Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Het verlangen naar wildernis

Het verlangen naar wildernis

Photographer:Fotograaf: Loraine Bodewes

Interview met Vici-winnaar Raf de Bont

Wat gebeurt er als dieren in hun habitat uitsterven en daar later opnieuw worden uitgezet? Hoe verloopt de handel in beesten tussen dierentuinen in de 20e eeuw? Wat zijn de gevolgen van nieuwe routes van trekvogels, van dieren die nieuwe gebieden verkennen? Zie hier enkele vragen die aan bod komen in het Vici-project Moving Animals van historicus Raf de Bont. Daarvoor ontving de Belg enkele weken geleden 1,5 miljoen euro van NWO.

De Bont heeft even overwogen om de wolf als studieobject in te voegen, maar diens migratie is van te recente datum, zeker voor een historicus. “In Nederland zijn er twee, in België drie. Het is interessant om te zien wat de wolven hebben losgemaakt. Er ontstond meteen een soort personencultus. Het koppel dat als eerste de grens overstak, werd Naya en August genoemd.”

Wetenschappers volgden de dieren al snel via zenders en natuurbeschermers richtten in België het meldpunt Welkom Wolf op. “Intussen kun je geen krant openslaan of het gaat over de wolf. Dat terwijl andere dieren helemaal geen aandacht krijgen. De goudjakhals, afkomstig uit Oost-Europa, komt in alle luwte onze kant op, bijt geen schapen dood. In Duitsland is hij al gesignaleerd. Waarom horen we daar niets over?”

In het Vici-project Moving Animals belicht Raf de Bont een fenomeen dat door historici over het hoofd is gezien: de manier waarop wilde dieren in de 20e eeuw over de wereld zijn getransporteerd, verhandeld, of opnieuw in gebieden geïntroduceerd. Hierbij zoomt De Bont samen met collega-onderzoekers steeds in op de wetenschappelijke, culturele en beleidsmatige dimensies.

De Bont plaatst de ‘dierenverplaatsingen’ tegen het decor van de globalisering. “Daarbij denken we doorgaans aan mensen, goederen of ideeën die de wereld over gaan, maar dieren doen dat net zo goed. Hierdoor ontstaat zelfs zoiets als een ‘wereldnatuur’. Meer en meer raken gebieden met elkaar verknoopt via de handel, uitwisseling en onderlinge contacten tussen dierentuinen.”

Nazi’s

In het begin van de 20e eeuw drong bij natuurorganisaties maar ook bij dierentuinen het besef door dat dieren die uitsterven, moeten worden gered en opnieuw uitgezet in het oorspronkelijke gebied. Een bekend voorbeeld is de wisent, ofwel de Europese bizon, die alleen nog in Polen voorkwam. “Het dier kreeg het rond de Eerste Wereldoorlog zwaar te verduren toen het ene na het andere leger door het land trok en de beesten als proviand beschouwde. Eerst de Duitsers en daarna de Russen. De bizon verdween uit het landschap, alleen in Europese dierentuinen waren nog een vijftigtal exemplaren in leven.”

Voor het eerst, zegt De Bont, ontstond een interessante dynamiek van landen en individuen die plannen maakten om de wisent te redden. “In 1923 richtten Duitsers de Internationale Gesellschaft zur Erhaltung des Wisents op. Tussen dierentuinen of adellijke privé-collecties worden mannetjes en vrouwtjes uitgewisseld om nageslacht voort te brengen. Er werden nu ook stamboeken bijgehouden, mede vanuit een obsessie met zuiverheid. Men was als de dood voor kruising met de Amerikaanse bizon.”

Maar de redding van de wisent bleek makkelijker gezegd dan gedaan. Alleen al praktisch gezien, het viel niet mee om deze enorme beesten te verplaatsen, zegt De Bont. “En in de jaren dertig stokte de internationale samenwerking toen de nazi’s aan de macht kwamen. Die plaatsten de bizon om eigen redenen op een voetstuk. Het dier had in die ideologie een iconische status en verwees naar de Germaanse jacht op oerwild, als bewijs van mannelijkheid in een confrontatie met krachtige natuur.”

In de jaren vijftig namen de Polen de Gesellschaft over en zetten een geslaagd kweekprogramma op poten. “Inmiddels is er bijna geen land in Europa dat geen wisenten heeft uitgezet.”

In het Vici-project komt een vergelijkbare casus aan bod: het Przewalskipaard. Dat verdween in de jaren zestig van de Mongoolse steppen, is onder andere in Nederland opnieuw gefokt en in de jaren negentig weer uitgezet in Mongolië. Wat is de rol van wetenschappers daarin, van beleidsmakers, natuurbeschermers?

Canada-gans

En van dierentuinen? Sinds de 20e eeuw afficheren die zich meer en meer als plaatsen voor natuurbescherming, zegt De Bont. Tegelijk vormen ze een handelsnetwerk, waarbij ze eerst dieren uit de wildernis haalden en later onderling uitwisselden. “Er ontstaat wetgeving over hoe een goede dierentuin eruit moet zien, en er komt een nieuwe tak van wetenschap: zoo biology. Hoe kun je dieren in gevangenschap het best houden en kweken?”

Dat was niet altijd makkelijk. “Het is verleidelijk om dieren te fokken die met uitsterven worden bedreigd. Bij wisenten lukte dat uiteindelijk goed, maar vaak is het buitengewoon problematisch. Met de Sumatraanse neushoorn bijvoorbeeld is men al dertig jaar lang in de weer, en tot op de dag van vandaag tellen we vier geboortes in gevangenschap. Het uitzetten van dit soort dieren is net zo complex, ze zijn niet voor niets uitgestorven in hun oorspronkelijke habitat.”

Ook richten De Bont cum suis hun vizier op de “invasies van dieren” in nieuwe regio’s. De onderzoekers zullen zich buigen over de nijlbaars die het Victoriameer heeft leeg gevreten, maar ook over de Canada-gans. “Die zie je nu overal in Nederland, terwijl je ze in de 17e eeuw alleen in collecties van adellijke landhuizen aantrof. Ontsnapte exemplaren verwilderden en namen in de loop van de 20e eeuw sterk in aantal toe. Natuurbeschermers voeren discussies over de vraag of deze ganzen hier thuishoren, of ze het ecosysteem verstoren. Moet de overheid ingrijpen of niet?”

Ander voorbeeld is de groene halsbandparkiet, bekend van het Vondelpark in Amsterdam. “Ze zouden afstammen van losgelaten huisdieren. In België zitten ze ook. Daar gaat het gerucht dat ze na sluiting van een dierenpark in Brussel zijn vrijgelaten.”

Ecoducten

Ook de seizoensmigraties van dieren worden tegen het licht gehouden. Neem de ooievaar, zegt De Bont. “Al eeuwenlang trekt die naar Afrika om te overwinteren. Nu blijft een steeds groter deel van de populatie in Europa, omdat ze voedsel vinden op open vuilnisbelten in Spanje en Portugal. Deze dieren hebben een competitief voordeel, ze zijn bij terugkomst minder uitgeput en beginnen eerder aan hun nest.”

Ook hier zitten weer culturele, wetenschappelijke en beleidsmatige kanten aan. “Cultureel genieten de dieren een zeker charisma, vanwege hun heldhaftige tochten naar Afrika en omdat ze kinderen brengen. Deze helden zitten nu op stortplaatsen in etensresten te pikken. Wetenschappers bestuderen de nieuwe gewoontes, maar tegelijk is de vraag: wat te doen met die nieuwe overwinteringsplaatsen? Voor de soort zijn de open vuilnisbelten niet nadelig, maar de EU heeft nieuwe wetgeving gemaakt waarin ze zijn verboden. Tegelijk benadrukken natuurbeschermers het belang van migraties, want het verschijnsel van grote groepen dieren die lange afstanden afleggen, is wereldwijd op zijn retour, mede door oprukkende infrastructuur. Moet je meer corridors en ecoducten aanleggen?”

Oostvaardersplassen

Wat in de discussies over dierverplaatsingen eveneens verweven zit: het eigentijdse verlangen naar wildernis. “Tot de Romantiek was de wilde natuur iets negatiefs, de plek waar de duivel woonde. Pas in de 19e eeuw werd de ontzagwekkende natuur een plaats waar je in aanraking kon komen met god, waar je je deel van iets groters voelde. Kijk naar de Amerikaanse natuurparken, met hun spectaculaire rotsformaties en panorama’s.”

Traditioneel moesten Nederlandse natuurbeschermers weinig van wildernis hebben. “Het ideaal was een pre-industrieel landschap, waar je de hand van de mens in kon herkennen. Heidelandschap bijvoorbeeld met schapen, of vengebied. Rond de jaren tachtig ontstond het verlangen naar wildernis. In Nederland denk je dan al snel aan de Oostvaardersplassen, die trouwens al eerder waren ontstaan. De titel van de recente film over dit gebied, De Nieuwe Wildernis, is veelzeggend.”

De discussies over een gebied als Oostvaarderplassen leggen bloot hoe we ons verhouden tegenover de natuur. “De dierenrechtenbeweging ziet de dieren die er losgelaten zijn, als vee, waar je voor moet zorgen, die je moet bijvoederen. Terwijl ecologen ze beschouwen als onderdeel van het ecosysteem, waarin het de normaalste zaak van de wereld is dat dieren doodgaan.”

Niet alleen in Nederland maar in heel Europa is deze wildernis-trend zichtbaar, zegt De Bont, en wel onder de naam Rewilding Europe. Zo heet ook de organisatie in Nijmegen, die op acht plaatsen in Europa wildernis wil creëren, waaronder de Donau-delta, Lapland, de zuidelijke Karpaten in Roemenië en de Apennijnen in Italië. Daar worden opnieuw grote grazers losgelaten.

Op de website prijkt een grote foto van vechtende bizons. Wildernis pur sang.

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)