Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Gemeente, uw beleid werkt stigmatiserend”

“Gemeente, uw beleid werkt stigmatiserend”

Photographer:Fotograaf: Loraine Bodewes

Stadsronde over regels woningsplitsing

MAASTRICHT. De door de gemeente Maastricht ingevoerde maatregel om jaarlijks maar maximaal 120 nieuwe kamers toe te staan, de zogeheten 40-40-40 regel, heeft een rem gezet op de wildgroei aan studentenhuisvesting. Andere regels, zoals de eis voor een fietsenstalling en een berging voor afvalzakken in het studentenhuis, hebben veel minder effect gehad, blijkt uit het evaluatierapport over het woningsplitsingsbeleid. Dinsdagavond werd erover gesproken tijdens een stadsronde in het gemeentehuis. 

Meningen botsten flink deze avond. Want waar studenten het beleid van de gemeente hekelen, mag er van de buurten juist een schepje bovenop.“Waarom heeft de gemeente gekozen voor de 40-40-40 regel? Hoe komen ze aan die getallen? Dat is ons volstrekt onduidelijk”, begint Rowan van der Broeck van de Maastrichtse Studentenraad. Voor hem zitten gemeenteraadsleden en tientallen toehoorders, voornamelijk bewoners uit Limmel en de binnenstad. Een spandoek (“Stop huizenmelkerij, Limmel voor balans”) en kleine fietslampjes (“zodat bij de gemeente het licht gaat branden”) moeten weg. “Conform de regels”, zegt de stadsronde-voorzitter van vanavond. “Ze handhaven hier beter dan in de stad”, klinkt het.
Terug naar het betoog van de Maastrichtse Studentenraad. Het maximum dat wordt gesteld aan het aantal nieuwe kamers per jaar is volgens Van der Broeck veel te streng. De vraag wordt groter, de universiteit groeit immers gestaag. Met als gevolg dat studenten worden opgelicht en voor veel geld in te kleine en slechte kamers vertoeven, voor dure oplossingen als een hotel moeten kiezen of bij medestudenten op de bank slapen.

De gemeente voerde in 2016 het woningsplitsingsbeleid in. Er was behoefte aan duidelijke regels; wanneer mag je een woning verbouwen tot een pand met kamers of zelfstandige studio’s? Aan welke eisen moeten ze voldoen? Daarnaast wilde de gemeente ingrijpen in wijken waar de leefbaarheid onder druk stond.
Zoals in Brusselsepoort waar organisatie Buurtbalans (inmiddels behartigen ze de belangen van ruim twintig bewonersorganisaties in Maastricht) zich al sinds een aantal jaren hard maakt voor ‘balans’ in de wijk. Zij juichen het beleid van de gemeente toe. Niet meer dan 120 nieuwe kamers per jaar: prima. Een maximumpercentage aan studentenwoningen in een straat: ook prima. De gemeente introduceerde een quotum dat voorschrijft dat rond de binnenstad maximaal 20 procent van de woningen in een straat door studenten bewoond mag zijn. Voor buitenwijken zoals Heer en Limmel is dat 10 procent. In de binnenstad is er geen limiet. Een gemiste kans, zeggen de buurten over dat laatste. “De binnenstad, en dan neem ik ook Wyck mee, is een overloopgebied geworden voor verkamering”, zegt buurtbewoner Mulder uit het Jekerkwartier. “En dat terwijl vaste bewoning zo belangrijk is voor de kracht van deze stad, voor de veiligheid en sociale cohesie. Dat de universiteit zich in gebouwen in de binnenstad bevindt, betekent niet dat alle studenten ook hier moeten wonen.” Hij heeft niets tegen studenten, benadrukt hij, maar ze moeten meer verspreid wonen.
Daarnaast hoopt hij dat de gemeente vasthoudt aan het afstandscriterium. Een maatregel die in 2017 als experiment werd ingevoerd en waarover het college van burgemeester en wethouders eind dit jaar zal beslissen. Het houdt in dat tussen twee studentenwoningen minimaal vier ‘zelfstandige’ woningen moeten liggen.

