Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Wie de moeite neemt om de taal van de ander te spreken, steekt eigenlijk een hand uit”

“Wie de moeite neemt om de taal van de ander te spreken, steekt eigenlijk een hand uit” “Wie de moeite neemt om de taal van de ander te spreken, steekt eigenlijk een hand uit”

Photographer:Fotograaf: Observant

Dr. Lou Spronck-lezing door Martin Paul

MAASTRICHT. Hij groeide op in Saarland, op een steenworp afstand van de grens. De taal van zijn Franse buren kreeg hij met de paplepel ingegoten. ‘De Nederlander’ leerde hij kennen door te kijken naar de shows van Rudi Carrell. “Zeker toen de naoorlogse wonden nog betrekkelijk vers waren, leek iemand als Carrell ons Duitsers duidelijk te maken dat lang niet álle Nederlanders nog boos op ons waren”, vertelde prof. Martin Paul vorige week donderdag aan een goed gevulde Turnzaal aan de Grote Gracht.

Martin Paul, voorzitter van het college van bestuur, hield daar de tweede Dr. Lou Spronck-lezing. In het Nederlands. De titel ‘De grenzen van mijn taal zijn de grenzen van mijn wereld’ ontleende hij aan de filosoof Ludwig Wittgenstein. De lezing is een eerbetoon aan de vroegere rector van het Maastrichtse Jean d’Arc College en diens publicaties over de Limburgse taal en cultuur.

De televisie heeft veel mensen bijeengebracht, zo hield Paul zijn gehoor (gemiddelde leeftijd 50 plus) voor. Hijzelf leerde ‘de Nederlander’ zo kennen, generaties Limburgers van voor 1980 leerden omgekeerd heel behoorlijk Duits met behulp van de Duitse tv waar nasynchroniseren normaal was. Tarzan, Old Shatterhand, Winnetou en John Wayne, allemaal spraken ze Duits. “We namen elkaar waar, er bestond een zekere interesse voor het nabije buitenland. De laatste jaren - zeker met de komst van de commerciële televisie - is die waarneming via de populaire cultuur enigszins gestagneerd. En zo ontstaat de paradoxale situatie dat met het opengaan van de Europese binnengrenzen onze kennis van de taal van onze directe buurlanden is afgenomen.”

Nederigheid

Paul werd een jaar geleden al uitgenodigd voor deze lezing, vertelde Leonie Cornips, hoogleraar taalcultuur in Limburg en initiatiefnemer van de lezing, vooraf. Hij zei ja, niet wetende dat juist de discussie over taal zo “spannend” (Cornips) zou worden in de academische wereld. Met als voorlopig sluitstuk het kort geding dat Beter Onderwijs Nederland (BON) - in de strijd tegen de verengelsing van het hoger onderwijs - vlak voor de zomer aanspande tegen de Maastrichtse en Twentse universiteiten. BON verloor.

“Wie zich verdiept in een andere taal, vergroot zijn wereld”, ging Paul verder. Inmiddels spreekt hij vier talen: Duits, Frans, Engels en Nederlands. En Saarlands. Soms is het leren spreken van een vreemde taal een “overlevingsstrategie”. Wie kan zich in de academische wereld bijvoorbeeld nog zonder Engels staande houden? Het is ook een daad van respect en biedt de mogelijkheid tot vriendschap. “Wie de moeite neemt om de taal van de ander te spreken, steekt eigenlijk een hand uit. Het is een daad van medemenselijkheid, van gevoel.” Een taal leren is ook “heel erg leuk” en een “noodzakelijke les in nederigheid”, vindt Paul die naar eigen zeggen meer dan eens werd betrapt op een “hilarische blunder”.

Accent

Wat Paul betreft hoeft men een taal niet perfect te kennen. Hij is een pragmaticus, het gaat erom dat mensen elkaar begrijpen. “Als het werkt, werkt het.” Een accent is geen bezwaar, zolang je maar verstaanbaar bent. Grinnikend: “Als ik me zou schamen om mijn accent, zou ik waarschijnlijk geen enkele taal meer durven spreken.”

Koude Oorlog

Aan het einde van zijn lezing ging het “kind van de Koude Oorlog”, zoals hij zichzelf noemt, in op de huidige verwarrende tijden. Leken de bomen na de val de Muur en het einde van de Koude Oorlog tot aan de hemel te groeien en was oorlog ver weg, nu volgen crises (bankencrisis, milieucrisis, vluchtelingencrisis) elkaar in hoog tempo op. Toch is hij niet pessimistisch. “Ik geloof in de kracht van Europa. We hebben veel aan Europa te danken, dat lijken we weleens te vergeten. Ga naar Margraten, naar Henri Chapelle, en je weet hoe gelukkig we mogen zijn dat we vrede kennen in onze landen en in onze tijd.”

Meer dan ooit vraagt deze tijd om mensen die willen blijven leren, hun horizon willen verbreden, een hand willen uitsteken naar de ander, die vriendschap en vrede nastreven. De universiteit, die midden in de samenleving hoort te staan en de leiders van de toekomst klaarstoomt, speelt hierin zeker een belangrijke rol, aldus de voorzitter. Om te eindigen – “het gaat vandaag om taal en de daarmee samenhangende vriendschap”- met vier regels uit een bekend Maastrichts liedje: Mestreech is neet breid meh Mestreech dat is laank. Mestreech is de stad vaan de Gezèlle vaan de Zaank. Niks is te lestig en niks is te zwoer, want vruntsjap dat is noe zjus de krach vaan 't koer.

Hij waagde zich niet aan een gezongen uitvoering.

 

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)