Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Het is leuk hoor, de snijzaal. Alleen krijg je er enorme honger”

 “Het is leuk hoor, de snijzaal. Alleen krijg je er enorme honger”

Photographer:Fotograaf: Joey Roberts

Praeses Pulse versus Praeses Saturnus

“Dat is wel héél vroeg”, zegt Vera Kleinveld, als ze hoort dat de turners op dinsdagmorgen al om half negen trainen. Evi Schoenmaker: “Maandagavond trainen we ook, tot kwart voor elf, dus dan kunnen we de apparaten laten staan. Anders niet, want in die zaal doen ze ook Zumba en Clubpower en zo. Maar op dinsdag willen de mensen dan niet opstaan en komen er maar een stuk of vijf; we gaan proberen om het naar zaterdag te verplaatsen.”

Ooit geturnd, Vera?

Kleinveld: “Toen ik nog heel klein was, kon ik naar een proefles turnen. Dan moest je een handstand doen; dat kon ik niet, en een koprol; kon ik ook niet, haha, ik heb echt een slechte motoriek.”

Maar iederéén kan toch een koprol?

Kleinveld: “Ja, nou ja, ik vond een koprol eng. Maar wacht, misschien was het wel een achteruit-koprol…”

Ze kijkt erbij of ze het zelf niet gelooft. Terecht waarschijnlijk. Schoenmaker helpt een handje: “Dat kan ik ook niet hoor, zelfs niet na een heel leven turnen.”

Dat leven begon in Duitsland, waar haar Nederlandse ouders woonden en nog steeds wonen. “Ze doen daar aan moeder-kind turnen. Dan houdt je moeder je hand vast en loopt ze met je rond, als peuter deed ik dat, en met vijf, zes jaar begin je dan met de balk en de brug.”

Ze vond het leuk en bleef het doen, ook toen ze op haar negentiende in Nederland ging studeren. “Maar het laatste schooljaar had ik niet veel meer getraind, ik begon pas weer in mijn eerste jaar hier. Het kost veel energie om weer terug te komen op je niveau. Dan ben je ineens bang, ook al heb je iets honderd keer gedaan. Of je hebt de kracht niet meer. In het tweede jaar ging het al beter. En nu helemaal, ik ben beter dan ooit.” Ze zegt het met enige aarzeling, maar haar ogen glimmen.

Win je wel eens wat?

“Ja, ik win nu wedstrijden, dan ben ik héél erg blij, het is onverwacht.”

Maar, zegt ze, eens houdt het op, zeker bij meisjes want “je lichaam verandert”.

Wat dan volgt is een medische uitleg in stereo - de dames zijn goed onderlegd - over de verschillende stadia van het jonge vrouwelijke lichaam, gepaard met veel geschater en geproest. Waar het op neer komt: “Je metabolisme wordt anders, je wordt tussen je 18e en 22e zwaarder, en ik helemaal want ik trainde rond die tijd niet en heb er in drie maanden tien kilo bijgekregen! Ik heb er weer vijf vanaf kunnen halen, méér lukt niet.” Let wel, hier zit een slank meisje dat zich erover beklaagt dat tegenwoordig van alles in de weg zit: haar buik als ze haar knieën optrekt, “het gaat niet meer zo ver!”, en bij de split, de spagaat, zijn het haar billen. En ja, de verslaggever schrijft dat allemaal op.

Maar een beetje uitdijen is toch niet zo erg?

Schoenmaker: “Nee, maar je hebt dan wèl meer kracht nodig.” Goed, die heeft ze dus nu.

Doet Kleinveld aan sport? Ja, hardlopen en tegenwoordig ook fietsen. Niet in clubverband, ze wil liever geen vaste tijdstippen. Want haar agenda zit vol: met Pulse, dat onwaarschijnlijk veel activiteiten organiseert en waar ze de enige fulltime bestuurder is. Ze nodigen specialisten uit om in de avonduren een les te geven, ze houden een workshop hechten “want dat krijg je niet in je bachelor en mensen willen het graag leren, ja, vaak op varkenspoten, dat voelt als een mens”. Plus tal van andere dingen.

En dan is er nog de snijzaal. “Daar werk ik, als student-assistent. Heel boeiend, en ik houd op die manier ook het vak bij, want studeren doe ik verder dit jaar niet.”

Beschrijf het eens daar?

Kleinveld: “Het is er koud, en wit, en het ruikt naar formaline. Op een aantal tafels liggen de lichamen. Met bijvoorbeeld de buikwand open.”

Schoenmaker kent het uit haar eigen studie: “Meestal is de rest van het lichaam - wij noemen het preparaten - wel afgedekt. En soms is er een tafeltje met aparte organen.”

Kleinveld: “Klopt, dan ligt er een stapeltje harten, die kun je dan van alle kanten bekijken. De eerste keer dat je er als student komt is het spannend, daarna wordt het normaal. Je krijgt rubberen handschoenen aan en dan kun je dingen voelen. Een stukje kraakbeen in de luchtpijp, de kwabben van een long. Daar kun je bij als de borstkas open ligt.”

Schoenmaker: “Het is leuk hoor, de snijzaal. Alleen krijg je er enorme honger.”

Kleinveld: “Dat is zo, die formaline triggert iets.”

Zie je de gezichten? Kleinveld: “Nee, de hoofden zijn bijna altijd bedekt. Maar als je dan een keer wel het gezicht ziet, en je ziet gelakte nagels, of tatoeages, dan dringt het ineens weer door: hé, deze persoon heeft echt geleefd.”

Vera Kleinveld (22), nu tussenjaar na bachelor geneeskunde, is voorzitter van MSV Pulse

Aantal actieve leden: 120       

Borrelen: De Twee Heeren

Betekenis ‘MSV Pulse’: “Maastrichtse studievereniging, Pulse refereert aan hartslag, polsslag, en de impuls die we kunnen geven.”

 

Evi Schoenmaker (22), derdejaars biomedical sciences, is voorzitter van MSTV Saturnus

Aantal actieve leden: “Ongeveer 65, maar op trainingen niet meer dan 30.”

Borrelen: bij bestuurslid thuis

Betekenis ‘MSTV Saturnus’: “Studententurnvereniging; het moest iets Grieks of Latijns worden, en iets met turnen, dat werd Saturnus.”

Categories:Categorieën:
Tags:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)