Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Doodgaan wordt een keuze”

“Doodgaan wordt een keuze”

Photographer:Fotograaf: Joey Roberts

Prof. Clemens van Blitterswijk over zijn ‘nachtmerrie’, toekomstvisie en zijn auto

Gisteren en vandaag heeft tout regeneratief Nederland zich verzameld in Maastricht, voor de jaarlijkse bijeenkomst van het landelijke instituut RegMed. Welke doorbraken kunnen we in de nabije toekomst verwachten? De kunstknie voor artrosepatiënten? Of de nieuwe diabetesbehandeling zonder insulinespuit? Aan de wieg van RegMed maar ook van het Maastrichtse MERLN staat Clemens van Blitterswijk: onderzoeker, boegbeeld, vliegende kiep.

Toen Clemens van Blitterswijk cum suis in 2014 neerstreek in Maastricht, verscheen op de UM-website een videoportret, waarin hij eerst in een Jaguar XF door het beeld zoeft en een paar scènes later in een Tesla. Het lijkt alsof hij een high class wagenpark beheert, maar dat is schijn, lacht hij. Ten tijde van de video had hij de Tesla op proef thuis, om te testen hoe ver de accu reikte. Niet onbelangrijk als je in Friesland woont en werkt in Amsterdam en Maastricht.

De Tesla voldeed.

Verder heeft Van Blitterswijk niets met auto’s, zegt hij. Het is een ding dat hem comfortabel van A naar B brengt. En dat zich leent als metafoor, om uit te leggen wat regeneratieve geneeskunde behelst. Of beter: niet behelst. Het vakgebied draait om herstel van alles wat versleten is. “En het woordje herstel is daarbij belangrijk, je wilt het versleten onderdeel eigenlijk in de originele staat terugbrengen. Dat doe je niet met het inbrengen van een implantaat, een gloednieuwe hartklep kun je in dit licht vergelijken met een nieuw auto-onderdeel. Voor menigeen valt dit niet onder regeneratieve geneeskunde, maar daarover verschillen de meningen.”

Anders is de hartklep die aan de TU in Eindhoven is ontworpen. Die stimuleert het lichaam om een nieuwe klep te maken en verdwijnt zelf uit het lichaam. Dat soort zelfherstel is regeneratieve geneeskunde bij uitstek. Vaak zijn het slimme materialen die nieuw weefsel creëren met behulp van eigen stamcellen, cellen die nog tot verschillende typen kunnen uitgroeien.

Mini-niertjes

In 2014 maakte de ‘groep Van Blitterswijk’ een geruchtmakende overstap van Twente naar Maastricht. Geruchtmakend, omdat het nogal ongewoon is dat een groep van zestien wetenschappers van universiteit wisselt; en de TU stond niet bepaald te juichen.

Niet lang daarna richtte Van Blitterswijk in Maastricht het instituut MERLN op en in 2017 zette hij het landelijke instituut RegMed op poten. Daarin werken vier universiteiten (Leiden, Utrecht, Maastricht, Eindhoven) samen met zeventien bedrijven en vier regionale overheden, waaronder de Provincie Limburg. Ook gezondheidsorganisaties als de Nierstichting, Stichting Diabetes Onderzoek Nederland, het Diabetes Fonds, Reumafonds en de Hartstichting doen mee, net als de Katholieke Universiteit Leuven en het Vlaams Instituut voor Biotechnologie.

RegMed maakte een vliegende start toen de overheid en de gezondheidsfondsen een budget 250 miljoen euro in het vooruitzicht stelden voor de komende tien jaar. In deze zogenoemde ‘Fase 1’ staan drie onderzoekslijnen centraal. Eén: een nieuwe behandeling testen voor type 1 diabetes, waarbij eigen stamcellen de insulinespuit overbodig moeten maken. Twee: het maken van mini-niertjes om uiteindelijk volwaardige kunstnieren te kunnen maken en transplanteren. En drie: een kunstknie ontwerpen voor artrosepatiënten. In ‘Fase 2’ gaat RegMed investeren in bedrijven die de technologie bij de patiënt weten te brengen.

Prominent

Alle partijen traden gisteren en vandaag (6 en 7 februari) in Maastricht aan voor de annual meeting, met een keur aan workshops. RegMed zou meteen ook feestelijk worden geopend, maar dat laat nog even op zich wachten.

