Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Die ‘mij gebeurt niets’-houding van vroeger heb ik wat los moeten laten”

“Die ‘mij gebeurt niets’-houding van vroeger heb ik wat los moeten laten”

Photographer:Fotograaf: Loraine Bodewes

Serie: Maastrichtse onderzoekers in (post)conflictgebieden

Op pad door Beiroet in een gepantserde wagen, beveiligers die geen minuut van je zijde wijken. Onderzoek doen in conflictgebieden betekent angst trotseren. Maar ook gezond verstand gebruiken en weten wanneer het onveilig is. Neem het door geweld geteisterde Congo waar Rianne Letschert, victimoloog en rector van de Universiteit Maastricht, een casestudy wil opzetten voor haar met een Vidi beloond project. Tot nu toe is het nog niet gelukt. “Dan open ik een e-mail van mijn Congolese onderzoeker en zie ik de meest vreselijke foto’s voorbijkomen; gruwelijke beelden van afgeslachte kinderen en volwassenen. Het is zo fout wat daar gebeurt.”

“Sinds ik rector ben, heb ik al drie keer een Congoreis in mijn agenda gemarkeerd en ‘m al drie keer eruit moeten halen. Niet alleen vanwege mijn eigen veiligheid, maar ook die van mijn onderzoeksgroep in het gebied. Ik maak sinds ik kinderen heb ook andere afwegingen, ik heb een andere verantwoordelijkheid, die ‘mij gebeurt niets’-houding van vroeger heb ik wat los moeten laten.”
Wie denkt dat een rector geen tijd heeft voor onderzoek, heeft het mis. Nou ja, Rianne Letschert kan er minder tijd aan spenderen dan voorheen, maar ze doet het nog steeds. Met haar Vidi-subsidie van 800 duizend euro, die ze ruim drie jaar geleden binnensleepte als hoogleraar aan de Universiteit Tilburg, onderzoekt ze de impact van internationale tribunalen op samenlevingen en slachtoffers van ernstige schendingen van mensenrechten. Ze doet casestudies in Congo, Cambodja, Guatemala en Cyprus.

Letschert is een ervaren onderzoeker in (post)conflictgebieden. Ze bezocht meermaals landen als Rwanda, Libanon en Pakistan. Onderzoek naar mensenrechtenschendingen brengt reizen met zich mee, benadrukt ze. En dat geldt ook voor haar eerdere functie als adviseur van het team van slachtofferadvocaten van het Libanon Tribunaal in Leidschendam, opgericht om de verantwoordelijken van een bomaanslag van bijna veertien jaar geleden, waarbij de toenmalige Libanese premier en 21 anderen omkwamen, te berechten. “Je kunt geen uitspraken doen over een land als je er niet bent geweest. Het zijn levenslessen die je er leert, je proeft de cultuur, leert de geschiedenis kennen. Dat is precies wat ik tegen mijn promovendi zeg, ook tegen degenen die niet per se het veld in hoeven. Je komt gemotiveerder terug met meer passie voor het onderwerp. In Libanon ben ik met mensen gaan praten met wie ik niet per se in gesprek hoefde, maar juist daardoor leerde ik veel van de complexiteit van het land. Het geeft duiding. Die krijg je niet door in Nederland een krant te lezen, laat staan vanachter je bureau op de universiteit.” 

Flinke mitrailleur
Dertien jaar geleden, zoon Joep en dochter Julia zijn nog niet geboren: Letschert bezoekt Pakistan ten tijde van de naweeën van de cartoonrellen. De Denen hebben zich de woede van moslims op de hals gehaald na publicatie van een aantal spotprenten van de profeet Mohammed in een Deense krant. Europeanen, en zeker Denen, wordt afgeraden naar moslimlanden af te reizen, “Met mijn blonde haar kon ik makkelijk voor een Deense door”, zegt Letschert nu met een glimlach. Ze negeerde het reisadvies. Ze wilde koste wat kost “de dame” ontmoeten die een toespraak zou houden op het openingscongres van het Tilburgse onderzoeksinstituut Intervict (International Victimology Institute) waar ze werkte.

