Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“In het orkest is iedereen gelijk, het gaat om de muziek”

 “In het orkest is iedereen gelijk, het gaat om de muziek”  “In het orkest is iedereen gelijk, het gaat om de muziek”

Photographer:Fotograaf: Het Universiteitsorkest in 1986 en 2018, archief Universiteitsorkest

Het Universiteitsorkest bestaat veertig jaar. Dat wordt gevierd met feesten, een reünie en uiteraard twee jubileumconcerten. Vier leden vertellen wat muziek en het orkest voor hen betekenen.

Met zijn 85 jaar is Ben Martinn het oudste lid van het orkest. Al sinds 1980 speelt hij de contrabas. En dat voor iemand die nooit aan de universiteit verbonden is geweest. “Ik werkte indertijd in het centrale laboratorium van DSM. Ik weet niet meer precies hoe ik erbij ben gekomen, ik denk dat iemand me heeft gevraagd. Er was een tekort aan bassisten.”

Vier dirigenten maakte hij mee. Hij wijst ze aan, bladerend door het boekje van het 25-jarig jubileum. Martinn was lid van de lustrumcommissie, een van de vele waar hij door de jaren heen in zat. “Er moet altijd van alles georganiseerd worden.” Dat ging niet altijd goed. “Bij een concert ontbraken de programmaboekjes een keer.” De student die ervoor moest zorgen, had er niet aan gedacht. Het excuus? ‘Dat deed mijn moeder altijd.’ “Die moest nog zelfstandig worden, denk ik”, grinnikt Martinn.

Dat hij contrabas speelt, is toeval. Thuis werd veel muziek gemaakt, iemand wist via via een contrabas te koop staan en de rest is geschiedenis. Als student in Delft trad hij op met zijn ensemble. “Een mooie bijverdienste, we speelden veel jazz, maar ook klassiek. Samen spelen is het mooiste. Het maakt niet uit wat je maatschappelijke status is. In een orkest is iedereen gelijk, het gaat om de muziek.”

Muziekpoli

“Kan ik meteen weer spelen”, was het eerste wat Marjon van Eijsden aan de arts vroeg na haar staaroperatie. Dat mocht. Een blaasinstrument had niet gekund – te veel druk op de ogen – maar Van Eijsdens altviool bleek geen probleem. Gelukkig. “Ik mis zelden een repetitie.”

Muziek is een leidende factor in haar leven, vertelt ze. “Zonder muziek was ik er niet geweest. Mijn vader was amateurvioolbouwer. Hij kende André Rieu senior, die als dirigent werkte, en deelde zelfs een tijd een huis met hem in Amsterdam. Rieu senior heeft hem bekeerd tot het katholicisme en daardoor kon mijn vader met mijn moeder trouwen.”

Van Eijsden speelt naast altviool ook piano en zingt al jarenlang. In orkesten en een koor, maar ook thuis. Zelfs haar werk is door de muziek beïnvloed. Als revalidatiearts in het Erasmusziekenhuis in het Rotterdam van de jaren 80 ziet ze onder andere leden van het Rotterdams Philharmonisch orkest. “Ze hadden zoveel aan het instrument gerelateerde klachten. Klarinetspelers die een verkeerde duimsteun gebruiken, violisten die last van hun nek krijgen. Als je houding niet goed is, wordt die vaak nog veel slechter wanneer je een instrument oppakt.”

Ze richtte een muziekpoli op, eerst in Rotterdam en na haar verhuizing naar Maastricht in 1990 ook een in het MUMC. “Een van mijn assistenten is onlangs gepromoveerd op dit onderwerp. Ze heeft ontdekt dat al 2/3 van de conservatoriumstudenten klachten heeft, soms zo erg dat het ze hindert tijdens het spelen. Stress is fnuikend. Wat helpt is bewegen, sporten en ontspannen.” En natuurlijk een goede houding. Daar heeft Van Eijsden voor het Universiteitsorkest nog eens een college over gegeven. “Gelukkig besteden ook steeds meer conservatoria aandacht aan preventieve programma’s. Eenmaal verkeerd aangeleerd, is het lastig je fysieke houding en mentale instelling aan te passen. De meeste musici gaan pas iets veranderen als ze al pijn hebben.”