Van Blitterswijk: “Meestal treden onderzoekers bij dit soort gelegenheden op de voorgrond, maar dat ligt nu niet voor de hand. Ten eerste omdat er veel verschillende partijen meedoen, en ten tweede omdat we dit allemaal doen voor de patiënt. Dus de gezondheidsorganisaties moeten bij de opening een prominentere rol spelen. Dat gaat later dit jaar gebeuren.”

Rond regeneratieve geneeskunde hangt voor veel mensen nog steeds een waas van beloften.

“Dat klopt. Althans, beloften in de zin van onzekerheden. We weten nu nog niet welke technieken als beste uit de bus komen. Maar het staat wel vast dat we in de komende tien jaar slagen gaan maken, over vier jaar gaat het diabetesonderzoek de kliniek in, een biologische nier implanteren zal iets langer duren.”

Moleculair geneticus Hans Clevers, lid van het wetenschappelijk bestuur van RegMed XB, ontdekte laatst dat stamcellen in het hart niet bestaan. Was dat schrikken?

“Niet echt. Het suggereert dat het hart beperkt is in zijn regeneratieve capaciteit, maar dat valt nog te bezien. Clevers is niet de minste, maar ik hoor al jaren dat er op specifieke terreinen geen stamcellen te vinden zijn en dan duiken ze later toch op. Misschien is regeneratie in het hart moeilijker te realiseren dan in andere organen, zou kunnen. Maar het kan ook anders, kijk naar die hartkleppen van de TU Eindhoven.”

Je bent ooit onderscheiden als de meest ondernemende wetenschapper van Nederland. Waarom is ondernemerschap zo cruciaal bij regeneratieve geneeskunde?

“Heel simpel. De behandelingen, zeker op het vlak van artrose en diabetes, zijn bedoeld voor enorme groepen patiënten, en dat krijg je alleen voor elkaar als het bedrijfsleven meedoet. We willen met RegMed een ecosysteem van kenniscentra en bedrijven opzetten, en mede daarom steunt de overheid onze plannen. Het wordt echt een grote business.”

Waar blijkt dat uit?

“De behoefte aan dit soort technologie groeit des te harder omdat we met z’n allen steeds ouder worden. Er is geen lichaamsdeel waar regeneratieve geneeskunde geen rol speelt. Denk alleen al aan het hele bewegingsapparaat, aan kraakbeenbeschadiging, botvervanging. Maar ook de meeste organen vallen straks te repareren, na leverfalen, nierfalen, longziekten als COPD. Het gebeurt ook al op grote schaal hè. Bedenk maar eens hoe normaal een kunstlens is.”

Dat is wel een implantaat.

“Ja, maar toch. Mijn baas in Leiden, chemicus Klaas de Groot, zei eind jaren tachtig tegen zijn studenten: het zal niet lang meer duren of iedereen van u zal een implantaat dragen. Dat stadium zijn we nu al lang voorbij. Nu kun je zeggen: ieder van u zal in zijn leven meerdere implantaten krijgen. Waaronder kunstknieën, -heupen, noem maar op.”

Maar de hogere kunst is om het lichaam aan te zetten tot zelfherstel, niet?

“Ja, om het lichaam te verleiden om zichzelf te repareren. Nederland is daar heel goed in. Wij hebben laatst een ‘zwaartekracht’-subsidie van 25 miljoen ontvangen, speciaal voor de ontwikkeling van ‘instructieve’ materialen.”

Hoe ver staat het daarmee?

“In het Maastrichtse lab hebben we speciale keramieken gemaakt met een oppervlaktestructuur die stamcellen aanzet tot botaanmaak. Deze techniek is al goedgekeurd voor de Amerikaanse en Europese markt, twee beursgenoteerde bedrijven zijn er nu mee bezig. In de beginperiode van tissue engineering was de leidende gedachte om stamcellen buiten het lichaam op te kweken tot, zeg, levercellen en daarna terug te plaatsen in het orgaan. Nu brengen we die keramieken in de vorm van korreltjes in het lichaam in en verleiden we de stamcellen ter plekke. Aardig aan dit soort zelfherstel is dat het niks kost, bij wijze van spreken, al kun je er niet alle klachten mee oplossen. Bij orgaanvervanging red je het daar niet mee. Dat blijft dure technologie.”

