Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Bedachtzaam, empathisch, hoffelijk

Bedachtzaam, empathisch, hoffelijk

Photographer:Fotograaf: Loraine Bodewes

Prof. André Knottnerus (67) neemt afscheid

Eerst zat hij jarenlang de Gezondheidsraad voor, daarna de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Wat maakt UM-hoogleraar André Knottnerus zo’n goede voorzitter? Maar ook: welke rol speelt hij in zijn vakgroep huisartsgeneeskunde? En wat doet hij als hij niet werkt? Observant stak zijn licht op bij bewindspersonen, collega’s en zijn vrouw. Morgen neemt Knottnerus afscheid van de UM.

Oud-minister Ab Klink: "Bedachtzaamheid vind ik zijn kracht"

29 april 2009. De Mexicaanse griep grijpt om zich heen en zou alleen al in Nederland - in de zwartste scenario's - duizenden dodelijke slachtoffers maken. Toenmalig minister van Volksgezondheid, Ab Klink, vraagt de Gezondheidsraad om een spoedadvies, en zoals gewoonlijk brengt de voorzitter van de raad zijn advies persoonlijk over aan de minister. Inclusief een toelichting en een bespreking van de risico's.

Klink: "In die gesprekken herinner ik me André als deskundig, afgewogen en vriendschappelijk, al verloor hij zijn adviserende rol en de objectiviteit, die daarmee gemoeid is, nooit uit het oog.”

Wat betreft de Mexicaanse griep adviseerde de Gezondheidsraad om alleen kwetsbare groepen in te enten, ook omdat de vaccins schaars waren vanwege de wereldwijde vraag. “André betoogde om de inentingen te beperken tot kinderen tot vier jaar, ouderen vanaf een bepaalde leeftijd en risicogroepen als zwangere vrouwen en mantelzorgers. Deze groepen moesten tweemaal worden ingeënt. Ondertussen hoorde ik in de VS van deskundige Kathleen Sebelius, minister onder Obama, dat men de hele bevolking vaccineerde, en wel eenmaal. Ik heb toen weer uitvoerig contact gehad met André en gevraagd om er nog eens goed naar te kijken, maar de raad bleef bij zijn oorspronkelijke standpunt. Dat heb ik toen overgenomen."

Voor Knottnerus persoonlijk geldt volgens Klink, inmiddels directeur van verzekeraar VGZ: heeft hij eenmaal een afweging gemaakt, dan is hij daar nooit meer vanaf te krijgen. "Hij wikt en weegt en komt uiteindelijk tot een weloverwogen standpunt. Deze bedachtzaamheid vind ik zijn kracht. Anderen vinden misschien dat het te veel tijd kost, maar op de momenten dat ik André tegenkwam was het besluit altijd al genomen. Een enkele keer, als ik een advies van de Gezondheidsraad niet opvolgde, kon je aan hem merken dat hij dat vervelend vond. Dat was het geval toen ik de gratis griepprik niet verlaagde van 65 naar 60 jaar."

Als voorzitter gaf hij veel ruimte aan deskundigheid. “Hij legde de lat hoog”, zegt Klink. “Dat levert vaak iets moois op omdat mensen zich gaan inspannen om aan de hoge verwachtingen te voldoen."

 

Minister-president Mark Rutte: "Een onverwoestbaar humeur"

André is een bruggenbouwer en een luisteraar, de huisarts in hem is nooit ver weg." Dat laat minister-president Mark Rutte per mail weten. Rutte kent Knottnerus als voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), die formeel onder het ministerie van Algemene Zaken valt.

“Onder leiding van André heeft de WRR de luiken naar de buitenwereld verder opengezet. Wetenschappelijke advisering over het regeringsbeleid beperkte zich in zijn ogen allerminst tot de zittende coalitie, maar was een zaak van de hele politiek en samenleving. Zo besprak hij de WRR-agenda met de fractievoorzitters uit de Tweede Kamer, en als voorzitter van het overleg van adviesorganen van de regering zorgde hij voor onderlinge afstemming en samenhang."

Rutte herinnert zich nog goed dat Knottnerus in 2015 de spreker van de WRR-lezing, de Amerikaanse historicus Mark Mazowe, aan hem kwam voorstellen. "Dat leverde in het Torentje een boeiend gesprek op over de ontwikkelingen in Europa. Tegelijk besefte ik weer eens hoe belangrijk het is dat een club als de WRR de politiek voortdurend een spiegel voorhoudt.”
Knottnerus is bovendien een echte wetenschapper, meent Rutte. "Een professor met pit, die altijd doordacht te werk gaat en zo rust brengt. Wat mij persoonlijk zeer aanspreekt, is dat zijn humeur werkelijk niet kapot te krijgen is.”

 

UM-hoogleraar Geert-Jan Dinant: “Akelig slim en een niet-aflatende werklust”

Op de eerste dag dat prof. Geert-Jan Dinant aantrad als onderzoeker in Maastricht  – op 1 november 1986 – trof hij Knottnerus als coach. “En dat is hij gebleven tot op de dag van vandaag. Eergister nog, ik zocht een vervanger voor een corona-lid bij een promotie, liep bij André binnen en vertrok met vijf namen. Schudt-ie zo uit zijn mouw. Hij is akelig slim, doorziet alles op turbo-snelheid, en komt met dingen waar niemand aan denkt, maar die wel allemaal belangrijk zijn. In de vakgroep huisartsgeneeskunde bepaalt hij mede de inhoud en strategie, zoals de wetenschappelijke agenda voor de komende jaren.”

Waar hij volgens Dinant ook goed in is: wetenschap bedrijven met ogenschijnlijk alledaagse zaken. “Toen ik in Maastricht begon, bestond er een infectietest - de bloedbezinkingsbepaling – die iedereen al honderd jaar als vanzelfsprekend beschouwde. Het was André die op het idee kwam om die test tegen het licht te houden. En voilà, het werd het onderwerp van mijn promotieonderzoek.”

Vanwege zijn werk in Den Haag was Knottnerus lange tijd niet meer dan één dag per week op de vakgroep. “Maar dan was hij er ook. Dat merkte iedereen. Niet dat hij op een platvloerse manier aanwezig was, maar in positieve zin. Je kon altijd bij hem binnenlopen, en je kreeg altijd antwoord. Hij verzette een enorme berg werk. Daar zou ik twee dagen van moeten bijkomen. Een niet-aflatende werklust.”

Ook typisch Knottnerus: bescheiden en wars van uiterlijk vertoon. “Dat zie je ook aan zijn kleren, daar geeft-ie niks om. Hij loopt altijd in zo’n saai, donkergrijs slobberpak. Misschien moet hij maandag eens met Ria de stad in. Op zoek naar een fris pak.”

 

Echtgenoot Ria Wolleswinkel, universitair hoofddocent aan de rechtenfaculteit: “Ik vind hem erg grappig”
“Eens reden we terug van een familiebezoek in Baarn, toen André ter hoogte van Vught plots het parkeerterrein op draaide. Ik dacht, we hebben autopech. Maar nee, hij moest een formule noteren, die hem te binnen was geschoten. Dat heeft hij altijd gehad, dat opschrijven van ingevingen. Het laat zien hoe geïnspireerd hij raakt door zijn werk. Ik had soms het gevoel dat ik met een kunstenaar leefde.”

De plicht roept, maar het werk is ook zijn hobby, zegt Ria Wolleswinkel. “Hij is dit voorjaar  voorzitter geworden van de adviescommissie over het experiment met cannabisteelt. In heel korte tijd moest hij leden bijeenzoeken, maar dan zie je hem juist opleven. In het algemeen vind ik dat hij veel hooi op zijn vork neemt. Vrienden en familie ziet hij daardoor minder vaak dan hij zou willen. Het abonnement voor het theater heb ik afgezegd, omdat hij te veel voorstellingen net wel of net niet haalt.”

Wat doet Knottnerus als hij niet werkt? “Tot een aantal jaar geleden liep hij hard. Dat heeft hij zijn leven lang gedaan, als tiener al bij de Baarnse atletiekvereniging. Hij heeft zelfs een marathon gelopen, in Polen, om geld op te halen voor een kinderziekenhuis. Maar later kreeg hij last van een nekhernia, die hem fysiek zeer beperkte. Gelukkig verstaat hij de kunst om er het beste van te maken. Sindsdien wandelt hij veel, vanuit ons huis in Wolder, en ontdekt allerlei nieuwe paadjes. Wandelen vindt hij prettig, ook omdat het zijn geest vrijmaakt.”

Hij heeft een feilloos geheugen, ook voor minder opwekkende zaken zoals conflicten. “Ik vind dat weleens jammer voor hem. Bij mij heelt de tijd de meeste wonden, maar André herinnert zich alle details. Hij kan het weliswaar achter zich laten, maar hij vergeet het niet.”

Ze hebben elkaar in 1972, in de studententijd ontmoet. En wel tijdens een vakantie in Normandië. “André was een uiterst linkse student in een legerjas en met lang haar. Hij was erg grappig, op een slapstick-achtige manier. Nog steeds, in woordgrapjes. Al is hij steeds meer die meneer in pak geworden die in Den Haag werkt.”

Knottnerus blijft na zijn afscheid hetzelfde doen met minder verplichtingen, verwacht Wolleswinkel. “Hij zal vooral thuis werken, hij heeft nog vijf promovendi en zal nog allerlei verzoeken uit Den Haag krijgen. Zonder werk zou hij ongelukkig worden. Wel kunnen we misschien weer wat vaker naar het theater.”

