Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Dieren hebben emoties, maar zijn niet als mensen

Dieren hebben emoties, maar zijn niet als mensen

Photographer:Fotograaf: Flickr

Opinie-artikel

De ernstige morele verontwaardiging van Pim Martens over de bouw van een Biomedisch Centrum (BMC), in een opinie-artikel in Observant, behoeft nuancering, vindt gedragsbioloog Wijnand Raaijmakers. Deze faciliteit voor proefdieren en dierproeven zou in Martens’ ogen in flagrante tegenspraak zijn met de wens tot duurzaamheid die hoog in het vaandel van de UM staat.

Pim Martens vindt dat de komst van het BMC onderstreept dat de UM het streven van de overheid naar proefdiervrij-onderzoek niet ondersteunt. Hij vindt dat proefdieren niet het respect krijgen dat ze verdienen omdat ze emoties hebben net als mensen. Dat dieren emoties hebben is al zeker twee decennia algemeen geaccepteerd binnen de neuro- en diergedragswetenschap. Het is alleen de vraag wat die emoties betekenen. De neurowetenschap heeft duidelijk gemaakt dat in de hersenen van zoogdieren en mensen gelijksoortige systemen voorkomen die ten grondslag liggen aan emoties. Emoties komen tot uiting in gedrag maar het is niet zondermeer duidelijk of het gedrag van een bepaald dier in een bepaalde context vergelijkbaar is met dat van een mens. Ook kan de expressie van eenzelfde emotie bij soorten verschillen en een andere functie/betekenis krijgen zoals bij sommige gezichtsuitdrukkingen. Het is dus oppassen geblazen bij het vergelijken. Zeker als het gaat om complexere emoties waarvan het nog zeer de vraag is in welke mate of vorm ze voorkomen bij dieren.

Martens ziet Frans de Waal aan zijn kant staan - mens en dier hebben dezelfde emoties -, maar hij vergeet dat De Waal het meestal heeft over primaten en zeker niet vindt dat ‘alle dieren’ vergelijkbaar zijn met mensen als het aankomt op subjectieve beleving van ervaringen.

Er zit ook een tegenstrijdigheid in de ideeën van Pim Martens. Hij is tegen alle dierproeven maar ruim een half jaar geleden zei hij in een interview (zie Observantonline, 28-aug-2018) dat hij het liefst “honden in een MRI-scanner zou willen leggen om meer zicht te krijgen op hun hersenactiviteit”. Martens wil dus het liefst zelf dierexperimenten doen! Honden, ook je eigen hond, in een scanner zetten is een dierproef, professor Pim!

In zijn eigen onderzoek is Martens niet zozeer geïnteresseerd in wat bepaalde gedragingen bij dieren kunnen betekenen (biologische functie) maar hoe mensen aankijken tegen hun huisdier. Daarvoor neemt hij enquêtes af bij baasjes met de vraag of hun hond bepaalde emoties vertoont. Hoewel hij zich bij herhaling beroept op Frans de Waal, realiseert hij zich niet dat diezelfde De Waal, zoals veel gedragsbiologen, kritisch staat tegenover vragenlijstonderzoek. (Daarover heb ik eerder met hem gesproken). Systematisch beschrijven en observeren van gedrag, de ethologische methode, heeft zijn voorkeur. Neem de vorig jaar gepubliceerde studie vanuit zijn groep over hoe chirurgen, en anderen, met elkaar omgaan in de operatiekamer.

Frans de Waal is niet tegen dierproeven maar zou wel willen dat meer rekening wordt gehouden met ‘the animal’s point of view’, dus hoe het dier het ervaart. Hij had als Eugène Dubois-hoogleraar aan de UM zijn genuanceerde ideeën in een paneldiscussie willen bespreken maar dat werd hem verboden door het FHML-bestuur.

Als gedragsbioloog maak ik bezwaar tegen de gemakkelijke generalisaties die Martens gebruikt. Diersoorten zijn niet hetzelfde net zomin als hun gedragingen. Gelaats- en andere lichaamsexpressies kunnen zelfs bij verwante diersoorten een verschillende functie hebben (gekregen) en het is zeer onzeker of complexe emoties die de mens bewust ervaart, ook bij dieren voorkomen.

Ik ben het eens met Martens dat er aandacht moet komen voor en onderzoek naar de belevingswereld van het proefdier; dat ontbreekt nu. Het zou goed zijn als er met de nieuwbouw een gedragsbioloog wordt aangesteld om dergelijk onderzoek te doen. Nu steeds meer bekend wordt dat ook muizen en ratten complexe sociale communicatie vertonen, is het zaak om te kijken of huisvesting, fok en experimenten meer in overeenstemming gebracht kunnen worden met de behoeften van het proefdier.

Wijnand Raaijmakers, gedragsbioloog, gepensioneerd medewerker Cognitieve Neurowetenschap

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)