Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Van positief meisje naar chagrijnige bangerik en weer terug

Van positief meisje naar chagrijnige bangerik en weer terug

Recensie zelfhulpboek Je moet (bijna) niks

Zelfhulpboeken; sinds ze als 12-jarige het rek ‘zelfontwikkeling’ ontdekte bij de plaatselijke bibliotheek, verslindt Lianne Keemink ze. Honderden heeft ze er inmiddels gelezen en gerecenseerd voor haar blog The Self Help Hipster. Logisch dus, dat Keemink – na een studie psychologie nu werkzaam als studentadviseur bij de Hogeschool van Rotterdam – er ook zelf een heeft geschreven: Je moet (bijna) niks, dat half oktober uitkwam.

Hoewel het boek niet per se voor studenten is geschreven, richt het zich wel op mensen van begin 20. Keemink (zelf 30) gebruikt haar eigen ervaringen om onderwerpen aan te kaarten als faalangst, perfectionisme, burn-outs, nieuwe levensfases en de liefde.

Het boek begint met een autobiografisch deel. Als twintiger dacht Keemink het aardig voor elkaar te hebben: leuke baan, leuke vriend, leuk huis. Dan gaat haar vriend vreemd, krijgt ze een nieuwe baan die veel van haar vraagt en komt ze er voor het eerst van haar leven achter dat er ook dingen zijn die ze níet kan. In combinatie met haar aangeboren perfectionisme zorgt dit voor een burn-out. Van een positief meisje is ze veranderd in een sceptische en chagrijnige bangerik.

Wat Keemink hiervan heeft geleerd, vinden we terug in het tweede deel van het boek. In korte hoofdstukken geeft ze tips als ‘geef jezelf eens een dag écht vrij’, ‘de meeste van je angsten slaan nergens op, dus laat ze los’ en ‘ga doen waar je zin in hebt’. Onder het kopje TL;DR (Internettaal voor too long; didn’t read) is van elk hoofdstuk een samenvatting te vinden. Voor wie juist meer wil lezen, tipt Keemink een paar zelfhulpboeken over het net besproken onderwerp.

Prettig is haar nuchtere toon. Omdat Keemink zelf een hekel heeft aan zweverigheid in zelfhulpboeken, heeft ze een zweverigheidsschaal in het leven geroepen. Ieder hoofdstuk beoordeelt ze hierop, zodat de lezer weet waar hij/zij aan toe is. Waar mogelijk gebruikt Keemink haar psychologiestudie om theorieën van het nodige wetenschappelijke bewijs te voorzien en als het allemaal toch iets te heppiedepeppie dreigt te worden, is ze de eerste om zichzelf te corrigeren met een grappige opmerking.

Soms wil Keemink echter te graag nuanceren – iets wat ze in het begin van het boek juist zegt niet te willen, omdat in een zelfhulpboek de schrijver nu eenmaal de lezer vertelt wat te doen met z’n leven. Op die momenten onderschat ze haar lezer. Zo schrijft ze bijvoorbeeld dat we in ons hoofd van dingen die we willen een ‘moetje’ maken, zoals sporten, een leuke baan of een druk sociaal leven. Hou daarmee op, zegt Keemink, je ‘moet’ niks. Behalve natuurlijk huur betalen, schrijft ze vervolgens,of een saai vak halen om je diploma te krijgen. Tja, dat is ook duidelijk zónder dat ze het uitgebreid benoemt.

Daarbij lijkt Keemink het soms niet met zichzelf eens te zijn. In het hoofdstuk over proactief zijn, vertelt ze over haar vriendin die een bloemenwinkel wilde openen en daar stap voor stap naartoe werkte. Harstikke goed, volgens Keemink. Niet alleen dromen, maar actie ondernemen; zo bereik je iets. Een hoofdstuk later schrijft ze zelf geen doelen meer te hebben. Sinds ze geen plannen meer maakt, bereikt ze meer dan ooit tevoren. Dus gooi die to-do-lijst uit het raam.

Je vraagt je als lezer zelfs af of ze het wel eens is met het concept van haar eigen boek. Keemink leest van jongs af aan zelfhulpboeken, maar dat heeft niet voorkomen dat ze overspannen raakte. Uiteindelijk moest ze het leven zelf ervaren om met verdriet en tegenslag om te leren gaan, haar valkuilen te leren kennen en erachter te komen wat haar gelukkig maakt. Therapie hielp haar op de zwaardere momenten. Dit is dan ook wat ze iedereen aanraadt: leer van je eigen ervaringen en kom je er niet uit, zoek dan professionele hulp. Goed advies, maar waarom dan toch een zelfhulpboek schrijven?

De vraag is ook of Keemink haar eigen adviezen in de praktijk kan brengen. Haar boodschap ‘maak je niet zo druk, niet alles hoeft perfect’, wordt ondermijnd door haar bewijsdrang die tussen de regels doorsijpelt. Keer op keer somt ze alle omstandigheden op die haar burn-out veroorzaakten. Steeds wil ze duidelijk maken dat ze héél veel deed. Terwijl dat er natuurlijk niet toe doet. Mensen raken overspannen doordat de druk voor hèn te veel wordt – ongeacht of ze in de ogen van anderen veel doen.

Staat er dan niets nuttigs in Je moet (bijna) niets? Nee, dat is te hard geoordeeld. Er staan zeker nuchtere en vlot opgeschreven adviezen in. Wie zich snel druk maakt of nog zoekende is naar wat hij/zij wil in het leven zal er allicht iets van opsteken. Met daarbij wel Keemink’s eigen motto wat betreft zelfhulpboeken in het achterhoofd: take the treasure, leave the trash.

Je moet (bijna) niks, Lianne Keemink (€18.99, Uitgeverij Nieuw Amsterdam)

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

2019-06-12: Lianne
Hi Cleo, ik vind dit echt een mooie review - ook met de kritische noten die je erin hebt verwerkt!

Ik weet ook niet of ik daar echt antwoord op kan geven, waarom ik inderdaad die bewijsdrang blijf houden en toch vind dat je geen doelen hoeft te hebben (en daarmee vervolgens van alles toch bereik), waarom ik een zelfhulpboek schrijf terwijl iemand het zelf moet uitvogelen, geen idee.

Ik vind je stuk een mooie analyse in elk geval.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)