Van Blitterswijks nachtmerrie, en ook hier komt de auto-vergelijking weer bovendrijven, is dat de technologie uitstekend werkt maar onbetaalbaar blijkt, alleen voor de happy few toegankelijk is. “Dat betekent dat we net als Henry Ford een soort lopende band moeten ontwikkelen, een soort automatisering om grote hoeveelheden materiaal of cellen te produceren.”

Hoe zit het met de regelgeving? Die kan ook in de weg zitten.

“Ja, die wordt steeds strikter. Begrijpelijk hoor, ik kom zelf uit de tijd dat je bij wijze van spreken een roestige spijker kon implanteren mits die steriel was. Zo ging de grap toen. Nu zijn de regels behoorlijk streng. Je moet een balans vinden: je wilt de samenleving beschermen tegen schadelijke medische ingrepen, maar tegelijk wil je niet de vernieuwing blokkeren. In het onderzoek hebben we niet veel last van regels. Heb je toestemming van de medisch-ethische commissie, dan kun je je gang gaan.”

Onderzoek met embryonale stamcellen ligt moeilijk.

“Ja, maar daar hebben we steeds minder last van. Binnen de regeneratieve geneeskunde hadden we deze cellen een hoofdrol toebedacht, maar inmiddels gebruiken we vooral IPS-cellen. Dat zijn volwassen cellen die je terugbrengt in een vroeg stadium. Met embryonale stamcellen was trouwens nog iets aan de hand: ze bleken dement, als het ware. Als je ze instrueert om een specifiek weefsel te vormen, vergeten ze dat soms en groeien ze uit tot iets anders.”

Met behulp van moderne technologie kunnen mensen 160 jaar oud worden, schatte voormalig Tefaf-hoogleraar Jan Hoeijmakers. Wat denk jij?

“Ik heb weleens gezegd: doodgaan wordt een keuze. Het is natuurlijk gechargeerd, maar er breekt wellicht een tijd aan waarin we zoveel kunnen herstellen dat doodgaan afhangt van de individuele beslissing: nu is het genoeg. Ouderdom is dan niet noodzakelijkerwijs het einde maar een ziekte. En als je die ziekte leert begrijpen, dan kun je ‘m voorkomen.” 

Je bent teruggetreden als directeur van MERLN. Waarom?

“Pamela Habibovic heeft mij inderdaad opgevolgd. Kijk, we kwamen hier vier jaar geleden met zestien mensen en nu heeft MERLN 120 medewerkers. Dat is nauwelijks meer te doen in deeltijd, want ik ben ook investeerder in Amsterdam en fungeer als boegbeeld van RegMed. Ik vind het ook niet eerlijk tegenover de organisatie. MERLN heeft ontzettende goeie professoren die in feite het instituut draaien. Voor alle duidelijkheid: mijn commitment aan Maastricht is niet minder geworden. Ik blijf universiteitshoogleraar en blijf betrokken bij het regeneratieve onderzoek. Maar tegelijk ben ik een soort vliegende kiep.”

Wie is Clemens van Blitterswijk?

Celbioloog Van Blitterswijk (1957, Den Haag) maakte furore op het terrein van de tissue engineering, meer in het bijzonder van de botvervanging. Inmiddels geldt Van Blitterswijk, die in 2014 van Twente naar Maastricht overstapte, als een boegbeeld van de regeneratieve geneeskunde in Nederland. Hij richtte eerst het UM-instituut MERLN op en daarna het landelijke RegMed. Hij heeft bovendien meer dan tien bedrijven opgezet - of beter: wetenschappelijke spin-offs – en het LSP-Health Economics Fund. Dit fonds is een van de grootste in zijn soort in Europa en investeert in bedrijven die innovatieve, kostenbesparende medische technologie maken.

Van Blitterswijk was in 2012 de meest ondernemende wetenschapper van Nederland, won in 2015 de Huibregtsenprijs en sleepte in 2016 een ERC-grant (advanced) in de wacht. Hij is lid van de KNAW en een van de vier universiteitshoogleraren in Maastricht.

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)