Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Van de verzorgende tot de directeur: men is enthousiast over de bijdrage van de UM”

“Van de verzorgende tot de directeur: men is enthousiast over de bijdrage van de UM”

Photographer:Fotograaf: Janneke Swinkels

De Academische Werkplaats Ouderenzorg bestaat 20 jaar

“Je weet dat je iets onderzoekt wat de praktijk belangrijk vindt”, zegt onderzoeker Irma Everink. Zie daar een van de voordelen van werken bij de Academische Werkplaats Ouderenzorg Zuid-Limburg. Al twintig jaar werken wetenschappers van de Universiteit Maastricht samen met zorginstellingen om zo de meest prangende vragen uit de ouderenzorg te beantwoorden. Dat heeft niet alleen de zorg veranderd, maar ook het onderwijs aan toekomstige zorgverleners. Op alle niveaus, van mbo tot universiteit.

Jan Hamers, voorzitter van de Academische Werkplaats Ouderenzorg Zuid-Limburg (AWO-ZL) en hoogleraar ouderenzorg, is net terug uit New York. Daar heeft hij op een universiteit het idee uitgelegd wat hij samen met Roger Ruijters, nu bestuursvoorzitter van Envida, twintig jaar geleden had: de praktijk en het onderzoek verbinden en zo de dagelijkse zorg voor ouderen verbeteren. Er is veel belangstelling in het buitenland, Hamers reist de hele wereld over en krijgt ook regelmatig bezoek. In Leeds is de universiteit zelfs bezig een eigen Werkplaats op te zetten. “Het is concept is heel simpel, maar toch denken mensen vaak dat het in hun regio niet zal werken”, zegt Hamers. “Probeer klein te beginnen, zeg ik dan. Wij zijn ook met één project begonnen, bij één zorginstelling. Het vertrouwen moet langzaam groeien, dat lukt niet binnen een jaar.”

Makkelijk toegang

En dat vertrouwen is juist zo belangrijk, heeft Hanneke Beerens gemerkt. Een paar jaar geleden promoveerde ze cum laude op de kwaliteit van leven van ouderen met dementie en de kwaliteit van de zorg in acht Europese landen, waaronder Zweden, Duitsland en Frankrijk. “Ik had heel makkelijk toegang tot alle organisaties. Er was enthousiasme voor de bijdrage van de universiteit, niet alleen binnen de verpleeghuisbesturen maar in alle lagen van de organisatie.”

Beerens, tegenwoordig consultant in de zorg, legde ouderen met dementie, maar ook hun mantelzorgers en ‘formele’ verzorgers vragenlijsten voor. Ze keek naar het verschil in kwaliteit van leven van mensen net voor en net na een verhuizing naar een verpleeghuis. “Dat bleek er vrijwel niet te zijn. Een verpleeghuis wordt vaak als slecht gezien, iets waar je niet heen moet willen, maar het kan ook een opluchting betekenen voor mensen omdat ze de zorg krijgen die ze nodig hebben, die thuis niet meer mogelijk was.”

Ook verzamelde ze gegevens over bijvoorbeeld het aantal valincidenten of hoeveel bewoners doorligwonden hebben om zo de kwaliteit van de zorg (zowel thuis als in het verpleeghuis) te meten. Nederland was overall de beste. “Op sommige onderdelen scoorden we minder, maar als je naar het algehele beeld keek, is de zorg hier heel erg goed.” Voor veel mensen een verrassende uitkomst, maar niet voor Beerens zelf, die eerder als verpleegkundige werkte. “Ik wist al dat de zorg in Nederland van hoog niveau is, het onderzoek bevestigde dat.”

In Nederland deed ze ook observaties in de verpleeghuizen. “Ik keek wat er precies voor zorgde dat mensen in een positieve stemming kwamen. Het blijkt per persoon te verschillen. Dat klinkt heel logisch, maar activiteiten in een verpleeghuis zijn vaak in groepsverband. Dan gaan ze met z’n allen een spelletje spelen bijvoorbeeld. Terwijl sommige mensen heel gelukkig worden van strijken, dan voelen ze zich nuttig.”

Witte vloer, witte tegels, wit toilet

Een uniek aspect van de AWO-ZL is de duobaan. Wetenschappers komen niet alleen naar de zorginstellingen om onderzoek te doen, ze draaien ook daadwerkelijk één dag per week mee in de organisaties. Zij zijn de zogeheten linking pins. Bram de Boer is sinds kort een van hen.

Voor de duidelijkheid: hij staat niet aan het bed bij Mosae. Wat hij wel doet? Kijken welke projecten (zowel binnen de AWO als de zorginstelling) er al zijn, hoe die op elkaar afgestemd kunnen worden, aan wat voor onderzoek er behoefte is en wie (promovendi, masterstudenten) daar het meest geschikt voor zou zijn. Ook praat hij mee over hoe onderzoeksresultaten in de praktijk kunnen worden toegepast. Dit doet De Boer ook bij een project van Meander.

“Bij Meander wordt een grootschalig wooncomplex voor ouderen met dementie omgebouwd tot kleinschalig wonen. Dan denken wij vanaf het allereerste begin mee.” Wil je bijvoorbeeld dat bewoners gebruik maken van een buitenruimte, dan moeten ze die kunnen zien vanuit de woonkamer. “Anders denken ze er niet aan.” En een wc is veel makkelijker voor iemand met dementie te herkennen als de bril een contrasterende kleur heeft. “Dus niet: witte tegels, witte vloer en een wit toilet.”

Een overgang als deze, vraagt niet alleen een fysieke verbouwing, maar ook een verandering in mentaliteit. “Het is een andere manier van werken. Nu staat een medewerker op een veel kleinere groep, maar wel alleen. En wordt er bijvoorbeeld samen met de bewoners gekookt, in plaats van dat iedereen naar de eetzaal gaat. Hoe coach je hen daarbij? Welke competenties zijn nodig? Welke trainingen kun je als werkgever aanbieden? Het is heel belangrijk dat je zoveel mogelijk mensen bij het veranderingsproces betrekt. De medewerkers, de bewoners, de familie.”

Meander profiteert in dit geval niet alleen van De Boers kennis, andersom is de overgang ook een aanleiding voor meer onderzoek. “We hebben observaties gedaan en vragenlijsten uitgedeeld vóór de verbouwing. Dat was onze 0-meting. Nu zit men op een tijdelijke locatie en doen we het weer. Als ze straks in het vernieuwde gebouw geïnstalleerd zijn en alles anders is, gaan we opnieuw kijken. Wat hebben al die verbeteringen nu daadwerkelijk opgeleverd?”

Zorgpad

De Boer is ook betrokken bij een Europees project over de transities tussen thuis, het ziekenhuis, een revalidatiecentrum en een verpleeghuis. “Hoe kunnen we die zo soepel mogelijk laten verlopen?”

Daar weet Irma Everink al het nodige van. Zij zette het zogenaamde ‘zorgpad’ op, een nieuwe manier van werken om de overgang voor patiënten die moeten revalideren van het ziekenhuis via een geriatrische revalidatieafdeling (in een verpleeghuis) naar huis beter te laten verlopen. “Er waren een aantal knelpunten.”

Zo vonden patiënten en mantelzorgers dat ze niet genoeg betrokken waren bij het behandelplan. Nu vindt er eerst een uitgebreid gesprek plaats als iemand klaar is om het ziekenhuis te verlaten. “Daarin bespreken we de verwachtingen en de wensen. Wat wil iemand na het herstel nog kunnen doen, hoe is de thuissituatie en bij welke instelling wil hij revalideren. De vraag is ook of iemand weer thuis kan wonen na het revalidatieproces. Dat is het doel van een verblijf op een geriatrische revalidatie afdeling. Is dat onhaalbaar, dan is iemand beter op zijn plaats in een woonzorgcentrum.” Zo komen alleen die mensen op een afdeling voor geriatrische revalidatiezorg terecht, die er ook daadwerkelijk thuishoren. Ging eerst nog slechts 67 procent van de patiënten na het revalidatieproces naar huis, nu is dat 90 procent.

Ook de overdracht tussen de instelling en de thuiszorg verliep niet altijd soepel. “We hebben de thuiszorg gevraagd wat ze wilden weten en de formulieren daarop aangepast. Ook krijgen ze de papieren nu drie dagen eerder. Dan kunnen ze het inplannen.”

Daarbij komen alle partijen regelmatig bij elkaar om het pad ook soepel te houden. Ook is er een zorgpadcoördinator aangesteld. “Die werd eerst vanuit het project betaald, maar nu dat is afgelopen hebben het ziekenhuis en de geriatrische revalidatiezorg het overgenomen. Zo belangrijk vonden ze het. Dat is het prettige aan de AWO-ZL. Je weet dat je iets onderzoekt wat de praktijk belangrijk vindt. Het wordt door hen gedragen. Daardoor kun je iets structureels invoeren. Ze houden er niet meteen mee op zodra jouw project klaar is.”

Wapenfeiten

Dat blijkt ook uit de andere wapenfeiten van de AWO-ZL. Bewoners van verpleeghuizen worden dankzij hun onderzoek minder vastgebonden om vallen te voorkomen, ze ontwikkelden een methode om pijn te meten bij mensen met dementie en gaven inzicht in de gevolgen van kleinschalig wonen op hen. Vanaf 2020 krijgt de Werkplaats structureel jaarlijks 700 duizend euro van het ministerie van Volksgezondheid.

Dat betekent uitbreiding. “Meer projecten, dus meer promovendi”, zegt voorzitter Jan Hamers. “Die moeten ook goed begeleid worden. We vragen veel van ze, de samenwerking met de praktijk vraagt een zekere flexibiliteit. We gaan kijken of we misschien nieuwe thema’s willen opzetten, bijvoorbeeld data science. Maar we willen ook de constructie steviger maken, bijvoorbeeld door vaker mensen uit de praktijk een onderzoeksproject te laten begeleiden.”

Hoe groot is groot genoeg? Dat wordt de vraag de komende jaren. “We krijgen regelmatig verzoeken van zorgorganisaties die zich bij ons willen aansluiten. Het mbo doet sinds kort ook mee, we gaan kijken hoe we het onderzoek daar in het onderwijs kunnen invoeren. Ik zou het interessant vinden om op de langere termijn ook naar de Euregio te kijken. Tot nu toe zijn de zorginstellingen altijd naar ons gekomen, dat vonden we ook belangrijk, een intrinsieke motivatie. Hoe dat met buitenlandse partijen gaat, weet ik nog niet. Er moet natuurlijk wel een klik zijn. Maar ik denk dat we enorm veel van elkaar kunnen leren.” 

De Academische Werkplaats Ouderenzorg is de paraplu waaronder ongeveer tien onderzoekslijnen in de ouderenzorg vallen. Dat varieert van bewegen bij ouderen tot de inzet van technologie, maar de hoofdvraag is steeds hetzelfde: hoe kunnen we de zorg verbeteren met wetenschappelijk onderzoek naar aanleiding van vragen uit de praktijk. Zeven zorginstellingen uit Zuid-Limburg (Meandergroep Zuid-Limburg, Sevagram, Envida, Cicero Zorggroep, Zuyderland, Vivantes, MosaeGroep), Zuyd Hogeschool en het Gilde Zorgcollege zijn bij het project aangesloten. Gepromoveerde UM’ers doen een dag in de week onderzoek in de thuiszorg, verzorgings- en verpleeghuizen van de organisaties, en andersom krijgen zorgmedewerkers met een master de kans promotieonderzoek te doen.

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)