Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Waarom er nog steeds geen Alzheimerpil is

Waarom er nog steeds geen Alzheimerpil is

Photographer:Fotograaf: Flickr

Farmaceuten hebben behoefte aan veelzijdig geschoolde onderzoekers

Na oncologie gaat het meeste geld en onderzoek naar hersenziekten als Alzheimer of Parkinson. Wie de 80 passeert, loopt 20 procent kans op deze aandoeningen. Maar paradoxaal is: we weten meer van het brein dan ooit, en toch levert die kennis minder medicijnen op. Zie hier een kluif voor de studenten van de unieke UM-masterspecialisatie Drug Development and Neurohealth.

Het was laatst groot nieuws: farmaceutisch bedrijf Pfizer stopt met onderzoek naar geneesmiddelen tegen Parkinson en Alzheimer. Sterker nog, zegt Wim Riedel, hoogleraar experimentele psychofarmacologie: ze hebben een streep gehaald door alle neurologische en psychiatrische geneesmiddelen. “Nu had Pfizer geen hele grote afdeling op dit terrein, maar toch zijn er 150 mensen op straat beland. Andere farmaceuten waren Pfizer voorgegaan en hadden de handdoek al in de ring gegooid, zoals GlaxoSmithKline.”

Wat betekent dat? Dat aandeelhouders ongeduldig zijn geworden, zegt Riedel, die zelf tien jaar in de farmaceutische wereld heeft gewerkt, eerst vijf jaar bij GSK in Cambridge (UK) en daarna bij Roche in Basel. “Al tientallen jaren stoppen farmaceuten vele tientallen miljarden in de ontwikkeling van nieuwe medicijnen, maar het levert bar weinig op. Het gekke is: we weten steeds meer van het brein en het centrale zenuwstelsel, maar dat levert minder geneesmiddelen op.”

Dat heeft verschillende oorzaken, ook praktische. “Onderzoek doen is duurder geworden, omdat de controle-eisen zijn verscherpt. Zo moet je een geneesmiddel tegenwoordig drie jaar op patiënten testen, tien jaar geleden was dat drie maanden.”

Belangrijker is dat de wetenschappelijke hypothese steeds verandert. “Jarenlang dacht iedereen dat de oplossing voor Alzheimer lag in het bestrijden van de eiwitophopingen in de hersenen, maar de steun voor dat onderzoek is afgebrokkeld. Farmaceuten dachten toen: misschien moeten we de ziekte in een vroeger stadium aanpakken. Maar ook dat bleek te laat. Nu richten ze zich op mensen die nog nergens last van hebben. Ze testen een vaccinatie met antilichamen op families met een genetische kwetsbaarheid voor een vroege vorm van Alzheimer.”

Denktrant

Een medicijn voor Alzheimer, maar ook voor depressie (dat beter werkt dan antidepressiva en minder bijwerkingen kent) is zoiets als een heilige graal geworden, beaamt Riedel. Twee jaar geleden heeft hij samen met de vakgroepen toxicogenomics en farmacologie de specialisatie Drug Development and Neurohealth in het leven geroepen, bedoeld voor studenten van de tweejarige onderzoeksmaster Cognitive and Clinical Neuroscience. 

“De kracht ervan zit in de veelzijdigheid. We scholen de studenten - met een biomedische of psychologische bachelor op zak - in verschillende onderzoeksmethoden, van laboratoriumonderzoek, big data-analyses, beeldvormingstechnieken tot gedragsonderzoek. In de industrie is veel behoefte aan deze mensen. Je werkt er in teams van onderzoekers met totaal verschillende achtergronden. Uit eigen ervaring weet ik dat de moleculair biologen, scheikundigen en gedragswetenschappers weinig snappen van elkaars werk, begrippenkader en denktrant. De specialisatie is uniek, studenten komen uit alle windrichtingen, uit Europa maar ook de Verenigde Staten, Canada en Brazilië.”

115 jaar oud

Na oncologie gaat het meeste geld en onderzoek naar hersenziekten. “En qua maatschappelijke behoefte denk ik dat neuropsychiatrische geneesmiddelen op één staan. Het aantal Alzheimerpatiënten verdrievoudigt in de komende 30 jaar. Dat komt door de dubbele vergrijzing: mensen worden ouder en lopen daardoor meer kans op neurodegeneratieve ziekten, én het geboortecijfer daalt.”

Alzheimer en Parkinson zijn niet van de laatste dertig jaar, maar kwamen altijd al voor. Alzheimer is nota bene vernoemd naar de arts die de ziekte in 1905 voor het eerst beschreef, zegt Riedel. “Alleen vielen deze aandoeningen vroeger niet zo op omdat mensen minder oud werden. Als je nu boven de tachtig bent, is het risico 20 procent.”

Bestaat er dan een houdbaarheidsdatum van het brein? “Ja, het lijkt er wel op, al zijn er altijd uitzonderingen. Hendrikje van Andel werd 115 en was glashelder. Aan de genen valt het een en ander af te lezen. Wie het gen Apo-E4 bij zich draagt, loopt een verhoogd risico op de ziekte van Alzheimer. Wie Apo-E2 heeft, is juist beter beschermd. Tegenwoordig zijn er bedrijven die op grond van wat speeksel en een paar honderd euro, het genoom in kaart brengen en uitsluitsel geven. Een teamgenoot bij Roche, een psychiater die aan Alzheimer werkte, liet dat doen. Het was slecht nieuws, hij bleek drager van E4. Ik zou dat zelf pas willen weten als er een werkend medicijn is.”

Publiek-privaat

Riedel kijkt met genoegen terug op zijn werk in de farmaceutische industrie. “Het is een veel groter wetenschappelijk bedrijf dan de universiteit, er gaat veel meer geld in om. Bovendien is het een razend interessante omgeving om je horizon te verbreden, om erachter te komen hoe allerlei stoffen werken. Kortzichtig aan de industrie is dat men uitsluitend bottom-up denkt. Oftewel: biologie bepaalt gedrag. Ze maken geneesmiddelen en die doen iets met mensen. Terwijl het omgekeerde ook het geval is: gedrag en gedachten doen iets met de biologie. Kijk alleen al naar placebo-effecten. Dit top-down denken is de verdienste van psychologen.”

Een ander nadeel is dat de koers van deze wetenschappelijke afdelingen wordt gedreven door aandeelhouders en winstbejag. “Al zullen farmaceuten altijd benadrukken dat de winsten dienen om ziekten te bestrijden. Alleen haken sommige nu dus af bij aandoeningen als Alzheimer en Parkinson. Op dit moment zie je in Europa publiek-private samenwerkingsprojecten ontstaan, waarbij de industrie en de academie de handen ineenslaan. Dat is een boeiende ontwikkeling.”

In september studeert de eerste lichting UM-studenten af. Ze zullen uitvliegen naar laboratoria in bedrijven of universiteiten, maar Riedel maakt zich weinig zorgen of ze goed terechtkomen. De veertien studenten van de eerste lichting hoefden niet bepaald hemel en aarde te bewegen om een stageplaats te vinden; ze zitten onder meer bij de farmaceuten Roche (Basel) en Grünenthal (Aken), en bij de universiteiten van Harvard (VS), Ottawa (Canada), Fukuoka (Japan), Cork (Ierland) en Maastricht.

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)