Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

De ‘James Bond van de SBE’ vertrekt

De ‘James Bond van de SBE’ vertrekt

Prof. Hans Kasper over pensioen, hittepetitjes, het belang van onderwijs en minder studenten

Hij heeft de ‘pensioenverplichtende’ leeftijd - zo noemt hij dat - bereikt, zijn recente onderzoek en zijn afscheidsrede gingen over ouderen, vooral oudere consumenten, en hij wil ook nog wel wat kwijt over de huidige generatie studenten. Is prof. Hans Kasper een oude mopperpot geworden? Het tegendeel is waar. Bij hem draait het om nieuwe perspectieven. En om het koesteren van talent.

Ja, ook het zijne. Dat hij nu als hoogleraar marketing moet stoppen louter en alleen omdat hij 66 is geworden; hij ziet de noodzaak niet. “Ik wilde graag nog een paar dingen blijven doen maar de universiteit wil dat niet. Schluss is Schluss hier. Nee, ze hebben geen goed ouderenbeleid. Er gaan nu steeds meer mensen met pensioen; men moet zich realiseren wat voor talent daarmee vertrekt. Ongebruikt talent. We hebben hier nu een personeelsconsulent bij de School of Business and Economics, die komt van de FHML, de Faculty of Health, Medicine and Life sciences. En hij zegt: ‘Je kunt zien dat de SBE nog niet zo lang met dit bijltje hakt. De kennis, ervaring, het netwerk van mensen, dat verdwijnt allemaal. Bij de FHML bieden ze veel meer mogelijkheden om dat in huis te houden.’ Wij ouderen kunnen van nut zijn. Als er ergens iets aan de hand is, er dingen opgelost moeten worden, of invallen bij onderwijsgroepen. We kunnen een bemiddelende rol spelen, of netwerken in stand houden, ook internationaal. Ik zou dat voor een redelijke vergoeding willen doen, veel minder dan mijn salaris was maar voor niets gaat alleen de zon op; van mensen die er iets voor krijgen kun je kwaliteit eisen, en er spreekt ook enige waardering uit.”

Wat had hij willen doen? Nou, bijvoorbeeld samen met zijn collega Bas van Diepen nog een paar jaar de internationale case competitie blijven begeleiden. Groepjes van de beste bachelorstudenten die managementvraagstukken moeten oplossen in een wedstrijd met andere internationale teams.

Hittepetitje

In plaats daarvan gaat hij verder met zijn eigen bedrijf, Silverbrains. Advies en onderzoek rond de oudere consument, de 50-plussers. Die, zo constateert Kasper, consequent verkeerd worden benaderd. “Bedrijven gaan ervan uit dat jongere en oudere consumenten hetzelfde zijn. Zo van: ze kopen allemaal koffie. Maar bij die groepen spelen heel andere overwegingen. Ze koesteren ook andere waarden, vinden andere dingen belangrijk. Op marketingafdelingen zitten vaak jongeren die zich niet in de doelgroep verplaatsen. Of ze proberen dat wel maar slaan de plank volledig mis, zoals die telecomprovider die met grote telefoons met grote knoppen op de markt kwam. Makkelijk voor de oudjes. Maar geen oudere die zich daarmee wenste te vertonen. Het werkte het stigma van ‘oud, ziek en zielig’ alleen maar in de hand. Weten wat de klant wil, dat is het wezen van marketing, en dat weten ze dus niet.”

Maar het gaat langzaam beter. In de kledingbranche bijvoorbeeld. “Valt het je niet op dat daar vaker wat ouder personeel staat? Oudere klanten vinden dat prettig. Zelf hoef ik ook niet, als ik een pak wil kopen, geholpen te worden door een hittepetit met een broek met gaten.”

De focus op ouderen ontwikkelde Kasper zo’n jaar of tien geleden. Als directeur van het Economisch en Technologisch Instituut Limburg, Etil, constateerde hij dat er in deze provincie relatief steeds meer 50-plussers waren maar dat die groep door het marketingvak vergeten was. “En ik zet graag nieuwe dingen op de rails.”  

Terug doen

Etil is een verhaal apart. Opgericht als denktank in de crisis van de jaren dertig, bedoeld om de Limburgse economie er weer bovenop te helpen. Men deed er veel beleidsvoorbereidend onderzoek voor de provincie, die ook de meerderheid van de aandelen bezat. Maar de kosten overstegen steeds meer de baten, de provincie wilde er in de loop van de jaren negentig vanaf. De universiteit bood aan om de zaak over te nemen. “Karl Dittrich, destijds voorzitter van het college van bestuur, vond dat we iets terug moesten doen voor de regio, ook in de vorm van toegepast onderzoek, en vroeg mij halverwege de jaren ’90 om het te leiden. Ik had in Amsterdam een soortgelijk instituut gerund.”

