarom dit onderscheid?

“Ik maak geen onderscheid, iedereen die in Maastricht woont, is een Maastrichtenaar. Ik zeg weleens gekscherend in discussies met hardcore Sjengen: Maastricht mag van jullie een studentenstad zijn, maar dan het liefst zonder studenten. Maar zonder de universiteit waren wij nog een slaperig provinciestadje. Nu staan we internationaal op de kaart.

Ik doe niet mee aan de hullie en zullie discussies. Ik bagatelliseer de gevoelde overlast niet, we moeten die aanpakken, maar de definitie van overlast in onze stad is te vaak studentenoverlast. Hoe weet je of het studenten zijn die ’s nachts herrie maken? Er zijn ook pubers of hardwerkende Maastrichtenaren die zich wel eens misdragen. Mensen vragen me vaker: wat als jij in een straat met studenten zou wonen? Nou, ik woon in zo’n straat. Links wonen er vijf, rechts in de straat zeven. Als er een feestje is en ik heb er last van, bel ik aan en vraag of het wat zachter kan. Mijn verzoek wordt altijd gehonoreerd. Vaker vind ik een briefje in de bus dat er een feestje is gepland. Zo ga je met elkaar om. We moeten meer met elkaar praten.”

De gemeente heeft jaarlijks een budget van € 150.000 voor Student en Stad. Er zijn universiteitssteden die een veelvoud van dit bedrag beschikbaar stellen. Gaat Maastricht dit voorbeeld volgen?

“Die veronderstelling klopt niet. Die € 150.000 is alleen voor het project Student en Stad, dat wil de studenten en stad met elkaar verbinden. Ik vind het trouwens een foute naam, alsof er onderscheid is tussen die twee. Ik stel voor dat we de naam na de gemeenteraadsverkiezingen in Studentenstad veranderen.  Maar los daarvan: wij steken ook geld in culturele uitingen die op studenten gericht zijn: denk aan de Muziekgieterij en filmtheater Lumière. Of neem de nieuwe fietsenstalling bij het NS-station, die is ook in het belang van studenten.

Had de gemeente niet al veel eerder de studentenhuisvesting hoog op de agenda moeten zetten? Heeft Maastricht niet veel te lang achterover geleund en zitten we daarom nu met een dreigend kamertekort?

“Het stond en staat hoog op onze agenda. Wij baseren ons net als alle andere universiteitssteden op de schattingen van Kenniscentrum Studentenhuisvesting Kencis. We konden daar tot dit jaar redelijk op koersen, al is het lastig dat dit model de buitenlanders niet meeneemt. En daar heeft de universiteit er veel van. Mijn collega Krabbendam zit nu bijna wekelijks om de tafel met de UM om dit op te lossen. We werken aan een tijdelijke huisvesting - tijdelijk betekent in dit geval tien jaar - en denken nu over Annadal of Randwijck.”

De verbindingen (trein, bus) met Brussel en Aken zijn hopeloos. Wat gaat de gemeente daar aan doen?

“We zijn er constant mee bezig. Onze coalitie is groot voorstander van een tramverbinding met Hasselt. Je kunt sinds de invoering van de nieuwe dienstregeling vier keer per uur met de bus naar Aken en ook de treinverbinding gaat veranderen. De overstaptijd wordt korter. Brussel baart me zorgen. De gemeente, provincie en universiteit trekken er hard aan, maar it takes two to tango. Wij zijn onder meer afhankelijk van de Belgische Spoorwegen.”

Welke rol ziet de gemeente voor zichzelf weggelegd bij de verdere uitbouw van het hoger onderwijs in deze stad?

