Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Wat huisartsen allemaal niet weten

Wat huisartsen allemaal niet weten

Photographer:Fotograaf: Eigen foto

Heeft het zin om een vezelrijk dieet voor te schrijven bij obstipatie? Hebben COPD-patiënten baat bij lichaamsbeweging? Wanneer geef je cortisone-injecties bij schouderklachten? Zie hier een greep uit de kleine achthonderd vragen die huisartsen onlangs hebben gebundeld in de Nationale Onderzoeksagenda. “Het wordt de hoogste tijd dat wetenschappers ook de minder sexy onderwerpen onder de loep leggen.”

Oorsmeer. De een maakt daar meer van aan dan de ander, maar sommigen hebben er zoveel last van dat het hen hindert in het dagelijks leven. Ze horen niet goed meer. Uitspuiten werkt soms goed, soms niet. Wat te doen als huisarts? En hoe komt dat eigenlijk, dat sommige mensen zoveel oorsmeer aanmaken?

Niemand die het weet, niemand die er onderzoek naar doet.

Een ander dilemma vormen oudere patiënten. Regelmatig overlijden 70-plussers die acuut in het ziekenhuis belanden, en wel binnen een paar dagen. Wanneer besluit je om een patiënt niet meer door te sturen? Het zou handig zijn als daar criteria voor waren.

Soms is het juist verstandiger om niets te doen. Bij een oogontsteking – rood oog met pus – schrijven huisartsen vaak antibiotica voor, terwijl de ontsteking meestal na een paar dagen vanzelf verdwijnt. Dat geldt ook voor urineweginfecties bij vrouwen. Niets doen is aanvankelijk de beste behandeling. Al willen huisartsen wel graag weten hoe groot de kans is op spontaan en blijvend herstel.

Deze vragen vormen slechts een greep uit de 787 vragen die op initiatief van het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) zijn verzameld. Dat gebeurde onder voorzitterschap van de Maastrichtse hoogleraar André Knottnerus. Alle acht UMC’s hebben eraan meegewerkt, maar ook patiëntenverenigingen, onderzoeksfondsen en wetenschappelijke beroepsverenigingen. Het doel: betere zorg voor de patiënt.

Jako Burgers, bijzonder hoogleraar in Maastricht vanuit het NHG en praktiserend huisarts, verbaast zich in het geheel niet over de enorme waslijst aan vragen, zei hij eerder tegen artsenblad Medisch Contact. “We hebben artsen weleens verzocht om één dag lang alle vragen op te schrijven die ze tegenkomen. En dat loopt al snel in de tientallen.”

De ‘kennislacunes’ zijn niets nieuws. De Gezondheidsraad vroeg er een paar jaar geleden aandacht voor, en het NHG registreert de hiaten al vanaf 1989, vanaf het moment dat huisartsen met richtlijnen werken, die per aandoening voorschrijven welke behandeling de voorkeur verdient. “Sindsdien krijgen we steeds beter in beeld welke kwalen we over het hoofd hebben gezien”, zegt Burgers, kartrekker van de Nationale Onderzoeksagenda. “Dat zijn toch de kleine ongemakken, die niet tot de verbeelding spreken, die niet sexy zijn. Oorsmeer, wratten, jeuk, dat soort dingen. Daar wordt nauwelijks onderzoek naar gedaan, geen subsidie voor vrijgemaakt, terwijl huisartsen deze kwalen elke dag tegenkomen.”

En dus niet weten wat ze ermee aan moeten? “Nee, vaak niet. Gelukkig zijn de klachten niet levensbedreigend maar vooral hinderlijk. Meestal wacht je dan af hoe een en ander zich ontwikkelt en bestrijd je ondertussen de symptomen als pijn of jeuk.”

Burgers maakt binnenkort een ronde langs de subsidiegevers. Het geld moet komen van het ministerie (via ZonMW), de zorgverzekeraars, de industrie en de grote fondsen als KWF en de Hartstichting. Wat als ze niet met geld over de brug komen? “De agenda heeft nu al effect gesorteerd. We krijgen heel veel positieve reacties. Onderzoeksagenda’s vormen een trend die je ook in andere disciplines ziet, in binnen- en buitenland. ZonMW heeft al naar aanleiding van onze agenda onderzoekscalls uitgeschreven. Laten we hopen dat wetenschappers en subsidiegevers zich erdoor geïnspireerd voelen om ook deze onderwerpen onder de loep te leggen.”

De lacunes hebben overigens niet allemaal betrekking op de gezondheid en ziekte, ook zijn er vragen over de omgang met patiënten. Zo vragen huisartsen zich af hoe ze oudere migranten het beste kunnen benaderen. Ze zitten vaker in de wachtkamer dan Nederlandse ouderen, maar hun verblijf in de spreekkamer duurt korter. Andere hiaten zijn praktisch van aard: hoe stel je patiënten met vage klachten gerust? Hier is nauwelijks onderzoek naar gedaan, maar het is wel belangrijk. Gunstige testuitslagen nemen de angst namelijk niet weg.

Categories:Categorieën:
Tags:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)