Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

"De doos is te klein of de eieren zijn te groot"

"De doos is te klein of de eieren zijn te groot"

Photographer:Fotograaf: Loraine Bodewes

Werk aan de winkel: Verkoopmedewerker op de weekmarkt in Maastricht

Emmy Maas/ 21/ derdejaars geneeskunde/ werkt elke vrijdagochtend, de tijden wisselen/ verdient tot 60 euro per dag

‘Champignoooooneeeee in de reclaaaaameeee!’ is wat mensen verwachten als Emmy Maas vertelt over haar bijbaan, maar er klinkt geen geroep achter de kraam van Champignonhandel Jan Haagmans. In tegenstelling tot wat veel mensen denken, geldt dit lang niet voor alle marktkooplui.

“Waren we maar niet zo knap en wat rijker”, zingt Haagmans op vrijdagochtend tijdens de opbouw van zijn kraam als Maas nog ligt te slapen. Om acht uur gaat haar wekker en dan kijkt ze uit het raam – “een half uurtje later als ik op donderdag op stap ga, haha” – om te kijken hoe ver Haagmans is. Het is hoogstens vijf meter lopen van haar voordeur tot het werk. Als verkoper – of als rechterhand (en tolk), zoals Haagmans het zelf noemt – probeert Maas het gevarieerde assortiment aan de man te brengen: eieren, asperges, noten, gedroogd fruit, honing, stroop, kruiden en vooral champignons en andere soorten paddenstoelen.

“Tien dikke eieren alsjeblieft, kind. Heb je nog witte? Want je had gelijk, ik had vorige week allemaal dubbele dooiers”, klinkt het. Ze gaan in een van oude eierplaten gemaakte doos en worden met elastiekjes vastgemaakt. De doos gaat niet helemaal dicht. “Voorzichtig mevrouw, de doos is te klein, of de eieren zijn te groot”, zegt Maas. Het is ongeveer tien uur en ze heeft weinig tijd om vragen te beantwoorden. Maas: “Tussen tien en twaalf is het meestal het drukst, dan is het even aanpoten, vooral in de aspergetijd of met feestdagen. Iedereen heeft dan spullen nodig voor speciale recepten.”

“Thuis in Waalwijk heb ik eerder de afwas gedaan in een restaurant en in de zomer werkte ik altijd in het magazijn bij het bedrijf van mijn vader”, vertelt Maas. “Mijn droombijbaan, toen ik klein was, was kassière in een supermarkt, maar dit is veel leuker. Het is de sfeer die het ‘m doet. Het is veel informeler, mensen maken een praatje en vertellen soms best persoonlijke dingen. Dat heb je in een supermarkt niet.  Over het algemeen zie je elke week dezelfde gezichten en toeristen. Weinig studenten; als ze er zijn vooral internationale. En Jan is heel gezellig en hij haalt elke week vlaai of iets anders lekkers. Super lekker, honger lijden hoef ik hier niet.”

“Die leuke sfeer komt ook door het contact met de andere kramen”, vervolgt Maas. “Er komt regelmatig een collega een mopje vertellen of de fiets van Jan lenen. Jan zegt altijd: ‘Ik heb alleen maar collega’s, want we maken samen de markt.’” Haagmans iets later richting de kaasboer: “Hé Ronnie, heb je een paar vijfjes voor me? Ik heb een briefje van vijftig euro, doe er maar elf, haha.”

Het is goed marktweer vandaag, iets boven de twintig graden en droog, er is veel volk op de been. “In de winter sta je hier vaak als het vriest, dat is wel afzien”, vertelt Maas. “Dan heb je erg koude voeten en vingers; we kunnen geen handschoenen aan omdat we met levensmiddelen werken. Gelukkig woon ik hierachter. Ik ben wel eens thuis mijn handen gaan warmen onder de warme kraan.”

Maas na een vraag van een klant: “Jan, zitten in deze pruimen een pit?” Haagmans: “Natuurlijk! Een echte pruim daar moet pit in zitten, haha.” Je hebt het werk vrij snel onder de knie, vertelt Maas. “Na twee keer heb je het wel door; af en toe moet ik nog iets vragen. Het enige dat lastig is in het begin zijn de namen van alle paddenstoelen en het hoofdrekenen. Klanten willen vaak van alles een beetje en we hebben geen kassa die het allemaal voor je uitrekent. Soms pak ik de telefoon erbij.”

Wie veul is dat kindj?”, vraagt een klant. Maas: “2,40 alstublieft.” Klant: “wie veul?” Maas: “2,40 alstublieft.” Klant: “Oke 2,50.” Maas: “Nee 40”. Klant: “O, 70.” Maas: “Nee 40.” Klant: “Ah, 40, estebleef kindj.” Aan het Limburgs dialect heeft de Brabantse Maas moeten wennen, het gaat nog weleens mis. De eerste keer dat iemand haar om een tuutje (plastic zakje) vroeg, had ze geen enkel idee. Of gróffelsnegel, kruidnagel dus. “Gelukkig switchen de meeste mensen naar het Nederlands als ze horen dat ik niet uit de buurt kom.”

Dit is een wekelijkse rubriek over studentenbanen

Categories:Categorieën:
Tags:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)