Mukhtar Mai heet de Pakistaanse dame, een slachtoffer van eerwraak. “Zij was door de lokale dorpsraad veroordeeld tot een groepsverkrachting door vier mannen uit haar dorp, omdat haar broertje gewandeld zou hebben met iemand van een andere kaste. Vreselijk. En het was niet de eerste keer dat zo’n oordeel werd geveld. Hoewel de meeste slachtoffers zelfmoord plegen, vocht Mukhtar Mai terug, ze klaagde haar verkrachters aan en streed tot het hoogste gerechtshof.” Helaas zonder resultaat. De daders werden uiteindelijk vrijgesproken. Dat ze in Pakistan op z’n zachtst gezegd niet blij waren met Mukhtar Mai’s vasthoudendheid bleek uit de vele doodsbedreigingen aan haar adres.
Letschert: “Juist daarom dacht ik: zij leeft elke dag in angst, waarom zou ik in Nederland blijven? Ik vond zo’n negatief reisadvies een onzinnige reden.” Thuis waren ze er allesbehalve blij mee. “Mijn vriend was pissig, mijn ouders hebben een week slecht geslapen. Dat realiseer je je pas als je terug bent. Ik stap in een vliegtuig en weet wat er elke minuut gebeurt. Zij niet.”

Aan beveiliging had ze niet gedacht. Per toeval kon ze samen reizen met een journalist van de New York Times die een documentaire maakte over Mukhtar Mai. “Hij had een bodyguard mee met een flinke mitrailleur.” Ze togen naar een afgelegen gebied in Pakistan. “Ik heb een paar nachten bij Mukhtar Mai geslapen, met een aantal andere vrouwen bij elkaar. Een ervaring die ik nooit meer vergeet. Ze was een blijf van mijn lijf huis begonnen. Slachtoffers van mensenhandel en andere ellende konden bij haar tot rust komen.”
Bij Mukthar Mai leerde ze wat veerkracht betekent. "Ik vind het ongelooflijk, die wil om door te leven. En dan maken wij ons hier druk over futiliteiten. Ja, je leert relativeren. Naast dat je wetenschappelijk onderzoek doet, ontwikkel je je ook als mens.”

Risicoparagraaf
De Congolese gynaecoloog Denis Mukwege kreeg afgelopen december de Nobelprijs voor de Vrede voor zijn strijd tegen verkrachting als oorlogswapen. Gewelddadige verkrachtingen zijn in Oost-Congo aan de orde van de dag. “Het is fantastisch dat hij de prijs heeft gekregen, dat op de eerste plaats. Maar als je nagaat waarvoor hij is geëerd: te triest voor woorden. Ongelooflijk wat die vrouwen hebben doorgemaakt. In conflictgebieden wordt seksueel geweld herhaaldelijk en bruut ingezet. Het gaat over macht, over het kapot maken van een andere groep.”

Congo is een voormalige Belgische kolonie. In 1960 werd het land onafhankelijk. Behalve dat het ebola-virus er om zich heen grijpt, wordt het land al jaren geteisterd door conflicten tussen opstandige rebellengroepen. Oost-Congo, grenzend aan Tanzania, Burundi, Rwanda en Oeganda, is levensgevaarlijk terrein. En laat daar juist de populatie wonen die Letschert wil spreken voor haar Vidi-project. Dat de Congo-casestudy misschien kan mislukken, wist ze al tijdens haar aanvraag bij subsidieverstrekker NWO. “Ik zette het weg onder het kopje ‘risicoparagraaf’.”
De strafzaak die haar naar Congo brengt, is er een van het Internationaal Strafhof in Den Haag. “Een krijgsheer is veroordeeld voor het rekruteren van kindsoldaten; kinderen die rond hun achtste of negende zijn ontvoerd, gedrogeerd en opgeleid tot moordmachine. Ze zijn meegetrokken in het conflict en hebben in een aantal dorpen flink ‘huisgehouden’. De krijgsheer is door het Strafhof veroordeeld voor het rekruteren van de kindsoldaten. Maar niet voor de moordpartijen”, benadrukt ze. “En let op: de kindsoldaten zijn hiermee dus de juridische slachtoffers, terwijl de bevolking zegt: ‘Wacht even, slachtoffer? Ze hebben de vreselijkste dingen gedaan’. Je ziet dat het recht in zo’n complexe situatie niet de oplossing is. Daarbovenop zien niet alle kindsoldaten zichzelf als slachtoffer. Die krijgsheer is hun held.” Letschert is van plan zowel kindsoldaten als slachtoffers van de kindsoldaten te interviewen. “Ik wil weten: wat doet zo’n juridische interventie door het Internationaal Strafhof qua verzoening? Werkt het niet juist polariserend?”

Hoewel ze de vijftig of zestig interviews het liefste zelf zou afnemen, is dat onbegonnen werk. Zowel qua tijd als qua taal. “Ik spreek wel Frans, maar daar kom ik niet ver mee. Blijkbaar kent elk gebiedje haar eigen dialect.” Elf lokale veldwerkers worden aangestuurd door twee onderzoekers van de universiteit van Bunia, een stad in het oosten. Letschert ontmoette het duo een tijd terug in buurland Oeganda waar het veiliger is dan in Congo. “Die mensen willen heel graag beginnen, ze staan klaar. Ik hoef alleen maar groen licht te geven.”
In het voorjaar zal ze moeten beslissen over de casestudy: door laten gaan (met alle risico’s van dien) of helemaal stoppen. “Ik kan niet blijven wachten. Dan krijg ik de data niet meer op tijd verwerkt.” Uit alles blijkt: ze wil Congo niet opgeven. “Die strafzaak is zo interessant. Tegelijkertijd: wat is het alternatief? Focusgroepen [slachtoffers] naar de hoofdstad halen in Congo? Of naar Oeganda? Waarschijnlijk zullen ze geen visum krijgen. Bovendien krijg je een heel andere dynamiek als je de groep samenbrengt. Ik weet niet of dat slim is.”

Raaf en Tijger
Aan de Universiteit van Tilburg waren ze aan de reislust van Letschert gewend, maar hoe was dat in Maastricht toen ze er in 2016 rector werd? “Ik herinner me dat op enig moment het beleid voor buitenlandreizen op de agenda van het college van bestuur stond. Er was een nota voorbereid waarin werd voorgesteld dat bij een negatief reisadvies geen onderzoeker de grens over mocht. Ik zei: ‘Dat lijkt me niet de bedoeling’. Je hebt hier allemaal mensen, inclusief mezelf, die naar dat soort gebieden willen en dan dus niet mogen gaan. Uiteindelijk hebben we bepaald dat stafleden de zaak zelf beoordelen, ook als er code rood is, maar dat promovendi gemotiveerd, en gezien door de decaan en de promotor, een verzoek moeten indienen.”

