Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Persvoorlichters moeten scoren in de media? Nee hoor”

“Persvoorlichters moeten scoren in de media? Nee hoor”

Photographer:Fotograaf: Think Stock

Medische persberichten worden maar al te vaak opgeklopt

Een op de vijf medische persberichten die universitaire medische centra de wereld in sturen, is aangedikt. Geldt dat ook voor Maastricht? Een interview met twee persvoorlichters van het Maastricht UMC+.

Nieuws over gezondheid is niet altijd even betrouwbaar, maar dat valt niet alleen journalisten aan te wrijven. Ook persvoorlichters doen een duit in het zakje. Dat bleek al in 2014 uit een Britse studie die aantoonde dat overdrijving in het nieuws sterk samenhing met opgeklopte persberichten. Leidse onderzoekers namen de proef op de som en hielden 129 Nederlandse persberichten en de daaruit voortvloeiende 184 nieuwsberichten tegen het licht. Conclusie: een op de vijf persberichten over gezondheid is opgeblazen, en dan is de kans op een overdreven nieuwsbericht 92 procent.

Kwalijk, vindt MUMC-persvoorlichter Dick Nagelhout. “Zeker als je bedenkt hoeveel schade je daarmee kunt aanrichten voor patiënten. Ze zitten in een kwetsbare positie, klampen zich soms vast aan de laatste strohalm en denken ten onrechte dat een nieuwe behandeling nabij is. Vooral met kankeronderzoek op moleculair niveau, dat in de verre toekomst mogelijk een behandeling kan opleveren, wek je al snel verkeerde verwachtingen als je niet zorgvuldig formuleert. In het slechtste geval staat hier de telefoon een dag later roodgloeiend.”

Stuurt het MUMC ook weleens opgeklopte persberichten rond?

Persvoorlichter Nieky van Steenkiste: “Wetenschapscommunicatie is een samenspel tussen voorlichters, onderzoekers en journalisten. Soms benaderen MUMC-onderzoekers ons, andere keren gaan we in de organisatie zelf op zoek naar nieuwswaardig onderzoek. Met Dagblad De Limburger, de Volkskrant of een ander medium dat mogelijk geïnteresseerd is, nemen we dan vaak persoonlijk contact op. Maar hoe het ook loopt, we zijn ons steeds bewust van de gevolgen van de berichtgeving voor patiënten.”

Dus het MUMC stuurt nooit overdreven persberichten weg.

Van Steenkiste: “We proberen het in ieder geval te vermijden. En dan bedoel ik ook het suggereren van causale verbanden die er niet zijn. Op de radio ging het vorige week over een Chinese studie, waaruit zou blijken dat één ei per dag hart- en vaatziekten voorkomt. Terwijl in de studie geen sprake was van een oorzakelijk maar een associatief verband. Om zeker te zijn, leggen wij persberichten altijd voor aan de betreffende onderzoeker voordat we iets versturen.”

Die kan ook een aangedikte tekst aanleveren.

Van Steenkiste: “Ik vraag altijd om het wetenschappelijke artikel. Ik heb moleculaire levenswetenschappen gestudeerd en wil precies weten wat er is onderzocht. Of dat in vitro of bij mensen is gedaan? In welk tijdschrift het heeft gestaan? We checken ook altijd bij de laatste auteur van het artikel: promotor dan wel hoogleraar. Het komt weleens voor dat die zegt: ik zou er nu nog niets mee doen. Of: wacht nog maar even.”

Maar goed, tegelijk wil je de aandacht van journalisten. Of zoals voedingswetenschapper Martijn Katan vorige maand in NRC zei: persvoorlichters moeten nu eenmaal scoren in de media.

Van Steenkiste: “Nee hoor, zo voelt dat niet. We doen dit werk onder meer omdat wetenschappelijk onderzoek deels ook met belastinggeld wordt betaald. Je wilt laten zien wat ermee gebeurt.”

Je wilt ook het MUMC in een goed daglicht stellen.

Van Steenkiste: “We zijn een communicatieafdeling en we proberen een beeld neer te zetten van de organisatie, je wilt laten zien waarin het MUMC zich onderscheidt. Niet alleen via de media, ook via social media, patiëntenvoorlichting en presentaties.”

Worden jullie afgerekend op de aantallen publicaties over MUMC in de media?

Nagelhout: “Nee, wel vragen onderzoekers zich weleens af waarom het Catharina ziekenhuis in Eindhoven bijvoorbeeld met bepaald onderzoek de voorpagina heeft gehaald en MUMC-onderzoekers niet. Terwijl die op dat vlak toch ook mooie dingen doen.”

Is dat voor jullie de kers op de taart, op de voorpagina belanden van landelijke kranten?

Van Steenkiste: “Vorige week nog stond een gynaecoloog-in-opleiding van ons, tevens gezondheidszorgjurist, op de voorpagina van de Volkskrant. Ze had uitgezocht dat ziekenhuizen tegenwoordig veel meer schadeclaims krijgen. Is het ons daarom te doen? Ik weet het niet. Het is natuurlijk wel mooi.”

Nagelhout: “Soms is meewerken aan een mediaproductie lastig. Hart van Nederland bijvoorbeeld wil wetenschap toegankelijker brengen en vraagt dan ter illustratie om een patiënt. De behandelaar moet dan vragen: ‘Wilt u meewerken aan een televisie-uitzending?’ Dat terwijl die patiënt in een afhankelijke positie zit. In hoeverre voelt die zich verplicht om mee te werken? Heeft weigering consequenties voor de behandeling?”  

Je hoort weleens dat onderzoekers of artsen op het matje worden geroepen door de communicatieafdeling als ze op eigen houtje naar de pers stappen. Gebeurt dat hier ook?

Nagelhout: “We zitten niet in de positie om onderzoekers te berispen, maar we horen wel graag van tevoren als Maastrichts onderzoek in de media komt.”

Van Steenkiste: “Op de ochtend van publicatie van het artikel over schadeclaims ging om 7.00 uur mijn telefoon, met de vraag of de onderzoekster geïnterviewd kon worden voor Radio 1. Als ik dan van niets weet, is dat nogal onhandig.”

Nagelhout: “Als wij op de hoogte zijn, kunnen we het maakproces bewaken. Een onderzoeker stort zich al snel met zijn hele ziel en zaligheid in zo’n interview, maar wij kunnen ervoor zorgen dat die beter is voorbereid. We verzoeken om de vragen vooraf en om inzage vóór publicatie.”

 

Loont het eigenlijk om persberichten zwaarder aan te zetten? Levert het, los van alle mogelijke imagoschade, meer aandacht op? Ja, blijkt uit het Leids onderzoek. Iets meer.

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)