Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Arnold is mijn grootste en meest bijzondere huisdier: een reuzenschildpad”

“Arnold is mijn grootste en meest bijzondere huisdier: een reuzenschildpad”

Photographer:Fotograaf: Loraine Bodewes

Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder

Michael Faure (1958, Schaarbeek)/ hoogleraar vergelijkend internationaal milieurecht/ getrouwd met Hui, vader van zes kinderen, de jongste is 2, de oudste 33 (vier kinderen uit twee eerdere relaties)/ woont in Val-meer, België

Was ik maar het bedrijfsleven ingegaan, dan zat ik nu in een penthouse in New York. Ik moet er niet aan denken. Ik wil geen penthouse, ik ben claustrofobisch, stop me niet in een lift! Ik houd van de wijde Limburgse vlakte, niet van New York. Bovendien moet je je in het bedrijfsleven aan van alles conformeren. Wetenschappers hebben de perfecte vrijheid. Het is het mooiste vak van de wereld. Als ik hier om negen uur binnenloop, is er niemand die roept wat ik moet doen. Natuurlijk, hoe ouder je wordt, hoe meer vertrouwen je krijgt. Ik doe interessante dingen, kies mijn eigen projecten. Voor jonge onderzoekers ligt het anders, maar zelfs zij kunnen binnen bepaalde grenzen het onderwerp van hun proefschrift bepalen. Ik kijk mijn promovendi niet op de vingers. Het maakt mij niet uit of ze hun hoofdstuk op de faculteit of ergens op de hei schrijven.

Praat je weleens tegen je huisdier? Zeker! Ik heb massa’s exotische vissen. Er staan meer dan dertig aquaria in mijn huis. Arnold is mijn grootste en meest bijzondere huisdier: een reuzenschildpad, vernoemd naar Arnold Schwarzenegger. Ik heb een aquarium voor ‘m laten bouwen van twee meter lang. Marc Daenen, oud-collega van de universiteit en liefhebber van grotere exotische reptielen en amfibieën, heeft hem als kleine schildpad meegenomen uit Zuid-Amerika. Arnold is nu een jaar of tien. Hoe hij die heeft getransporteerd? In zijn onderbroek! En wat als ik je vertel dat het een bijtschildpad is? Hij heeft er zijn edele delen voor op het spel gezet! Ik heb niet de meest hechte band met Arnold, daar is hij te primitief voor, hij kan alleen maar bijten en aanvallen. Ik houd meer van kogelvissen. Ook de kleinere schildpadden vind ik leuk. Alhoewel, nee, dat zijn ook rotzakken, die bijten net zo graag. Misschien wil ik ooit schorpioenen. Ik struin graag exotische winkels af, op zoek naar een vis die ik nog niet ken.

Ik ben in de voetsporen van mijn vader getreden: Mijn vader zei altijd bescheiden: ‘Intelligentie slaat één generatie over.’ Hij heeft op allerlei universiteiten gezeten, in Leuven, Vancouver en Berkeley, maar nooit een diploma gehaald. Hij heeft er vooral plezier gehad en is later de verkoop ingegaan. Mijn opa [hij wijst naar een portret boven de deur] was ingenieur, een hele mijnheer in België; hij is zelfs geridderd door de koning. Hij heeft gestreden voor de vervlaamsing van de Universiteit Gent en was een voorvechter van de Vlaamsche beweging. Zijn onderneming heeft het Albertkanaal grotendeels aangelegd. Helaas was ik veel te jong toen hij overleed in 1960. Hij had goed geboerd en was eigenaar van kasteel Cantecroy, bij Antwerpen. Helaas is er in de Tweede Wereldoorlog een bom op gevallen. Mijn opa had een gigantische kunstverzameling: zwaarden, wapens, schilderijen. Veel is na zijn overlijden verkocht, maar ik heb nog een palissander medaillekistje met daarin al zijn onderscheidingen. De liefde voor muziek en schilderkunst heb ik van opa en mijn vader. Cultuur is belangrijk, vormend. Mijn zonen van elf en 31 gaan samen naar de opera. Laatst zijn we met het hele gezin naar een expositie van Adriaen Brouwer in Oudenaarde gegaan. We hebben een hechte band. Iedere zes weken komen we met z’n allen samen voor de Sunday lunch.

De drie eigenschappen die mij het meest tekenen: Ik ben relatief positief, ik probeer alles van de bright side of life te zien. Dat combineer ik met een gezegde van mijn vriend Anthony Ian Ogus [emeritus-hoogleraar Manchester en Rotterdam]: Always choose the least stress option. Ik vind dat je met groot respect en waardering voor een ander in het leven moet staan. Ik vind ze vreselijk, mensen die zoveel met zichzelf bezig zijn. Daar hebben vooral wetenschappers een handje van. By the end of the day draait het maar om één ding: familie en vrienden. Ik ben wars van uiterlijke schijn, toeters en bellen. O ja, ik ben ook wars van klagen. Laatst was ik bij de kapper in Maastricht en zat daar zo’n Hoensbroekse trut te zeiken over het weer [er volgt een beklag in het Hoensbroeks dialect]. Dan denk ik: ‘Ben je nu eindelijk klaar?’.

Liefde is niet moeilijk. Verliefd zijn is niet moeilijk, maar liefde is een werkwoord. Eigenlijk zou je drie keer moeten scheiden en drie keer moeten trouwen met dezelfde vrouw. Els, mijn eerste vrouw, ken ik al sinds mijn vijftiende. We zijn rond ons 26e getrouwd en gingen tien jaar later uit elkaar. Iemand van wie je heel veel houdt, wil je geen pijn doen, maar het was onvermijdelijk, ik werd verliefd op iemand anders. Onze scheiding ging niet zonder leed, there’s no clean way to do it. Tijd heelt gelukkig alle wonden. We zijn nu beste maatjes. Met Hui ben ik sinds 2001 samen. Ik gaf gastcolleges in Leuven en werd gevraagd een masterscriptie te begeleiden. Hui was de studente. Nee, ten tijde van de begeleiding waren we nog niet involved. Wat er zo leuk is aan haar? Ze is zeer aantrekkelijk, slim, dynamisch, actief en verzorgend voor mij en de kinderen. We zijn beiden levensgenieters.

Wanneer was je voor het laatst ontroerd? Twee weken geleden kreeg ik een verdrietig bericht van Christian Wolff. We zijn al jaren goede vrienden, ik ken hem uit Chicago. Ik deed er mijn masters, hij zijn doctoraat. Hij is decaan geweest van de School of Business and Economics. We zien elkaar niet vaak, maar als we afspreken, is er een enorme klik. [Er valt een stilte, hij is zichtbaar ontroerd]. Zijn zoon is overleden, hij heeft een ongeluk gehad. Ik heb die jongen zien opgroeien, hij was net zo oud als mijn zoon Gerbert. Ik moet denken aan Brel die zong over een van de ergste dingen in je leven: voir un ami pleurer.

Mijn H-index van vandaag: Als goede jurist is mijn antwoord: geen idee. Ik ben niet bezig met mijn reputatie. Vooral medici maken zich daar druk over, de valsspelers. Sommigen publiceren meer dan dat ze kunnen lezen. Een directeur van een onderzoeksinstituut die vindt dat zijn mensen hem als auteur moeten opnemen omdat hij nu eenmaal directeur is. Ja hallo. Je bent alleen auteur als je hebt meegeschreven. Maar als de medici het zo willen, ze doen maar. Wij juristen moeten ons niet zot laten maken. Wij hebben onze eigen normen.

 

Tags:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)