Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Het is belangrijk de dingen op tijd en stond wat luchtig te houden"

“Het is belangrijk de dingen op tijd en stond wat luchtig te houden"

Photographer:Fotograaf: Joey Roberts

zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder

Bram van Hofstraeten (1978, Herentals België)/ universitair hoofddocent aan de rechtenfaculteit, sinds 2016/ “vrij van gezel/ woont afwisselend in Antwerpen, Maastricht en “zodra het kan in mijn huisje in de Lot in Zuid-Frankrijk”

Ik speel graag de baas. Zodra ik iets in een groep moet doen, heb ik het liefst de touwtjes in handen ja. Ik begeleid twee promovendi voor mijn Vidi-project [onderzoek naar personenvennootschappen in de 17e en 18e eeuw in de Lage Landen] en dat is oefenen; ik heb iets bedacht en wil dat het zo gaat, maar ik moet beiden ook de ruimte geven voor eigen inbreng. Ik zat vroeger bij de scouting en nam toen al graag de organisatie op me van feesten en evenementen. Of dat niet tot irritatie leidde? Ik denk dat ik met veel weg kwam [grinnikt]. Sinds september ben ik faculteitsraadsvoorzitter. Niet omdat ik de baas wil spelen. Ik had me opgegeven als lid en er was een voorzitter nodig.

Ik was een lastige puber. Ik kan me niet herinneren dat ik ooit problemen heb veroorzaakt, ik was een voorbeeldig kind. Dat hebben mijn ouders me ook wel ingepeperd: ‘Pas op met wat je doet, want wat zullen de anderen in het dorp wel niet zeggen’. Ik kom uit Wechelderzande, tussen Antwerpen en Turnhout, met drieduizend inwoners. Mijn vader was er huisarts, ik was de zoon van meneer doktoor. Ik was hyperkinetisch, bewoog constant, praatte veel. Op mijn rapport stond iedere keer dat ik moest leren stilzitten. Ik ben nu rustiger, maar ontspannen in een zetel hangen kan ik nog steeds niet. Net als film kijken zonder iets anders te doen. Op school was ik haantje de voorste, soms best onaangenaam als ik eraan terugdenk. Toen ik naar de middelbare school ging, vijftien kilometer verderop, werd ik op mijn plaats gezet. Daar was ik de boerenpummel tussen veel stadskinderen.

Ik krijg stress van trouwen/ kinderen/ verhuizen/ collega’s. En ik moet er één kiezen? Van verhuizen krijg ik geen stress, ik ben wel veertien keer verhuisd, van collega’s evenmin. Trouwen ga ik niet op korte termijn. Kinderen, poeh, ik kan er best goed mee opschieten. Maar ze zelf opvoeden? Die eerste twee jaar dat je in die pampers zit en geen nachtrust krijgt: je leven wordt compleet verstoord.

Wat ik vroeger wilde worden: Huisarts, omdat mijn vader dat was. Mijn moeder had nooit kunnen studeren en vond het zonde als mijn zus en ik niet voor het hoogst haalbare zouden gaan: de universiteit. We waren geen rotverwende kinderen, maar we hadden wel een prachtig huis en altijd goed eten. We kwamen niets te kort. Ik dacht: ‘Als ik dokter word, heb ik dat ook’. Mijn zus is geneeskunde gaan studeren met de gedachte de praktijk van mijn vader over te nemen. Toen ik achttien was, wist ik het eigenlijk niet goed. Ik blonk niet uit in een bepaald vak, ik kon alles een beetje, ik was een Jack of all trades, master of none. Het werd tandheelkunde, zag een mooie carrière voor me. Na twee jaar stopte ik. Ik ontdekte dat je passie volgen belangrijker is dan geld verdienen. Het werd geschiedenis in Leuven. Ik wilde verder in de wetenschap en schreef mijn proefschrift in Maastricht.

Ik ben een keukenprins. Totaal niet. Ik haat koken, vind het tijdsverlies. Ik eet zo rap mogelijk, liefst op de bank. Maar voor iemand die niet graag in de keuken staat, eet ik weinig kant-en-klare maaltijden. Ik doe altijd wel een poging.

Naar welk jaar zou je terug willen? Naar 1990, ik was twaalf en had toen moeten beginnen met koersen. Ik heb de sport veel te laat ontdekt. Ik vond wielrennen altijd saai, maar in 1999 heeft Frank Vandenbroucke [Belgisch beroepswielrenner die in 2009 op 34-jarige leeftijd overleed] me voor de koers gewonnen. Ik was om en bleek best goed te kunnen klimmen. Zeven of acht jaar heb ik intensief gefietst, als amateur, deed Luik-Bastenaken-Luik, de Ronde van Vlaanderen. Ja, daar ben ik trots op.

Wat kunnen Belgen van Nederlanders leren? Hoe ze hun staatsschuld moeten afbouwen. Ik heb de indruk dat er in Nederland op een volwassenere en serieuzere manier aan politiek wordt gedaan. Belgische politici denken vaak aan de korte termijn. Bovendien krijgen ze te veel mediatraining. Als een journalist een vraag stelt, proberen ze zo weinig mogelijk te zeggen. Vervolgens vraagt die journalist ook niet door. Dat doen hun Nederlandse vakgenoten beter.

Thuis voel ik mij het beste. Ik heb geen thuis meer. Voor mij is er maar één thuis en dat is mijn ouderlijk huis. Ik heb me nooit ergens anders beter of veiliger gevoeld. Mijn ouders hebben het huis verkocht. Toen ik dat hoorde, moest ik wel even slikken, ik had gedacht dat ze daar zouden sterven. Het is en blijft mijn huis met mijn kamer en mijn bomen in de tuin. In Antwerpen heb ik al jaren een appartementje, dichtbij familie en goede vrienden. Ook in Maastricht ben ik graag. En dan is er nog Zuid-Frankrijk. Tijdens de zomer volgde ik altijd het parcours van de Tour, racefiets in de auto en erachteraan. Ik werd verliefd op de Lot, een streek in het zuiden. Een aantal jaren geleden kocht ik er een spotgoedkoop schuurtje. Als het kan, rijd ik ernaar toe. Ik knap het op, drink ’s avonds een pintje met de buren. Ik ben best sociaal, maar ook graag alleen, vooral als twintiger vond ik het plezant om te doen wat ik zelf wilde. Nu ben ik bijna veertig en het wel een beetje beu om alles alleen te doen.

Laatste concert: Van alt-J, vier jongens uit Leeds. Ze speelden in januari in Vorst Nationaal in Brussel. Hun muziek wordt omschreven als indietronica. Het klinkt soms ietwat gekunsteld, maar er is goed over nagedacht. Het behoort tot het beste wat ik de afgelopen tien jaar heb gehoord. Ik houd van live muziek, ook van festivals. Mijn eerste bezoek was aan Rock Werchter, in 1993, samen met mijn oudere neef. Festivals voelen als eilandjes in de maatschappij waar je alles los kunt laten.

Rechtshistorie: bah, saai. Dat is het gevoel dat veel studenten hebben. Ik geef hoofdzakelijk rechtsgeschiedenis en draai mee in het blok metajuridica. Ik heb altijd het idee dat ik extra mijn best moet doen om het aantrekkelijk te maken. Sommige dingen zijn nu misschien wel evident, maar vroeger heel vaak onderwerp van debat geweest. Ze moeten blijvend in vraag gesteld worden. Het rendementsdenken van veel studenten – ik wil niet iedereen over één kam scheren – is verschrikkelijk, alles draait om studiepunten.

Vind je jezelf volwassen? Nee, niet dat ik me onvolwassen gedraag of geen verantwoordelijkheid neem, maar het is een gevoel dat ik het gewoon nog niet ben en ook niet hoef te worden. Het is belangrijk de dingen op tijd en stond wat luchtig te houden. Een collega noemde me ooit Peter Pan, vanwege dat speelse.

Tags:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)