Ze herinnert zich hoe “blij” (maar niet heus) collega en vicevoorzitter Nick Bos was toen ze tijdens haar rectoraat naar Beiroet reisde voor het Libanon Tribunaal. Dit tribunaal erkent maar liefst 72 slachtoffers die fysiek, mentaal en/of materieel zijn geschaad door een bomaanslag in 2005. Velen zijn er de afgelopen jaren door Letschert geïnterviewd.
Daders zijn er ook, allen met Hezbollah-banden, een dominante militante beweging van sjiitische moslims in Libanon. Maar ze zijn voortvluchtig en hebben tot nu toe – de zaak bevindt zich in de laatste fase – nooit voor de rechter gestaan.
“Hoewel slachtoffers en nabestaanden nog steeds enthousiast blijken te zijn over het tribunaal, deelt niet iedereen dit. De daders zijn niet gepakt en daardoor stellen wij westerlingen vraagtekens bij zo’n berechting, terwijl voor de Libanezen – in hun eigen land is er totale straffeloosheid voor terrorisme – enige rechtservaring al bijzonder is.” Ze wil maar zeggen: mensen hebben een bepaald wereldbeeld, andere normen en waarden, groeien op in een andere omgeving. “We denken vaak te weten hoe we dingen moeten oplossen, hoe slachtoffers zich voelen en waarmee ze genoegdoening krijgen. Alsof slachtoffers een homogene groep zijn, alsof ze allemaal wraak willen en boos zijn. Maar dat is niet zo. Net zo min als er zoiets als ideal justice bestaat ten aanzien van gebeurtenissen die zo weerzinwekkend zijn.”

Nog even over de risico’s: hoewel het er relatief rustig is, zette haar relatie met het Libanon Tribunaal de reizen naar Beiroet wel onder druk. Hezbollah zag haar waarschijnlijk liever gaan dan komen. “Ik kreeg allerlei instructies en er werd me op het hart gedrukt vooral géén persoonlijke berichtjes te sturen aan familie. Het zou weleens tegen me kunnen worden gebruikt. Hezbollah zou alles kunnen lezen, luidde de boodschap.” Ook werd ze in een konvooi rondgereden; Letschert in de middelste gepantserde auto. Altijd was er beveiliging. Ook als ze even cadeautjes ging kopen voor haar kinderen. “Het voelde wel als een belevenis.”
Anderen zouden het een nachtmerrie noemen. Lachend, maar met een serieuze ondertoon: “Wetenschappers die dit type onderzoek doen, houden van een beetje spanning. Ze voelen iets onaantastbaars, een engel op hun schouder.”

Vanuit het tribunaal werd gevraagd om een contactpersoon in Nederland – “protocol” –, voor het geval Letschert geëvacueerd moest worden, of erger: als ze ontvoerd was. “Mijn ouders en Rob wilde ik daar niet mee belasten. Dus vroeg ik Nick. Hij, enigszins ongelukkig: ‘Wat is dit nu, waar ga je naartoe?’ Hij werd niet goed van me [lacht], maar zei ‘ja’. Hij moest de namen van mijn twee katten onthouden: Raaf en Tijger. Als hij zou worden gebeld, bij een ontvoering bijvoorbeeld, moest hij die noemen.”

Hij heeft gelukkig nooit een telefoontje gehad.

 

Vijf portretten

De reisadviezenlijst van het ministerie van Buitenlandse Zaken is er niet voor niets. Landen met code rood zijn levensgevaarlijk en bij code oranje wordt reizen sterk afgeraden. Toeristen zullen zich er niet laten zien. Onderzoekers daarentegen hebben andere redenen om een door een oorlog of rellen geteisterd land op te zoeken. De Universiteit Maastricht telt niet heel veel van die waaghalzen, maar ze zijn er wel. In elk geval vijf en allemaal vrouwen. Onregelmatig portretteert Observant een van hen.

-Rianne Letschert (1976), jurist en victimoloog, rector van de Universiteit Maastricht

-Eleonora Nillesen (1975), research fellow (hoogleraar public policy and development per 1 februari), School of Governance/UNU-Merit

-Marieke Hopman (1988), rechtsfilosoof, doet promotieonderzoek naar kinderrechten onder de werktitel looking at law through children's eyes

-Charlotte Müller (1992), doet promotieonderzoek in de migratiegroep van UNU-Merit, werkt aan het project Connecting Diaspora for Development

-Geraldine Beaujean (1967), directeur SHE Collaborates, School of Health Professions Education FHML

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)