 

Prof. Mark Bovens, lid van de WRR: “Hij heeft een empathische stijl van voorzitten”

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid komt elke twee weken, op dinsdagochtend 10.00 uur, bijeen op het Buitenhof in Den Haag. De raad bestaat uit zeven leden, gerenommeerde wetenschappers, maar de voorzitter is de primus inter pares, zegt WRR-lid Mark Bovens uit, hoogleraar bestuurskunde in Utrecht. “De voorzitter is degene die contacten onderhoudt met de buitenwereld: ministers, premier, Kamerleden en uiteenlopende instellingen. André nam die taak serieus, hij is meer dan gemiddeld van het overleg en consensus.”

Tijdens de vergaderingen zorgt de voorzitter voor inhoudelijk goede debatten. “Bij André kon je goed merken dat hij huisarts is geweest. Hij heeft een empathische stijl van voorzitten, waarbij hij een veilige en harmonieuze sfeer creëert. Hij heeft aandacht voor de persoon en voorkomt dat mensen in discussies beschadigd raken. Bovendien geeft hij ere wie ere toekomt, meestal tijdens presentaties van rapporten bijvoorbeeld.”

Niet alleen de huisarts maar ook de wetenschapper in André viel nauwelijks over het hoofd te zien. “Hij is geschoold in de epidemiologie en vroeg regelmatig naar de technische aspecten van het onderzoek. Klopt de methodologie? Blijven de uitkomsten overeind.”

Niemand is perfect. Als Bovens een minpuntje moet noemen, dan is het de moeite die hij had met knopen doorhakken. “Hij vond het niet makkelijk om te zeggen: hier is de grens, we gaan nu links- of rechtsaf. Hij ging dan toch weer praten om een nieuw compromis te zoeken, zodat niemand gezichtsverlies leed. Dat toont tegelijk zijn aimabele kant. Ik mag hem zeer, had hem graag als huisarts willen hebben.”

 

Arts en onderzoeker Machteld Huber: "Hoffelijk, kritisch en ambitieus"

In 2014 promoveerde Machteld Huber op het Maastrichtse proefschrift Towards a new, dynamic concept of health, waarin ze haar - inmiddels wijdverbreide – ‘positieve’ definitie van gezondheid ontwikkelde. Gezondheid is volgens Huber meer dan het ontbreken van ziekte, zoals de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) in 1948 formuleerde. Het is ‘het vermogen van mensen om zich aan te passen en een eigen regie te voeren, in het licht van fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven’. Welbevinden en veerkracht op meerdere vlakken van het leven dus, en niet alleen gerelateerd aan ziekte. Knottnerus was een van haar twee promotores.

"Ik wilde grenzen verleggen, en dat valt niet bij alle hoogleraren goed, maar wel bij André. Hij zag er meteen brood in en toonde zich een creatief en vrij denker. Tegelijk was hij als promotor heel kritisch. Als hij vond dat het de verkeerde kant op ging, dan zei hij dat onomwonden. Ik weet nog, toen het begrip positieve gezondheid her en der in de praktijk opdook, zei hij: 'Nu moet je opschieten. Maak je agenda vrij en rond je proefschrift af!' Streng, maar altijd respectvol."

Tegelijk liet hij heel veel ruimte. "Het begrip 'positieve gezondheid' zag hij bijvoorbeeld niet zitten. Gezondheid is toch al positief, meende hij. Toch bood hij me de vrijheid om mijn gang te gaan, ook omdat de WHO die term  al had overwogen."

Een woord dat heel erg bij hem past, zegt Huber, is hoffelijk. En menselijk. "Als hij nog zou werken als huisarts, zou hij er eentje van de oude stempel zijn. Hij kent de cijfers en de statistieken uitstekend, maar de persoonlijke band met de patiënt voert de boventoon." Een ander trefwoord is ambitieus. "Volgens mij heeft hij er lol in om een leidende rol te spelen bij het uitwerken van allerlei belangrijke zaken. In zijn rol als promotor merkte ik dat ook, hij wil een goed product afleveren."

 

Wie is André Knottnerus?

André Knottnerus (1951, Nieuw-Beerta) is opgegroeid in een predikantenfamilie in Oost-Groningen. Op zijn vierde verhuisde het gezin – Knottnerus had vier broers - naar Den Haag. Het geloof speelde een belangrijke rol in de opvoeding, zei hij eerder tegen Observant. Al was de verticale relatie tot God ondergeschikt aan de horizontale verhouding tot de medemens; alles draaide om de verantwoordelijkheid tegenover de samenleving. Aan de eettafel gingen de gesprekken vooral over politiek en wetenschap.

1979      Huisarts in Amsterdam

1986      Gepromoveerd aan de UM op methodologie van diagnostisch onderzoek

1988      Hoogleraar huisartsgeneeskunde aan de UM

1990      Decaan van de medische faculteit

1994      Wetenschappelijke directeur Onderzoeksschool CaRe

2001      Voorzitter van de Gezondheidsraad

2010      Voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid

2018      Afscheid van de Universiteit Maastricht

Knottnerus is getrouwd met Ria Wolleswinkel (hoofddocent bij de rechtenfaculteit). Ze hebben twee kinderen

Categories:Categorieën:
Tags:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)