Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Wij zijn bedrogen, maar zelf geen bedriegers geworden”

“Wij zijn bedrogen, maar zelf geen bedriegers geworden” “Wij zijn bedrogen, maar zelf geen bedriegers geworden” “Wij zijn bedrogen, maar zelf geen bedriegers geworden”

Photographer:Fotograaf: Erven Theun de Vries en Moniek Wegdam (Perry)

Boeiende biografie Theun de Vries

MAASTRICHT. Een vriend is de schrijver en communist Theun de Vries niet geworden. “Maar voor mij is hij wel overeind gebleven. Ondanks zijn nare trekken en verbeten overtuigingen”, zegt Jos Perry na zeven jaar onderzoek. Eind augustus verscheen Revolte is leven, een goedgeschreven biografie waarin Perry laat zien hoe de wereldverbeteraar en de schrijver in Theun de Vries elkaar in de weg zaten, maar ook inspireerden.

Op zijn 21e - hij studeerde eind jaren zestig, begin zeventig geschiedenis en filosofie in Nijmegen - las Jos Perry zijn eerste boek van de Fries (1907-2005). “Het was geen roman, maar de biografie van Spinoza. Een moeilijke filosoof die hij tot leven wekt. Je ziet het zeventiende-eeuwse Holland voor je, de stad Amsterdam, en wordt ongemerkt in Spinoza’s denkbeelden getrokken zonder dat het een lesje wordt.”

Perry’s generatie studenten voelde zich aangetrokken tot het werk van Theun de Vries die niet alleen het boegbeeld van de Communistische Partij Nederland (CPN) was, maar zijn overtuigingen liet doorklinken in zijn omvangrijke literaire (proza, poëzie, hoorspelen, toneel, non-fictie) oeuvre. “Wij waren bezig met het communisme, we kwamen in verzet tegen de gevestigde orde, voelden grote sympathie voor de arbeidersklasse.” In dit milieu vielen ‘politieke’ romans als Februari en 1848 goed. Zij gaan over strijd, omwenteling en uiteraard het marxisme dat op een toegankelijke manier én met kennis van zaken aan de orde kwam. “De meeste artikelen over Marx in die tijd waren droog, abstract en moeilijk. Aan de andere kant hoefde je geen marxist te zijn om de boeken van De Vries mooi te vinden.”

In verschillende fases van zijn leven – dat bijna de hele twintigste eeuw bestrijkt - heeft Theun de Vries verschillende generaties lezers aangesproken. In de jaren dertig maakte hij met zijn romans over de geschiedenis van de Friese boerenfamilie Wiarda – onder andere Stiefmoeder Aarde - naam bij een groot publiek. Hij schrijft over de lotgevallen van een boerengeslacht en laat spelenderwijs zien hoe de tijd en de maatschappelijke context met zijn landbouwcrisis, sociale onrust en industriële ontwikkelingen, hun leven stuurt.

Na de Tweede Oorlog kon WA man – over een jongeman, opgegroeid in een middenstandsgezin in de Jordaan, die zich bekeert tot het nationaalsocialisme – rekenen op aandacht,  maar ook en vooral Het meisje met het rode haar: De Vries’ populairste en verfilmde boek over de student en verzetsstrijder Hannie Schaft.

Tweespalt

“Ik heb bewondering voor zijn werk, voor de eruditie en breedte ervan. Tegelijkertijd ben ik verbaasd over de steilheid en rigiditeit in zijn politieke carrière.” Het is deze tweespalt in het leven van Theun de Vries die Perry in zijn boek laat zien. In de eerste helft maakt de lezer kennis met een Friese boerenzoon die blijft zitten op 4 gymnasium, kiest voor de bibliotheekopleiding en als tiener al alles zet op een schrijverscarrière. Hij heeft een hang naar vrijheid die zich vooral achter de schrijftafel (en in zijn weinig monogame liefdesleven) manifesteert. Perry: “Regelmatig riep de CPN hem ter verantwoording. Een ‘Marx-roman’ als 1848 bijvoorbeeld zou te veel roman en te weinig pamflet zijn. Wat had de arbeider er anno 1948 aan? Of hij daar in deel twee en drie rekening mee wilde houden. Eenmaal aan het werk lapte De Vries alles aan zijn laars en volgde zijn intuïtie.”

Tegelijkertijd heeft de CPN ook bijgedragen aan zijn artistieke loopbaan, vindt Perry. Zonder de communistische partij was Het meisje met het rode haar er nooit gekomen. De jongerenbeweging vroeg begin jaren vijftig om een roman over Hannie Schaft, maar De Vries liep vast. Hij had nog nooit een onderwerp behandeld dat zo dicht tegen zijn eigen tijd aan zat. Het ging bovendien om een waargebeurd verhaal, de ouders van de gefusilleerde Schaft leefden nog, en het bleek dat Schafts relatie met een getrouwde man niet naar buiten mocht komen. Hij moest met dat alles rekening houden en dat werd hem te veel. Uiteindelijk was het opnieuw de partij die hem stimuleerde om door te gaan. Dit boek was immers belangrijk voor jongeren die de oorlog niet mee hadden gemaakt. Zo konden zij zien welke rol de communisten in het verzet hadden gespeeld. Partijbons en lange tijd fractievoorzitter in de Tweede Kamer, Marcus Bakker, ook literair geïnteresseerd, gaf hem nuttige tips. “Het is een boek met allure dat je meteen de wereld van de Tweede Wereldoorlog intrekt. Het blijft ook in onze tijd overeind, op wat irritante passages na waarin het communisme verheerlijkt wordt.”

Steile partijman

Hij wil vrijheid, maar tegelijkertijd heeft hij een groot verlangen om ergens bij te horen. Perry: “Hij zoekt sociale en levensbeschouwelijke houvast. Hij staat daar niet alleen in. Veel kunstenaars, studenten en intellectuelen in de jaren dertig hebben hun geloof in de kerk verloren, maar kunnen niet zonder een anker. Het marxisme oefent een grote aantrekkingskracht uit op mensen die iets willen doen aan de heersende crisis. De zuigkracht van de communistische partijen die streden tegen het kapitalisme en vochten voor een machtige arbeidersklasse, was groot.” De Vries wordt lid van de CPN en kan al snel geen kwaad – lees kritisch -  woord meer horen over de door hem bewonderde Sovjet-Unie of zijn eigen partij. Hij houdt zich strak aan de partijdiscipline en weigert lang de misstanden in de Sovjet-Unie van Stalin, waar andersdenkenden worden opgesloten of vermoord, serieus te nemen. Als de Hongaars-Britse auteur Arthur Koestler in Darkness at Noon Stalins bloedige zuiveringen aan de kaak stelt, boort hij hem volledig de grond in. Koestler mag dan een vakbroeder zijn, maar deugt niet, is een afvallige communist, erger dan een niet-communist. Ook de Russische schrijver Boris Pasternak (Dokter Zjivago) krijgt er van langs, net als Nico Rost, Jan en Annie Romein, Jean-Paul Sartre, enzovoort. Perry: “Hij speelt op de persoon, haalt schrijvers publiekelijk door het slijk. Ik vind deze persoonlijke aanvallen op schrijvers erger dan zijn loflied op Stalin dat hij in de jaren vijftig schreef. Wie had daar last van? Alleen hijzelf, op zijn oude dag. Maar zo’n aanval op een schrijver in nood als Boris Pasternak, of Koestler, dat is karaktermoord.” In 1956 verdedigt hij nog de Russische inval in Hongarije; een absoluut dieptepunt in zijn leven dat hem zijn lidmaatschap van de internationale schrijversorganisatie PEN kost en hem meer en meer in het isolement brengt.