“Wettelijk zijn wij verantwoordelijk voor de huisvesting van onder andere het basis-  en voortgezet onderwijs, maar niet voor het hoger onderwijs. Maar we zeggen niet: zoek het maar uit. Wij zijn de UM dankbaar dat ze de monumentale panden in de binnenstad zo’n goede invulling heeft gegeven. Wij werken graag mee aan de ontwikkeling van Tapijn en de verdere uitbouw op Randwijck. We hebben elkaar hard nodig, we hebben een gemeenschappelijk belang. Tegelijkertijd vinden we het belangrijk dat zowel de UM als de buurten inspraak hebben. Soms zijn dat lastige afwegingen. Kijk naar het studentenquotum voor bepaalde wijken. Je zou dat liever niet nodig hebben. Andere universiteitssteden worstelen ook met de studentenhuisvesting, wij zoeken allemaal het ei van Columbus. Het gaat om de mix, alle groepen in de stad moeten we bedienen.”

Wat doet de gemeente om kenniswerkers voor de stad (en regio) te behouden?

“Laat ik beginnen met een winstwaarschuwing. Het is heel normaal dat studenten hier studeren en na verloop van tijd weer terugkeren naar hun land of stad of dorp van herkomst. Ik beschouw hen als ambassadeurs van onze stad. Dat laat onverlet dat we druk doende zijn om kenniswerkers voor de stad en regio te behouden, onder andere door de ontwikkeling van Brightlands, de Chemelot campus, de Health en Smart Services campussen. We hebben daar veel hoogopgeleiden nodig, maar ook ambachtslieden en laaggeschoolden. De economische groei van Zuid-Limburg is op dit moment hoger dan in de rest van het land. De arbeidsmarkt is krap. Daarnaast proberen we de stad zo aantrekkelijk mogelijk te maken, onder andere door het cultuuraanbod, maar ook door de Expat Desk in het Centre Céramique waar men met alle vragen terecht kan. Daarin zijn we redelijk uniek. En we hebben als enige in Nederland een United World College.”

Gaat de gemeente te rade bij andere universiteitssteden om voorbeelden van ‘best practices’ op te halen?

“Tegenwoordig gebeurt het omgekeerde. De andere steden komen bij de jongste universiteitsstad kijken. Vroeger vanwege het pgo, nu om te zien hoe wij omgaan met zo’n grote groep buitenlandse studenten. Los daarvan: wij zijn lid van het Nederlands Netwerk Kennissteden en wisselen veel uit.”

Waarom hangen er geen welkomst-vlaggen tijdens de Open Dagen in de stad, zoals dat nu wel gebeurt tijdens de Tefaf? En waarom rolt Maastricht niet net als bijvoorbeeld Leiden letterlijk de rode loper uit tijdens de Open Dagen op het stationsplein? Ook wil de UM graag een rode loper tussen de faculteitsgebouwen in de binnenstad tijdens de Open Dagen, juist om te laten zien dat alle historische gebouwen op loopafstand te bereiken zijn.

“Die vlaggen, dat is een leuk idee, maar we doen het toch niet. Het bevestigt namelijk het vooroordeel dat studenten een aparte groep vormen. Tefaf is een evenement, maar waarom zouden wij de vlag uit moeten hangen voor studenten? Waarom dan ook niet voor andere bevolkingsgroepen? Wij willen studenten net als alle andere burgers ‘gewoon’ behandelen.  Bovendien is er een praktisch bezwaar: die vlaggen kosten per keer vijftienduizend euro, dat geef ik liever uit aan andere zaken voor studenten.

Het plan van een rode loper spreekt me aan, lekker out of the box gedacht, maar de praktische bezwaren zijn te groot. Het is gevaarlijk, mensen struikelen erover. Ik wil wel nadenken over een rode streep die ik in Hannover zag. Daar kun je zelfstandig stadswandelingen volgen door de rote Faden te volgen. Of zoiets in onze stad mag, moet ik nakijken.”

Waarom staat de UM niet vermeld op de Maastricht-borden als je de stadsgrens overgaat? Dat is reclame voor de UM én de stad.

“Ik vind dat een creatieve gedachte, daar wil ik over nadenken. Misschien is dit iets voor de volgende coalitie." Daarmee verwijzend naar de gemeenteraadsverkiezingen op 21 maart 2018. Wethouder Jongen roept iedereen op om te gaan stemmen. “Weet je niet op wie, vul dan de stemwijzer.nl of mijnstem.nl in.”

 

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)

CAPTCHA Afbeelding
Enter the code shown above: