Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Verwijt van klokkenluider WODC-affaire aan CvB is ongegrond”

“Verwijt van klokkenluider WODC-affaire aan CvB is ongegrond”

Photographer:Fotograaf: Hans Nelen, archief www.maastrichtuniversity.nl

Opinie-artikel


Ook prof. Hans Nelen werd genoemd in het opiniestuk van de WODC-klokkenluider, Marianne van Ooyen, in Observant. Beiden waren ooit collega’s bij het WODC. Nelen reageert nu en blijft bij zijn standpunt dat de hele affaire “een storm in een glas water” was.

In Observant van 28 februari 2019 werpt ‘klokkenluider’ in de zogeheten “WODC-affaire” Marianne van Ooyen-Houben de retorische vraag op hoe zwaar de wetenschappelijke integriteit bij de universiteit weegt. Aanleiding voor haar ingezonden stuk is het besluit van het College van Bestuur en de Decaan van de rechtenfaculteit om geen maatregelen te treffen tegen hoogleraar Frans Leeuw, die vijftien jaar directeur was van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum.

Van Ooyen-Houben heeft geen hoge pet op van de besluitvorming van het CvB en probeert haar verontwaardiging te onderbouwen met een aantal passages uit de drie onderzoeksrapporten die naar aanleiding van de WODC-affaire zijn verschenen. Ze winkelt nogal selectief in die rapporten en doet het voorkomen dat zij haar visie op het gebeuren volledig bevestigen, maar niets is minder waar. En passant merkt ze ook op dat ik de zaak in een blog heb afgedaan als een ‘storm in een glas water’. Dat laatste klopt en ik wil hier dan ook samenvatten waarom ik die mening onverkort ben toegedaan en vind dat het CvB en het bestuur van de rechtenfaculteit in deze casus juist hebben gehandeld.

Waar ging de ‘affaire’ ook weer over? Vanuit het WODC sprak van Ooyen-Houben in maart 2014 in een mail aan haar werkbaas haar zorg uit over het gebrek aan integriteit en onafhankelijkheid dat zij had ervaren rondom een aantal onderzoeken op haar terrein van expertise (drugs). Het eerste rapport van de Commissie-Verhulp, dat medio 2018 verscheen, richtte zich met name op de afhandeling van de klacht door de leidinggevenden binnen het WODC en het ministerie van Justitie en Veiligheid en bevestigde het bestaan van een arbeidsconflict dat door de betrokken leidinggevenden niet goed was afgewikkeld. Dat was geen leuk bericht voor Leeuw, maar had weinig te maken met zijn wetenschappelijke integriteit, maar meer met zijn bedrijfsmatige rol als directeur van het onderzoeksinstituut. Hij moest naar aanleiding van dit rapport ook niet opstappen, zoals Van Ooyen-Houben suggereert, maar besloot zelf terug te treden. Overigens is het in het licht van de verstoorde verhoudingen met haar baas opmerkelijk dat Van Ooyen-Houben er geen been in zag om niet alleen tot haar pensioen bij het WODC te blijven werken, maar ook met de directeur gezamenlijk cursussen over evaluatiebeleid aan de UM te blijven verzorgen. Dat laatste duidt erop dat de scherpste kantjes van het arbeidsconflict in de laatste paar jaren van haar dienstverband bij het WODC er wel af waren. Dat blijkt ook uit het lied van Udo Jürgens dat directeur Leeuw en Van Ooyen-Houben gezamenlijk ten gehore brachten op de receptie ter afscheid van de laatstgenoemde in het voorjaar van 2017. Die act leidde toen tot hilariteit alom, maar het lachen is beiden inmiddels wel vergaan.

Qua inhoud richtten de klachten van Van Ooyen-Houben zich destijds in het bijzonder op twee zaken. De eerste kwestie is dat de directeur van het WODC een passage in de samenvatting van een onderzoeksrapport uit 2013 zou hebben geherformuleerd. De suggestie werd daarmee gewekt dat conclusies op verzoek van de top van het departement zouden zijn aangepast of afgezwakt. Uit het tweede rapport dat naar aanleiding van de affaire in het najaar van 2018 verscheen, dat van de Commissie- Overgaauw, wordt echter duidelijk dat de uitkomsten van de drugsrapporten ondanks de bemoeienis van het ministerie volledig, zorgvuldig en wetenschappelijk verantwoord zijn weergegeven. Er zijn geen data verzonnen of weggemoffeld, geen analyses gemanipuleerd, noch bestaat er enige aanwijzing dat aan de bevindingen andere conclusies zijn verbonden dan oorspronkelijk het geval was. De commissie spreekt over “correcte en volledige weergave van de onderzoeksresultaten, ook volgens de standaarden van wetenschappelijk beleidsonderzoek”.  Ook merkt de commissie met betrekking tot de gewraakte passage in de samenvatting op – en dat is op zijn minst ironisch te noemen - dat deze “genuanceerder is dan de oorspronkelijke tekst en meer recht doet aan de verschillende belevingen van alle in het onderzoek bevraagde actoren”.