De beste troostprijs

Toen Bonnie Groen-Witvliet in 2000 naar Maastricht kwam om rechten te studeren, stond het voor haar buiten kijf dat ze zich bij het Universiteitsorkest zou aansluiten. “Ik speelde al sinds mijn zesde viool. Ik had zelfs al eerder willen beginnen, maar de lerares had geen plek. Uiteindelijk mocht ik in haar koffiepauze komen.”

Als student probeerde ze bij het Nederlands Studentenorkest te komen. Het lukte niet (“Het NSO bestond 100 jaar en er was heel veel concurrentie”), maar leverde toch iets op. “Om te oefenen voor de audities wilde ik de muziek op een cassettebandje zetten, maar ik wist niet hoe. Toen zei Stijn, die hoorn speelde in het orkest: ‘Ik heb een stereotoren waarop dat kan.’” Met hem had Groen-Witvliet al heel wat steelse blikken tijdens de repetitie uitgewisseld. Het was de start van een relatie en later een huwelijk. “Ik zeg altijd dat de troostprijs des te beter was.”

Nu ze zelf een gezin hebben, probeert Witvliet de liefde voor muziek op haar kinderen over te brengen. “We zingen liedjes achter de piano en lezen boekjes over muziek. Maar ik wil het ze niet opleggen. Muziek brengt je veel moois, maar het moet wel uit jezelf komen.”

Zelf speelt ze nog altijd eerste viool in het Universiteitsorkest, al moet ze sinds de komst van de kinderen wel om de week een repetitie overslaan. “Het is heel leuk en gezellig en het niveau steeds blijft stijgen. De wisselende samenstelling vind ik juist een van de charmes. Zolang ze blij met me zijn, blijf ik graag.”

Leren van de muziek

Julia Schulte-Strathaus, student research master Psychopathology, koos viool toen ze op de basisschool een instrument moest kiezen. “Ik twijfelde tussen cello en viool en besloot heel pragmatisch dat een viool makkelijker mee te nemen was. Nu is het een verlenging van mezelf. Het is geen makkelijk instrument. Je hebt geen toetsen die de noten aangeven, in plaats daarvan is het een verschil van millimeters. Het is heel makkelijk om ernaast te spelen.”

In haar jeugd kreeg ze privélessen, maar sinds ze in 2015 bij het Universiteitsorkest is, pakt ze het anders aan. “Ik laat me inspireren door de muziek Ik bestudeer graag de componisten wiens stukken we gaan spelen. Wat inspireerde hen, in wat voor tijd leefden ze? De bladmuziek moet tot leven komen, alle markeringen staan er niet voor niets.

Ze leert veel van het orkest. “Juist omdat er zoveel verschil in leeftijd en ervaring zit. Je hebt een vaste basis en ieder jaar nieuwe aanwas, die met een frisse blik komt. Wat ook erg helpt, is dat ik sinds mijn tweede jaar in het orkest eerste viool speel en daarom naast de orkestleider zit, een professioneel muzikant. Ik kijk naar zijn manier van spelen en reacties. In een orkest praat je niet veel, maar praat je door de lichaamstaal en de muziek.”

Concerten

Het Universiteitsorkest geeft twee jubileumconcerten. Het eerste concert is op vrijdag 1 februari om 20.00 uur in het Conservatorium Maastricht. De tweede op zondag 3 februari om 11.00 uur. Daarna volgt een reünie voor oud-leden. Het orkest speelt Ballade van Carl Smulders, Piano Concerto No. 5 van Camille Saint-Saëns en Symphony no. 1 in C van Georges Bizet. Solist is Fem Devos, dirigent Raymond Spons. Tickets kosten 12 euro (6 euro voor studenten) en zijn verkrijgbaar via www.um-orkest.com.

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)