Kasper heeft twee reorganisaties moeten doorvoeren, “het was te groot, we zijn van 20 naar 12 mensen gegaan. Dat zijn ingrijpende processen.” Etil was ondergebracht bij de UM-Holding, die 100 procent eigenaar was. Tot 2011, Holding-directeur Jan Cobbenhagen verkocht het instituut aan een Heerlens managementbureau. Buiten directeur Kasper om. “Ik werd geconfronteerd met een al getekende intentieverklaring. Ja, natuurlijk was ik boos, maar ik had het te accepteren. Jan Cobbenhagen vond overleg met mij blijkbaar niet opportuun.”

Maar Kasper vertrok niet, “het werk - ik besteedde er 60 procent van mijn tijd aan -  was leuk, en ik wilde ook blijven voor de toekomst van het bedrijf, voor de werknemers en hun gezinnen.”

Netjes in het pak

Het is die kant van zijn persoonlijkheid, de aandacht voor mensen, die rector Rianne Letschert naar voren haalde tijdens haar toespraak bij het afscheid van Kasper. Hij citeert het met instemming: “Ze had mensen over mij gesproken en die zeiden: ‘Hans geeft mensen de ruimte om te groeien’. Ik vind dat belangrijk, eruit halen wat erin zit, veel vrijheid geven. Ze zei ook nog iets over mijn pakken trouwens.”

Dat zei ze zeker, ze had het zelfs over zijn “James Bond-imago, altijd netjes in het pak”, blijkt bij raadpleging van haar tekst. Kasper vindt dat inderdaad belangrijk maar constateert dat hij daar binnen de facultaire staf nogal alleen in staat. “Studenten zeggen: ‘U ziet er tenminste uit als een echte hoogleraar’, en een paar jaar terug waren er wat Duitse aio’s die het wel mooi vonden, die pakken, en een Classy Friday, of een Dressed-up Friday organiseerden. Nou, dan is het al gauw: ‘moet je naar een begrafenis?’ Dat was dus eenmalig. Maar mij irriteert het als ik hoogleraren zie die in korte broek, of in een spijkerbroek met gaten, met een t-shirt en op teenslippers door het gebouw lopen. Ik ben niet statusgevoelig maar je hebt wel een voorbeeldfunctie als hoogleraar, als docent. Laatst was er een afstudeersessie waar de studenten en hun familie keurig in het pak verschenen en de docent een praatje hield in t-shirt en korte broek. Dat kun je toch niet maken?”

Nooit decaan

Als hij ooit decaan was geworden, zegt hij, “had ik erop gelet”. Maar decaan werd hij niet, ofschoon hij een van de bouwers van de faculteit is, sinds ’85 al. Waarom niet? “Ik ben wel eens gepolst maar ze vonden me blijkbaar toch niet geschikt. Of ik het erg vond? Een béétje erg wel, ja. De reden is nooit expliciet genoemd. Misschien was het omdat ik een te sterke focus op onderwijs leg. Als voorzitter van de onderwijscommissie heb ik het met mensen aan de stok gehad, ik sprak ze erop aan dat ze betere tutoren moesten leveren bijvoorbeeld. Of dat de kwaliteit van het blok beter moest. Tja, je moet tegenwoordig alles kunnen zeggen maar als je dat dan doet, gaan ze steigeren.”

Hij is een groot voorstander van het kleinschalige pgo en vooral ook van de bijbehorende doctrine dat een probleem vanuit verschillende vakgebieden benaderd moet worden. Alleen is dat laatste in de loop der tijd ondergesneeuwd bij de SBE, “de inhoud is veel te vakspecifiek geworden. Gelukkig zie ik nu weer planningsgroepen waar mensen uit verschillende vakgebieden in zitten”. En er moet hem nog meer van het hart over het huidige universitaire bedrijf. Over de werkdruk op de staf bijvoorbeeld. “We zijn nu lean and mean, maar onverwachte zaken kun je amper opvangen.”

Minder studenten

En de druk op studenten vanwege het bindend studieadvies? “Die eisen moet je vooral niet verlagen, zoals de minister nu zegt. Een krankzinnig idee, geef de studenten dan maar meteen in de eerste week hun einddiploma! De SBE zit nu op 47 verplichte studiepunten, dat was ooit lager en dat gaf veel problemen in het tweede jaar. Te weinig kennis om het te kunnen volgen, en dan ook het tweede jaar niet kunnen halen. Dus laat het maar een stok achter de deur zijn, dat BSA. Als ik zie hoeveel tijd studenten op social media zitten en elkaar opjutten met van alles en nog wat, dan denk ik: besteed die tijd maar aan je studie. Ik vind ook dat de studie zwaarder moet worden, meer kwaliteit moet hebben. De aantallen eerstejaars die hier binnenkomen, 700 bij Internationaal Business nu, dat is veel te veel. Kijk, we doen extra dingen voor de beste studenten, Marble, het honoursprogramma, de case competition; wat ze daar leren en de aandacht die ze krijgen, dat zou standaard moeten zijn. Voor alle studenten, maar dan wel minder, 300 is beter. En als de faculteit moet groeien, doe dat dan maar via nieuwe opleidingen zoals emerging markets, maar maak die ook niet te groot.”

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)