Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

"We hebben heel veel lol gehad, wat rondgefietst in het Amsterdamse cafécircuit"

"We hebben heel veel lol gehad, wat rondgefietst in het Amsterdamse cafécircuit"

Photographer:Fotograaf: Loraine Bodewes

zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder

Han Aarts (59 jaar, Eindhoven)/ directeur Maastricht University Centre for International Cooperation in Academic Development (MUNDO), sinds 1997/ samenwonend met Heiny Eilkes, samen zoon Thijn (9); uit vorig huwelijk dochters Christine (28) en Simone (25)/ woont in Maastricht

Eenzaamste periode in mijn leven. De eerste maanden dat ik in Amsterdam studeerde. Toevallig lees ik nu Alle Dagen Laat, het dagboek van Mensje van Keulen uit 1976, het jaar dat ik begon aan sociale geografie aan de Vrije Universiteit. Ze geeft een inkijkje in haar leven, heel herkenbaar dat Amsterdam van toen. Ik wilde graag weg uit Eindhoven, had Utrecht in mijn hoofd, maar werd uiteindelijk in Amsterdam geplaatst. Zo werkte dat toen. Ik was enorm geïnteresseerd in landkaarten, tekende ze zelf ook, had veel atlassen, stadsplattegronden. Ons gezin was helemaal niet van de verre reizen. Mijn vader was een huismus, er was bij wijze van spreken niets leukers dan in de tuin zitten. Ik had een oom die voor Philips overal was geweest. Costa Rica, Nigeria, Egypte. Ik vond het heerlijk als hij daarover vertelde, zijn hele huis rook exotisch. Maar ik dwaal af, terug naar mijn eenzaamste periode [glimlachend]. Ik vond Amsterdam een harde stad, onveilig, een uit de rails gelopen tolerante samenleving met een groot drugs- en krakersprobleem. Op mijn achttiende verjaardag zat ik op een zolderkamer bij het Surinameplein en vond het nogal wat: alles zelf doen, koken, boodschappen. Regelmatig ging ik terug naar huis, ik heb heel wat heen en weer gelift. Ik kreeg eens een lift van acteur Peter Faber. Hij was destijds aan het oefenen voor een tapdansscene. In de auto draaide een cassettebandje met van dat getik. Ik maar hopen dat hij zijn voeten op de pedalen hield.

Sporten? Uh, ik ben beter in andere dingen. Ik heb lang gevoetbald, maar na mijn twintigste ben ik gestopt vanwege blessures aan mijn knie. Ik houd van bewegen, maar zit nu vooral op de fiets, door de heuvels of op en neer naar Luik. Als je me vraagt waar ik echt verslingerd aan ben, zeg ik lezen. Romans, vakliteratuur, kranten. En schrijven, muziek luisteren. De late uren in de avond. Het is bijna een ritueel geworden.

Het belangrijkste dat ik van mijn vrouw heb geleerd. Mijn eerste echtgenote, met wie ik in 1989 trouwde, was heel gemakkelijk in het leggen van sociale contacten. Ik ben iemand van de individuele vrienden, maak graag één-op-één afspraken. Zij kreeg regelmatig de hele buurt over de vloer, iets waar ik me ongemakkelijk bij voelde. Dan dacht ik: ‘O god, al die mensen, daar moet ik iets mee.’ Mijn huidige vrouw, Heiny, heb ik in 2000 aan deze universiteit ontmoet op een inauguratiefeestje van een hoogleraar. Haar passie voor theater vind ik fantastisch. Door het maken van toneel kan ze iets onzegbaars creëren en tot uitdrukking brengen, dat is bijzonder.

Papa, ik lijk steeds meer op jou. Dat heb ik nog niet gehoord van mijn kinderen. Ze lijken niet op mij, zowel qua uiterlijk als karakter. Nou ja, misschien heel subtiel, als je let op kleine dingen. Of ik op mijn eigen vader lijk? Nee, vroeger zeiden ze dat ik van de melkman was. Mijn vader is in 2011 overleden, hij is 83 geworden. Natuurlijk, naarmate je ouder wordt, zie je steeds meer overeenkomsten, maar ze zijn moeilijk onder woorden te brengen, het zijn maniertjes, hoe je beweegt, dingen doet en ervaart. Mijn vader was heel sfeergevoelig. Dat heb ik van hem.

Ik ben een makkelijke baas. Ik vind van wel. Een tikkeltje eigenwijs, ik houd graag aan mijn eigen ideeën vast, maar ik probeer collega’s te laten doen wat ze willen doen.

Grootste verdriet? Ons zoontje dat na een zwangerschap van 31 weken is gestorven bij de geboorte. Dat was in 2005. Zijn longen ontwikkelden zich niet. De artsen hebben geen sluitende verklaring kunnen vinden. We hebben hem een paar dagen thuis gehad om afscheid te nemen. Thijn is in 2009 geboren, een geschenk uit de hemel, we hadden het niet meer verwacht.

Ik ben opgegroeid met muziek. Zeker. Mijn vader was koorzanger en zat in het bestuur van de vereniging. Toen ik zes was, ging ik in het jongenskoor. Iedere zondag een dienst en een of twee keer per week repetitie. Op kerkelijke feestdagen zongen we Mozart, Bruckner. Heel mooi, ik houd nog steeds van Mozart. Op mijn tiende verhuisden we naar een andere buurt, ik ging andere dingen doen, voetballen en orgelspelen. Mijn vader had een Philicorda, een elektronisch orgel van Philips. Ik begon aan een klassieke orgelopleiding aan de muziekschool, maar stopte toen ik naar Amsterdam vertrok. Wel heb ik daar nog met een stel studiegenoten een gelegenheidsbandje opgericht. We noemden ons Basic Needs, naar een filosofie uit het ontwikkelingsdenken. Ik vond het een prachtige naam. We hebben heel veel lol gehad, wat rondgefietst in het Amsterdamse cafécircuit. Muzikaal stelde het niet veel voor, maar onze zanger was een godsgeschenk, hij had een fantastisch goede stem. Ik speelde toetsen, had een JX-3P synthesizer, dezelfde als de Simple Minds, een duur ding dat ik via via goedkoper had kunnen krijgen. Het was de trots van de band. In 1986 gingen we uit elkaar, ik ging in Maastricht werken als medewerker buitenland aan de toen nog Rijksuniversiteit Limburg.

Met afscheid nemen heb ik geen moeite. Ik ben, net als mijn vader, van het constante, ik houd graag vast aan bepaalde lijnen en patronen. Niet voor niets werk ik al zo lang bij de UM. De dood van mijn ouders vond ik moeilijk, maar ik heb daar vrede mee. Ze hebben een mooi leven gehad. Neemt niet weg dat je je moeilijke momenten houdt. Ik heb veel gereisd en veel mensen ontmoet, maar doorgaans kostte me dat afscheid weinig moeite.

In het westen beseffen we veel te weinig hoe verwend we zijn. Mee eens. Ik ben sober opgegroeid. We waren niet arm, maar het waren wel de jaren zestig. Dingen die toen nieuw waren, zoals een televisie of auto, zijn nu niet meer weg te denken. Onze telefoon was zo’n zwart bakelieten ding dat in de gang hing. Ik ben met het besef opgevoed dat niet alles vanzelfsprekend is. We leven nu in fantastische materiële welvaart, maar daar word je niet per se gelukkiger van. In landen waar ik kom, in Azië, Afrika, leven de meeste mensen veel eenvoudiger. Maar er wordt niet minder gelachen. Of klink ik nu als een oude zeur?

 

Tags:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)