Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

"Ik wilde bij de rijkspolitie, die reden in een Porsche met blauw zwaailicht over de snelweg"

"Ik wilde bij de rijkspolitie, die reden in een Porsche met blauw zwaailicht over de snelweg"

Photographer:Fotograaf: Loraine Bodewes

Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder


Roel van der Nat (57, geboren op Sint Pieter, Maastricht)/ teamleider UM Guesthouse/ getrouwd met Mieke Kurris, samen drie kinderen: Koen (27), Luc (24) en Maud (22)/ woont op Sint Pieter

Wat is het moeilijkste aan de liefde? Het spannend houden, zorgen dat het geen sleur wordt. Dat doe je door elkaar de ruimte te geven, elkaar wat te gunnen. Mieke en ik zijn sinds 7 juni 1980 samen. We kennen elkaar van het jongerenkoor van St. Pieter, dat was een soort huwelijksbureau. Ze maakte indruk, had altijd een weerwoord, liet niet over zich lopen. En dan die twinkelende ogen, die heeft ze nog. We waren op een eindexamenfeest, ik bracht haar thuis en toen we innig verliefd stonden te zoenen reden schoonpa en schoon onverwacht de oprit op. We stonden vol in het licht. Wij schrokken, maar mijn schoonvader blijkbaar ook. Hij sprak in 1987, op onze trouwdag, de historische woorden: “Op dat moment zag ik onze dochter volwassen worden en werd ik tien jaar ouder.”

Grootste ergernis? Twee dingen: mensen die zich niet aan afspraken houden en mensen die te laat komen. Ik wacht dertien minuten, vraag me niet waarom, ik weet niet hoe ik aan dat getal kom, en daarna sta ik iemand niet meer te woord. Het komt nog steeds te vaak voor dat mensen te laat komen. Ik ben wat dit betreft geen echte Mestreechteneer, ik doe niet aan het Maastrichtse kwartiertje.

Ik kan geen noten lezen. Op de brugklas kreeg ik solfège-les van meneer Wennekes op het conservatorium. Op de lagere school haalde ik drie blokfluitdiploma’s, de laatste met lof. Ik vroeg aan mijn moeder of je dat kon eten. Nee, zei ze, dat betekent dat je het goed hebt gedaan. Ik was lid van het jongerenkoor, organist van het kinderkoor, ik ben heel muzikaal, dat heb ik van mijn moederskant. In de familie Zeijen zitten een paar beroemde organisten. Sinds december zit ik op gitaarles, wilde ik al jaren. Na de eerste les speelde ik Song, song, blue van Neil Diamond. Ik vind muziek onderdeel van de opvoeding. Net als dans: stijldansen hoort erbij, je moet met respect de dansvloer op kunnen gaan. Ik vind het zelf geweldig om te doen.

Voetbal of golf? Handbal. Een harde sport, zeker voor een cirkelloper die ik was, maar ook een echte teamsport. Je kunt je niet verschuilen, je moet er samen voor gaan. Ik speelde bij Polaris in Maastricht en speelde drie interlands in de Limburgse selectie. Het was in Koblenz, ze speelden vooraf het volkslied, prachtig, dan voel je je heel wat. In een team leer je zaken die de rest van je leven van pas komen: respect voor elkaar, gaan voor elkaar.

Prins carnaval? Een jongensdroom! Ja! Ik werd in 1999 de prins van de Mosasaurussen van St. Pieter. Ik was een ‘zjubilei Prins’, we bestonden 44 jaar, vier keer elf. In zo’n jaar wordt iemand die geboren en getogen is op St. Pieter prins. Het was een geweldig toneelstuk van vier weken. Op dinsdagavond 00.00 uur was het uit met ‘geer, uuch en watbleef’ en sta je weer met beide benen op de grond. Ik noem drie hoogtepunten: het uitroepen, het prinsenbal op Fort St. Pieter, en op carnavalszondag met de ‘Harmonie Sint Pieter 1890’ naar het Vrijthof. De harmonie begeleidt traditiegetrouw het Mooswief. Na het afgaan van het kanon speelden zij het Mestreechs volkslied, toen liepen de rillingen over mijn rug.

Vrijwilligerswerk hoort erbij. Ja, mijn leven lang al. Ik ben sinds vijf jaar voorzitter van de Harmonie St. Pieter, ben lid van het Dragersgilde van de H. Petrus van St. Pieter, burgermedewerker van de Tempeleers en organiseer met anderen het gala prinsenbal, het jeugdprinstreffen, de kindermiddag in de Platte Zoal. Bij het laatste help ik ook mee. Ik hoef niet in de spotlights, ik vind het leuk achter de schermen. Ik ben contactpersoon tussen de Tempeleers en de UM voor Vrow Wielemösj. Mieke zit in de kindercommissie van de Tempeleers. Mijn vader zat al volop in het verenigingsleven. Net als mijn schoonfamilie.

Wat wilde je vroeger worden? Ik wilde bij de rijkspolitie, die reden in een Porsche met blauw zwaailicht op de snelweg. Ik moest daarvoor naar de keuring. Ik had bijna alles al achter de rug toen ik tijdens een psychologische test de letter ‘p’ in vakjes en rondjes moest ontdekken. Op het laatst zag ik ze overal. Ik was niet geschikt zeiden ze. Dat heeft me pijn gedaan. Ik lag huilend met mijn hoofd op de schoot van mijn moeder. Mijn toekomst was weg. Ik was te laat voor een andere opleiding. Gelukkig was er Miekes vader, een leraar Nederlands. Via hem kon ik alsnog terecht op de studie MBO-civiele dienst voor een driejarige opleiding tot kok. Ik heb bij een aantal ouderencentra gewerkt en in 2000 kwam ik als assistent teamleider bij de mensa van de UM. Sinds 2004 ben ik teamleider Guesthouse.

Als je een ding aan jezelf mocht veranderen, dan … zou ik geduldiger zijn. Ik heb mijn antwoord al klaar voor de vraag is gesteld. Dat is soms lastig.

Als je vrouw een ding aan je mocht veranderen, dan … zou ze willen dat ik iets minder non-verbaal communiceer. Ik kan met mijn gezicht alles uitdrukken en daar kan ze niet tegen. ‘Zeg ’t verdomme gewoon als je het ergens niet mee eens bent.’

Ik heb veel geleerd van … mijn leidinggevende Maurice Evers. Hij laat zien dat je gezag kunt hebben zonder je stem te verheffen. Hij luistert, is vasthoudend maar erkent tegelijkertijd dat er meerdere wegen naar Rome zijn.

Beste eigenschap? Empathisch vermogen. Als er een buitenlandse student komt met een probleem, dan denk aan zijn ouders, hoe blij die zouden zijn als hun kind goed wordt geholpen. Zoals ik hoopte dat ze onze zoon Luc goed zouden opvangen toen hij een half jaar in Kaapstad studeerde.

Ik ben 57 maar ik voel me … 25. Ik bruis van de energie, ga elke ochtend met plezier naar mijn werk. Vrienden vragen steeds vaker: hoe lang moet je nog? Maar ik moet niks. Ik mag nog. Mijn vader was vertegenwoordiger, gewend om zijn eigen tijd en zaken te regelen. Hij had veel vrijheid. Op latere leeftijd werd hij noodgedwongen portier bij het GAK. Hij vond het verschrikkelijk achter dat schuifje, ging met tegenzin naar zijn werk. Dat waren zware jaren. Dat overkomt mij niet, dan ga ik weg.

Tags:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)