Bedrogen

In de tweede helft van het boek – we zitten inmiddels in de jaren zestig, De Vries heeft de PC Hooftprijs gekregen - ontdooit de steile partijman en laat Perry – ondanks alles - een sympathiek mens oprijzen: een die belangstellend is, aardig, beminnelijk en zonder kapsones. Een De Vries die steeds openlijker vraagtekens zet bij de praktijken van de Sovjet-Unie en de volgzame opstelling van de CPN. In 1971 beëindigt hij voorgoed zijn partijlidmaatschap. “Hij werd oud genoeg om alles te overzien en te reflecteren op zijn eigen leven. Hij heeft zijn verleden en faux pas nooit verloochend.” De Vries zei zelf: “Ik behoor tot de eigenaardige, gedreven, misschien wel een tikje tragische generatie van de jaren ’30 die voor het communisme gekozen heeft.” Om op het einde van de biografie te vervolgen: “Ik dacht er destijds in waarheid zo over als ik dat heb geuit (…). Wij zijn bedrogen, maar zelf geen bedriegers geworden.”

Hommage

Zijn finest hour beleefde Theun de Vries in 1979. Hij, die tot zijn verdriet nooit een doctorandustitel haalde, kreeg een eredoctoraat aan de Rijksuniversiteit Groningen. Het was zijn vriend en ex-lid van de CPN, prof. Ger Harmsen, die hem voordroeg. Theun de Vries was gewend om literaire prijzen te krijgen, maar een eredoctoraat was van een andere orde. “Het was een volkomen onverwachte hommage, afkomstig van een instantie waar hij als autodidact hoog tegen opkeek. Ook vakbroeders zagen dat zo: dat eredoctoraat ‘is meer waard dan alle letterkundige prijzen bij elkaar’.” Bovendien kreeg hij deze titel vanwege zijn verdiensten op het gebied van de geschiedenis, voor het feit “dat hij een groot publiek in contact had weten te brengen met de geschiedenis, die hij zelfstandig interpreteerde op grond van zorgvuldige documentatie.” Harmsen had in eerste instantie de marxist willen huldigen, iets wat op veel verzet stuitte bij collega-hoogleraren. Perry: “Hij heeft de doctorstitel vanaf dat moment gebruikt. Eindelijk voelde hij zich niet meer minderwaardig ten opzichte van universitair geschoolden.”

 

Revolte is leven. Biografie van Theun de Vries (1907-2005), 394 pagina’s, 34,95. Uitgeverij Ambo. ISBN 9789026319839

 

Drie Maastrichtse biografieën: Kemp, Vasalis, De Vries

Dit is de derde biografie van een literaire persoonlijkheid uit de twintigste eeuw die sinds 2010 is geschreven door medewerkers van de Maastrichtse faculteit cultuur- en maatschappijwetenschappen. In 2010 verscheen de biografie van de Maastrichtse dichter Pierre Kemp door Wiel Kusters. In 2011 volgde Maaike Meijer met haar boek over de dichteres Vasalis. En dan nu Jos Perry met de biografie van Theun de Vries. “Het werkt heel stimulerend en positief om in zo’n omgeving aan je boek te werken. Je laat collega’s delen lezen, kunt in discussie gaan met andere biografen.”

“Je moet als biograaf affiniteit hebben met de persoon en de zaken waar hij zich druk over maakt”, vertelt Perry die op eigen initiatief en gesubsidieerd door het Nederlands Letterenfonds aan dit project begon. Eerder publiceerde hij biografieën over SDAP-voorman en Limburger Willem Vliegen, en over de Maastrichtenaar Victor de Stuers die opdracht gaf om het Amsterdamse Rijksmuseum te bouwen. “Ik ben van huis uit historicus. In De Vries zijn romans zit een sterke dosis geschiedenis, bovendien zit hij in de linkse hoek. Ik ben zelf nooit lid geweest van de CPN, maar er zijn genoeg raakvlakken tussen zijn wereld en de mijne.” En last but not least: “Ik ben gepromoveerd in Groningen bij Ger Harmsen en Albert Mellink, allebei ex-leden van de CPN en bevriend met Theun de Vries. Het was Harmsen die De Vries in 1979 voordroeg voor een eredoctoraat.”

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)