Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Mythe: wie onschuldig is, heeft een goed alibi

Mythe: wie onschuldig is, heeft een goed alibi

Photographer:Fotograaf: Eigen foto

Naar het rijk der fabelen

Heb je niets verkeerds gedaan, dan hoef je je geen zorgen te maken als de politie aan de deur staat. Dat is wat het gros van de mensen denkt. Maar stel je eens voor: je hebt zomervakantie, je bent jong en stuitert van het ene feest naar het andere. De dagen rijgen zich aaneen. Aan het eind van de zomer staat ineens de politie aan je deur. Er is in de buurt een studente verkracht. Ze heeft de dader gezien en jij blijkt aan het signalement te voldoen: zwarte huidskleur, 1,80 lang, 80 kilo en een dun snorretje.

Waar was je in de nacht van 28 juli, vraagt de agent.

Ehm, even denken, dan schiet je te binnen dat je je broer hebt bezocht en daarna met vrienden iets bent gaan drinken. Een paar dagen later spreek je je moeder. Ze zegt dat je je hebt vergist: je sliep die nacht bij haar op de bank. Oei, je raakt in paniek, je hebt een verkeerd alibi doorgegeven. En dan wijst de studente jou even later ook nog als dader aan in een line-up. Voor de rechter is het klip en klaar: levenslang!

Dit is geen fictie maar waar gebeurd, in de VS in de jaren tachtig. Robert Cotton was de naam. Na tien jaar kwam hij vrij, toen DNA-onderzoek uitwees dat hij nooit de dader kon zijn.

Cotton is niet de enige onschuldige die in de problemen komt door een zwak alibi. In 68 procent van alle gerechtelijke dwalingen in de VS is het alibi van de ten onrechte veroordeelde op zeker moment niet geloofd, zegt Ricardo Nieuwkamp, die onlangs promoveerde op het onderwerp. Uit zijn onderzoek blijkt dat maar 2 procent van de onschuldigen in staat is om een geloofwaardig verhaal op te dissen.

Hoe komt dat? Rechercheurs stellen te hoge eisen, verwachten dat onschuldigen met sterk bewijs komen. Dat kan getuigenbewijs zijn, waarbij geldt: hoe afstandelijker, hoe overtuigender. Een verklaring van een straatbewoner legt meer gewicht in de schaal dan van een zoon of dochter. Ander sterk bewijs is tastbaar, liefst camerabeelden. Of kennisbewijs: je weet iets wat anderen niet kunnen weten. Je stond in een file die nergens is gemeld.

Wat veel vaker voorkomt, zeker als het gaat om een nachtelijke verkrachting, is dat de meeste mannen naast hun vrouw in bed liggen, zegt Nieuwkamp. “Dat is zwak bewijs, en dan blijf je enigszins verdacht. Helemaal als je je vergist en van alibi wisselt. Dan daalt gelijk je geloofwaardigheid. Terwijl die vergissing vaak het gevolg is van stress tijdens het verhoor. Rechercheurs hebben vaak niet in de gaten hoe overweldigend dat kan zijn.”

Bovendien koesteren agenten opvattingen over het geheugen die nogal uit de pas lopen met modern onderzoek. “Te vaak denken ze dat het brein werkt als een videorecorder die je kunt terugspoelen naar de dag van het misdrijf. Helaas, het geheugen maakt meer fouten dan je denkt.”

Nieuwkamp, die inmiddels bij het Belgische Vias institute werkt en onderzoek doet naar verkeersveiligheid, weet dat slechts 14 procent van de rechercheurs die aan zijn studie hebben meegewerkt, een training heeft gevolgd over het evalueren van alibi’s. “Er is duidelijk behoefte  aan meer aandacht hiervoor in het curriculum”, zegt Nieuwkamp. Daarom gaat hij binnenkort met de Nederlandse politieacademie bekijken hoe zijn resultaten kunnen worden verwerkt in het onderwijs.

Dit is een serie waarin wetenschappers misvattingen op hun vakgebied naar het rijk der fabelen verwijzen

Categories:Categorieën:
Tags:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)