Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Grote meerderheid geeft sloppy science toe

Grote meerderheid geeft sloppy science toe

Slordige wetenschap in de medische onderwijskunde

Hoe slordig zijn onze wetenschappers? Negentig procent van bijna zeshonderd geënquêteerde onderzoekers geeft toe minstens één keer over de schreef zijn gegaan. Fout nummer één: een auteur noemen die in de praktijk maar bar weinig heeft bijgedragen aan je onderzoek. Dat blijkt uit een recente studie van Erik Driessen, hoogleraar in medische onderwijskunde aan de Universiteit Maastricht en twee Amerikaanse collega’s. Afgelopen dinsdag was er een lunchlezing over het thema.

Wat is slordige wetenschap, wil de Amerikaanse onderzoeker Lauren Maggio van de toehoorders weten in de Co Greep Zaal van de Universiteitssingel 60. “Plagiaat”, roept er een. “Slechte data-analyses”, “het masseren van data”. Ze passen allemaal in het rijtje van onverantwoordelijk en onethisch gedrag.

Maar daarnaast is er een grijs gebied. Zaken die misschien niet mogen, maar onbewust doorsijpelen en uiteindelijk “meer schade toebrengen aan de wetenschap en haar reputatie dan overduidelijke fraude”, schrijven Lauren Maggio, Anthony Artino (Uniformed Services University of the Health Sciences in Bethesda) en Erik Driessen in hun studie Ethical Shades of Gray.
En waarom zou dat niet gebeuren op hun eigen vakgebied, dat van de medische onderwijskunde? Om die zogeheten questionable research practices te toetsen, stuurden ze een enquête naar 1840 onderzoekers over de hele wereld (zij werden gefilterd uit twintig wetenschappelijk tijdschriften). Ruim een kwart reageerde. Daarnaast kwamen er reacties via Twitter waarop de enquête eveneens wereldkundig was gemaakt.

Het resultaat: 90 procent van de 590 respondenten – gemiddeld 46 jaar en hoofdzakelijk werkzaam aan een universiteit in de Verenigde Staten, Europa en Canada – gaf toe zich minstens één keer schuldig te hebben gemaakt aan slordige wetenschap. “We stonden versteld van die hoeveelheid”, vertelt Maggio. Driessen: “Het is ongelooflijk dat zoveel onderzoekers toegeven dat ze onverantwoordelijk bezig zijn geweest.”
In de top tien: het toevoegen van auteurs die nauwelijks hebben bijgedragen, uit artikelen citeren die je niet hebt gelezen, gevoelige data onzorgvuldig opslaan, uit bepaalde artikelen citeren om redacteuren of reviewers te pleasen, het negeren van opmerkingen van een collega over de interpretatie van je data en salami slicing (studieresultaten verspreiden over meerdere artikelen).
Zware overtredingen passeerden ook de revue. Aan plagiaat maakten 31 onderzoekers (5,5 procent) zich schuldig. Ook het wijzigen van resultaten onder druk (bijvoorbeeld van een senior of opdrachtgever) kwam voor: bij dertig personen. Twintig gaven toe onwelgevallige data te hebben verwijderd en veertien zeiden data te hebben verzonnen.

Maggio: “Volgens een van de respondenten lijkt het de norm geworden om af en toe slordig te zijn. Het heeft alles te maken met de druk om te publiceren en subsidies binnen te slepen.”
In Azië wordt het salaris gekoppeld aan het aantal publicaties, vertelt Driessen die onlangs per e-mail een uitnodiging kreeg om spookauteur te worden. “Of ik een paper wilde schrijven aan de hand van hun data. Vervolgens zouden de namen van de 'nepauteurs' erboven worden geplakt. Er wordt veel geld geboden voor dit soort praktijken.”
De discussie gaat onder andere over de vraag of er wel zo’n grijs gebied is. “Je weet toch dat het niet mag?” reageert er een. Een ander: “Daar ben ik het niet mee eens. De spelregels zijn vloeiend.” Driessen: “Vooral de oudere respondenten vinden dat er veel is veranderd. Vroeger was er meer toegestaan.”
Zou een checklist met daarop de belangrijkste aandachtspunten erger kunnen voorkomen, vraagt iemand zich hardop af. Maggio: “In het geval van het auteurschap moet je al bij sommige wetenschappelijke tijdschriften achter elke naam schrijven wat hij of zij heeft bijgedragen aan de studie.”

Een toehoorder in witte doktersjas: “Een checklist zal niets veranderen. De cultuur moet veranderen. En dat begint bij de junioren.” Ze krijgt bijval. “Vooral senioren zien meer door de vingers, permitteren zich meer en zijn daardoor niet altijd de juiste rolmodellen.” “Dus er is aandacht voor de junioren terwijl de senioren hun gang kunnen gaan. Dat werkt niet”, reageert een jonge onderzoeker. Haar collega: “Mee eens. Je baas doet het, waarom jij dan niet? Je gaat erin mee. It’s a strong socialized practice.”

Preprint van de studie: https://www.biorxiv.org/content/early/2018/01/31/256982

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)