De tweede kwestie die door Van Ooyen werd aangekaart, is dat door de jaren heen stelselmatig WODC-rapporten zouden zijn toegeschreven naar de wensen van de top van het ministerie. Ook hiervoor is door de commissie geen bewijs gevonden. Bij de meeste van de onderzochte voorvallen was volgens de commissie geen sprake van onbehoorlijke beïnvloeding. Van sturing op de inhoud van de uitkomsten, al dan niet door de minister, is de Commissie-Overgaauw evenmin gebleken. Een enkele keer was er sprake van onbehoorlijke beïnvloeding.

Dan het derde rapport, dat van de Commissie-Hertogh dat begin dit jaar verscheen. In dat rapport richten de pijlen zich vooral op de beleidsambtenaren van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Er is volgens de Commissie-Hertogh sprake van een terugkerend patroon waarin sommige medewerkers van het ministerie van J en V proberen om WODC-onderzoek te beïnvloeden. Hierbij is bovendien sprake van een machtscultuur, waarin onderzoekers in “een spel van duwen en terugduwen” hun inhoudelijke onafhankelijkheid steeds opnieuw moeten bevechten. WODC-onderzoekers, hun leidinggevenden, externe onderzoekers en voorzitters en leden van de begeleidingscommissies bieden meestal met succes weerstand tegen pogingen tot oneigenlijke beïnvloeding, maar dat lukt niet altijd, aldus de Commisie-Hertogh. De Commissie is een aantal gevallen op het spoor gekomen waarbij sprake geweest zou kunnen zijn van aantasting van de wetenschappelijke integriteit, maar heeft geen aanwijzingen dat opzet, uitvoering of conclusies van WODC-onderzoek op grote schaal zijn aangepast.

De drie rapporten overziend kan dus zeker niet de conclusie worden getrokken dat de beginselen van wetenschappelijke integriteit en zorgvuldigheid bij de uitvoering en aanbesteding van WODC-onderzoek stelselmatig en op grote schaal met voeten zijn getreden. De beschuldiging die de directe aanleiding vormde tot de drie onderzoeken, het vermeend herschrijven van een drugsrapport, is zelfs volledig ontzenuwd. Over de rol van Frans Leeuw worden in de drie rapporten zeker kritische noten gekraakt, maar die betreffen vooral zijn vermeende directe en confronterende managementstijl en het gebrek aan het bieden van een veilige werkomgeving. Terecht hebben het CvB en het bestuur van de rechtenfaculteit die conclusies bij de afweging of Leeuw zijn aanstelling als hoogleraar bij de UM kon behouden, buiten beschouwing gelaten want ze raken primair aan zijn bedrijfsmatige rol als directeur. Aanwijzingen dat hij in zijn rol als academicus de wetenschappelijke integriteit op flagrante wijze heeft geschonden zijn er niet.

Tot slot nog dit. Het is goed dat de “WODC-affaire” een discussie op gang heeft gebracht over wetenschappelijke onafhankelijkheid in het kader van beleidsgericht onderzoek. Ook binnen de muren van de UM moeten we die discussie zeker blijven voeren, temeer daar onderzoekers in toenemende mate afhankelijk zijn van derdegeldstroom-inkomsten en we in dat opzicht steeds kwetsbaarder zijn geworden. Ik nodig Marianne van Ooyen-Houben van harte uit om met mij en andere collega’s van de UM hierover in debat te gaan. Dat debat moet dan niet gaan over eventuele “Barbertjes die moeten hangen”, maar veeleer over het bewaken van de balans tussen beleidsnabijheid en wetenschappelijke onafhankelijkheid.

Hans Nelen, hoogleraar criminologie

Categories:Categorieën:
Tags:

CommentsReacties

2019-03-15: Victor Breton van Groll
Dank voor dit fijne en genuanceerde betoog, heer Nelen. Klasse!

Victor Breton van Groll
medewerker WODC
2019-06-14: Takkenberg
Jullie moeten nooit van derde geld aannemen als je echt onafhankelijk wil blijven.
De overheid moet jullie gewoon genoeg geld geven zonder druk of voorwaarden.
Integriteit, openheid,onafhankelijk zuiver onderzoek zijn belangrijke bijna vergeten waarden.
Langzamerhand glijden we af en niemand ziet dat.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)