Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Altijd weer diezelfde vraag: wat moeten we daarmee?

Altijd weer diezelfde vraag: wat moeten we daarmee?

Photographer:Fotograaf: Deutsches Röntgen Museum

Expo over 120 jaar beeldvorming in de geneeskunde

De ontdekking van röntgenstraling in 1895 was, zoals zo vele wetenschappelijke vondsten, een toevalstreffer. De Duitse fysicus Wilhelm Röntgen, hoofd van de natuurkundefaculteit in Würzburg (Beieren), zag tijdens een experiment met gassen ineens een fluorescerend scherm oplichten dat zomaar in de buurt lag. De gasatomen bleken licht te kunnen uitzenden, dwars door objecten heen.

Het apparaat waarmee Röntgen experimenteerde, maakt deel uit van de expositie ‘Van Röntgenfoto naar scan’, in het MUMC. Die is samengesteld door de MUMC Werkgroep Medische Geschiedenis.

Wilhelm Röntgen, de eerste Nobelprijswinnaar voor de Natuurkunde in 1901, ontketende een revolutie: voor het eerst werd het mogelijk om in het lichaam te kijken. “Mensen waren stomverbaasd”, zegt Eddy Houwaart, hoogleraar medische geschiedenis. “Thomas Mann beschrijft in De Toverberg hoe een röntgenfoto op een fotografische plaat tot stand kwam, met alle elektriciteit en herrie die daarmee gepaard gaat. De hoofdpersoon schrikt als hij de longen en het kloppende hart ziet van een medepatiënt in het sanatorium. ‘Mijn god, is het wel geoorloofd om dat te zien?’”

Toch was de nieuwe techniek geen instant succes. Houwaart: “Wat hebben we hieraan, vroeg men zich af. Een fractuur kunnen we ook zonder dit apparaat zien. Het heeft zeker vijftien jaar geduurd voordat artsen de meerwaarde ervan zagen.” De eerste foto’s, zoals te zien op de expositie, waren ook niet bepaald haarscherp.

De weerstand tegen nieuwe methoden blijft niet beperkt tot de röntgenstraling. “Je zag het ook in de jaren zestig bij de echografie, waarmee voor het eerst weke dele als hersenen en een zwangere buik in beeld konden worden gebracht. ‘Dat gaat niets worden’, meenden de radiologen. Niet in de laatste plaats omdat deze techniek buiten de radiologie om was ontwikkeld, door techneuten, en ook nog eens werd toegepast door andere disciplines - lees koninkrijkjes - namelijk de neurologen en de obstetrici. Het zou tot de jaren tachtig duren voordat de echografie op de acceptatie van de radiologen kon rekenen.”

Hetzelfde gold voor de CT-scan (computer tomografie), een techniek waarbij met behulp van röntgenstraling dwarsdoorsneden van het lichaam worden gemaakt. Ook nu weer de vraag: wat moeten we hiermee? Vooral ook gezien de hoge kosten. Het apparaat werd in de jaren zeventig geproduceerd door EMI, hetzelfde bedrijf dat The Beatles had uitgegeven, klonk het smalend. Al was de weerstand minder krachtig dan bij de echografie.

In diezelfde periode duikt de MRI-scan op: magnetic resonance imaging. Via een magnetisch veld kunnen artsen, beter dan met de echografie, de weke delen zichtbaar maken. “De techniek speelt een belangrijke rol bij het opsporen van tumoren. Ook hierbij vroegen artsen zich - populair geformuleerd - af: waar zijn we nou helemaal mee bezig?”

Bij elke nieuwe techniek moesten artsen de beelden opnieuw leren lezen. “Een scan lijkt volkomen objectief, maar is schijn. Er moet nog altijd van alles geïnterpreteerd worden. Als je in de jaren tachtig tien radiologen een röntgenfoto liet zien, kreeg je drie verschillende verhalen. De een zag iets verdachts, de ander niets en weer een ander een noodsituatie.”

Hoe ziet de toekomst eruit? “De computer heeft alles op zijn kop gezet. De hoeveelheid informatie op de beelden is zo explosief gegroeid dat artsen paradoxaal genoeg steeds minder makkelijk herkennen. In de toekomst zal de computer op eigen houtje de beelden analyseren en vervolgens een diagnose stellen. De radioloog wordt een soort data-manager, maar de techniek zal de arts niet overbodig maken. Want een integere arts zal nooit afgaan op een scan alleen. Altijd zullen aanvullende onderzoeken en het verhaal van de patiënt nodig zijn.”


De expositie ‘Van Röntgenfoto naar scan’ is in het MUMC (gang naar Kleeftoren) te zien tot 1 september 2019  

 

 

 

Tentoonstelling Europa in beeld - Minderbroedersberg 4-6

Hoe de reisgids als vaste metgezel de toerist precies toonde wat de moeite van een bezoek waard was en zo een belangrijke rol speelde bij het definiëren van het natuurlijke en culturele erfgoed van Europa. Zie hier de crux van de tentoonstelling ‘Europa in beeld’, tot stand gekomen in nauwe samenwerking met de universiteitsbibliotheek en de Kunst- en Erfgoed Commissie. De expositie - in de Minderbroedersberg 4-6 - is samengesteld ter ere van het afscheid van Frans Cortenraad, bibliotheekmedewerker van het eerste uur, die met pensioen gaat.

 

 

 

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)