Mulder is, net als andere buurtbewoners, een groot voorstander van campussen. Maar daar zit lang niet iedere student op te wachten, meent Van der Broeck van de Studentenraad. Uit een eigen enquête onder Maastrichtse studenten over huisvesting (de resultaten worden begin 2019 verwacht) blijkt nu al, vertelt hij, dat met name short stay en internationale studenten wél graag op een campus zouden willen wonen, maar Nederlandse studenten niet.
Van der Broeck hekelt het beleid van straatpercentages en afstandscriteria. “Het geeft studenten het gevoel dat ze niet welkom zijn.” Ook Daan ten Haaf, voorzitter van Circumflex die vanavond spreekt namens de drie grote studentenverenigingen sluit zich daarbij aan. Van der Broeck richting de gemeente: “Uw beleid werkt stigmatiserend. Alsof studenten de oorzaak zijn van alle overlast. Hoezo? Maakt u dat eens hard. Wij zeggen: u moet niet een hele groep verantwoordelijk stellen voor een paar raddraaiers en daar vervolgens beleid op maken. Overlast moet u handhaven.” Bovendien, vindt de Studentenraad, kan een straat met vijftig studentenpanden evenveel overlast geven als een straat met één.
Een huiseigenaar (vastgoedinvesteerder) neemt het voor de studenten op. “Laten we het niet hebben over een plaag van studenten. Weg met het stigma. Wat als we het woord ‘student’ vervangen door Marokkanen? We zouden het landelijk nieuws halen.”

Laat de gemeente met een koers komen waar iedereen zich in kan vinden, roept Chris Meys, voorzitter van buurtnetwerk Limmel. “En maak die koers waar, zodat we niet ieder jaar met elkaar in de clinch hoeven te liggen.”
Die koers zal vorm krijgen in een zogeheten facetbestemmingsplan, waarschijnlijk begin volgend jaar. Dan bepaalt het college van burgemeester en wethouders welke onderdelen van het woningsplitsingsbeleid blijven en van welke afscheid wordt genomen. Daarmee komt dan ook een einde aan de soepele overgangsregeling voor pandeigenaren die al jaren studentenkamers verhuren maar zich de afgelopen jaren bij de gemeente moesten melden voor legalisering. Probleem is nu dat heel veel ‘illegale’ pandeigenaren zich niet hebben gemeld. Geen zin in, onwetendheid of uit angst dat de gemeente hun pand afkeurt omdat bijvoorbeeld de vereiste berging voor afval of fietsenstalling ontbreekt.
Wat gebeurt er dan met die illegale woningen als er een bestemmingsplan ligt, willen alle partijen weten. Van der Broeck van de Studentenraad: “Komen dan bijna drieduizend studenten op straat te staan?” Is het niet fair om eigenaren nogmaals aan te schrijven, stellen zij. Nee, zegt Buurtbalans. Dat hadden ze al lang kunnen weten. Toch willen de buurtbewoners voorkomen dat studenten op straat komen te staan: handhaaf stapsgewijs, ga de illegale panden een voor een af en zorg dat er voldoende alternatieve huisvesting is.

Keurmerk Prettig Wonen
Een studentenpand aan de Maastrichter Heidenstraat kreeg in mei 2017 het eerste kwaliteitskeurmerk Prettig Wonen. Het begin van een proefproject. Nog negentien panden volgden, vooral van woningcorporaties. Als eerste in Nederland had Maastricht een vrijwillig keurmerk waar een groot aantal partijen waaronder de Universiteit Maastricht, particuliere verhuurders en buurtcomités zich achter schaarden.
Huurders weten door het keurmerk (een schildje aan de buitengevel) dat een pand in orde is qua brand- en inbraakveiligheid en dat de eigenaar betrouwbaar is en goed bereikbaar. Uit de Eindrapportage woningsplitsing 2016-2018 blijkt echter dat de vraag naar kamers zo groot is dat woningzoekenden bereid zijn “alles voor lief te nemen”. Er is weinig tot geen noodzaak onder eigenaren om zo’n keurmerk aan te vragen, aldus verhuurdersvereniging VVWM.

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)

CAPTCHA Afbeelding
Enter the code shown above: