Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Ik weet niet of ze is gevlucht, ondergedoken of dat ze überhaupt nog leeft”

“Ik weet niet of ze is gevlucht, ondergedoken of dat ze überhaupt nog leeft”

Photographer:Fotograaf: Loraine Bodewes

Maastrichtse onderzoekers in (post)conflictgebieden

“In Jemen is het nooit rustig geweest”, herinnert Geraldine Beaujean, arts en directeur van SHE Collaborates, zich. In de stad Mukalla, waar een onderwijsproject liep in samenwerking met de Universiteit Maastricht, zat een Al Qaida-cel die weleens actief kon zijn. “De laatste twee keer kregen we een konvooi mee, soldaten die voor en achter ons reden als we ons verplaatsten van de universiteit naar het hotel of naar het ziekenhuis. De overheid deed er alles aan om ons te beschermen.” Maar Beaujean voelde zich eerder een schietschijf.

“Ik studeerde geneeskunde in Maastricht, maar van geopolitieke zaken wist ik bijna niets.” De in Limburg geboren en getogen Geraldine Beaujean (1967) regelde voor zichzelf en een studiegenootje een onderzoeksstage in een ziekenhuis in Congo. Dat het er onrustig was, ja, dat wist ze wel, “maar het drong niet zo door. Gekleurde reisadviescodes, zoals die nu worden gegeven door het ministerie van Buitenlandse Zaken, waren er toen nog niet. De universiteit had geen beleid. En mijn ouders? Je moet je voorstellen dat er geen internet was, informatie kreeg je vooral als je zelf op zoek ging. Jaren later ben ik naar Soedan vertrokken, mijn eerste uitzending vanuit Mundo, het instituut voor ontwikkelingssamenwerking van de Universiteit Maastricht. Ik weet nog goed dat ik een bezoek bracht aan het Tropeninstituut in Amsterdam om me in te lezen over het land. Alles was toen misschien wel avontuurlijker. Nu kun je je tot in de puntjes voorbereiden. Tegelijkertijd: je aarzelingen kunnen ook groeien door al die kennis.”

Studententijdideaal
Haar ouders hadden een eigen zaak, konden nooit weg. “Ik had weinig gereisd. Een beetje interrailen met vriendinnen, meer niet. Ik was nog nooit buiten Europa geweest. Als student wilde ik het weleens testen, voelen hoe het is om een tijdje in een ontwikkelingsland te werken. Kan ik dat? Durf ik dat? Hoe gedraag ik me? In die tijd had de faculteit nog niet zo’n uitgebreide lijst van stageplekken, ik mocht alles zelf organiseren.” Met succes. Via het Vlaamse missiewerk in Congo kwam Beaujean in een ziekenhuis terecht dat de paters zelf hadden opgericht. “Dat was precies op de grens van het gebied waar nu nog steeds de grootste onrust is.”
Was het niet een beetje naïef, dit avontuur? “Misschien, maar die paters zaten er al twintig of dertig jaar, die waren bijna Congolees. Ze spraken de lokale taal, wisten wat er speelde, die kon ik vertrouwen. Als zij hadden gezegd ‘kom niet’, dan was ik niet gegaan.”
Ze besloot arts te worden omdat ze wilde bijdragen aan het welzijn van mensen, “maar ik realiseerde me al vrij snel dat er gebieden zijn waar ze helemaal geen artsen hebben. Ik was ervan overtuigd dat ik daar veel meer kon bijdragen. Mijn beeld is inmiddels bijgesteld hoor, maar dat was mijn studententijdideaal.”
Na haar avontuur in Congo volgde Honduras waar ze als geneeskundestudent met een lokale huisarts langs kleine gezondheidspostjes trok voor consulten. “Ik besloot dat ik niet in een ziekenhuis wilde gaan werken, wachten totdat mensen doodziek worden opgenomen. Ik wilde in een eerder stadium bijdragen.” Uiteindelijk werd dat in een véél eerder stadium: in het onderwijs op het gebied van gezondheidszorg. “Ik ben ervan overtuigd dat onderwijs de basis is van ontwikkeling, daar kan het beginnen.” Eerst vloog ze de wereld over als werknemer van Mundo, sinds 2012 als directeur van het destijds opgerichte SHE Collaborates, ingebed in de faculteit Health, Medicine and Life sciences. “Iedereen weet Maastricht te vinden vanwege de expertise in onderwijs – hoe richt je een curriculum in, wat is belangrijk bij toetsing, waarmee moet je rekening houden bij probleemgestuurd onderwijs, et cetera. Het is belangrijk om maatschappelijk relevant werk te doen en ons juist in te zetten voor landen waar het niet zo eenvoudig is om aan informatie en kennis te komen.”
De lijst van landen waar ze heeft gewerkt, is lang. “Ik houd het niet meer bij.” Haar inmiddels ex-man vergezelde haar meermaals, “hij was net zo avontuurlijk”. In de jaren negentig woonde ze 2,5 jaar met haar gezin in Soedan en twee jaar in Kenia. “Toen ging ik niet op en neer zoals nu.”

Paspoort
Jemen: een land in het Midden-Oosten met code rood. De veiligheidssituatie is er zeer slecht. Beaujean kwam er veelvuldig, de laatste keer dateert van 2015, “daarna werd het te gevaarlijk”. En altijd vertrouwde ze op het oordeel van haar contactpersonen. De UM stuurde tot de komst van rector Rianne Letschert, die zelf onderzoek wil doen in Congo, niemand naar code rood landen. Mede door haar toedoen is die regel versoepeld: stafleden mogen zelf oordelen, maar promovendi moeten een gemotiveerd verzoek indienen bij het college van bestuur dat eerst nog is gezien door de decaan en de promotor.
Er was altijd dreiging in Jemen, zegt Beaujean. “Je keek goed naar de veiligste vluchtroute richting Mukalla. Het was beter om over te stappen buiten Jemen dan in de hoofdstad Sana’a.
En ik weet nog dat ik, al rondrijdend in een konvooi met soldaten, aan een collega vroeg of die zijn paspoort mee had. Hij: ‘Hoezo?’ Ik: ‘Dat moet je áltijd bij je hebben.’ Het kon zomaar zijn dat we rechtstreeks naar het vliegveld moesten.”
Er is haar gelukkig nooit iets overkomen. “Mijn kinderen waren nog jong, ik vond het niet makkelijk om ze achter te laten, maar door dat vertrouwen in de ontvangende partij zag ik er geen groter risico in dan in een reis naar Parijs. Misschien is het een coping mechanisme, maar zeker geen irreële inschatting. Anders had ik mijn gezin nooit durven achterlaten.”
In 1990 werden Noord- en Zuid-Jemen samengevoegd tot één republiek. De afgelopen vijftien jaar is het land in een neerwaartse spiraal van geweld en ellende beland. Soennieten en sjiieten zijn in conflict, terroristen van Al Qaida en Islamitische Staat proberen hun plaats te veroveren en dan zijn er nog Saoedi-Arabië en andere soennitische landen, vooral uit Afrika en het Midden-Oosten, die veelvuldig in actie komen met luchtaanvallen tegen de Houthi’s. De Verenigde Naties luidde in oktober vorig jaar de noodklok over de enorme hongersnood die er dreigde.

Moena
Via de opdrachtgever in Mukalla kwam Beaujean terecht bij het High Institute of Health Sciences (HIHS) in de Jemenitische hoofdstad Sana’a. Dat was zo’n acht jaar geleden. Het instituut leidde al jaren meer dan de helft van de Jemenitische verpleegkundigen en verloskundigen op, maar hun verpleegkundeopleiding was aan revisie toe. In 2015 viel de instelling in handen van Houthi’s; de samenwerking met de Universiteit Maastricht liep nog.
“Houthi-rebellen hadden leidinggevenden uit hun functie gezet en besloten: ‘Wij gaan die school wel even runnen.’ De decaan was op dat moment in Maleisië voor een studiereis en mocht niet meer terugkomen.” In Nederland kreeg Beaujean een e-mail van de ‘nieuwe’ decaan. “Hij schreef dat hij ‘meneer zus en zo’ was en dat alle communicatie via hem moest lopen. Moena, onze projectmanager uit Jemen, een bijzondere en leuke vrouw, werd zijn rechterhand. Onder dwang. Zij zou hem moeten informeren over de financiën. Ook van mij wilde hij weten hoeveel geld er nog was en of ik dat kon overmaken. Ik besloot helemaal niets over te maken. Daarop stuurde hij een aantal boze brieven. Ik ben opgeleid tot arts, ik had helemaal geen idee hoe ik me moest gedragen in zo’n politieke toestand. Het Nuffic, donor van dit project, vroeg ik om advies, maar zij wisten het ook niet. En toen verdween Moena. Zij had me kort daarvoor nog allerlei angstige berichten gestuurd, dat ze niet meer wist wat ze tegen die man moest zeggen. Haar broer was verdwenen onder het Houthi regime. Ze zat enorm in de stress. Ik wist niet hoe ik haar kon helpen. Ik heb nooit meer contact met haar gekregen. Ik weet niet of ze is gevlucht, ondergedoken of dat ze überhaupt nog leeft.” Het project stopte in 2016. “We hebben achter de rug van die ‘nieuwe’ decaan om de laatste activiteiten kunnen uitvoeren. Het is ons nog gelukt om met een paar docenten van de school af te spreken in Turkije en Jordanië. Hoe groot het risico was dat zij daarmee namen, weet ik niet en wil ik ook niet weten. Maar het getuigt eens te meer hoe belangrijk zij onze samenwerking vonden. Uiteindelijk heb ik een e-mail gestuurd met de mededeling dat het project was afgerond, dat er nauwelijks geld over was. Van die man heb ik nooit meer iets gehoord.”

Hoop
De missie lijkt mislukt. “Ja, dat zeggen veel mensen, en zeker, we hadden gehoopt dat het anders zou aflopen. Het instituut is niet meer wat het was, goede docenten zijn vertrokken, studenten zonder de juiste vooropleiding zijn toegelaten (omdat ze Houthi zijn), de kwaliteit is minder. Tegelijkertijd: ik heb nu opnieuw een project gefinancierd door het Nuffic, een samenwerking met die oude decaan die terug is in Jemen en er voor het Rode Kruis werkt. De studenten van destijds zijn docenten, weliswaar op een andere, veiligere universiteit in de stad Aden, maar de investering van toen is toch nog iets waard.”
Voorlopig verlopen alle contacten online of fysiek in Turkije of Jordanië. “Zolang zij mogen vliegen, kunnen we elkaar ontmoeten.”
Er is hoop, benadrukt ze, “ook al kunnen we ons daar niets bij voorstellen. Wij zien afschuwelijke beelden uit een totaal kapotgeschoten land en zij hebben de energie om na te denken over onderwijs. Dit project is voor mij haast persoonlijk belangrijk, omdat ik zoveel met hen heb meegemaakt. Mijn commitment is groot.”

 

Vijf portretten

De reisadviezenlijst van het ministerie van Buitenlandse Zaken is er niet voor niets. Landen met code rood zijn levensgevaarlijk en met code oranje wordt reizen sterk afgeraden. Toeristen zullen zich er niet laten zien. Onderzoekers daarentegen hebben andere redenen om een door een oorlog of rellen geteisterd land op te zoeken. De Universiteit Maastricht telt niet heel veel van die waaghalzen, maar ze zijn er wel. In elk geval vijf en allemaal vrouwen. Dit is het laatste portret in deze serie. 

-Rianne Letschert (1976), jurist en victimoloog, rector van de Universiteit Maastricht

-Eleonora Nillesen (1975), hoogleraar public policy and development, School of Governance/UNU-Merit

-Marieke Hopman (1988), rechtsfilosoof, doet promotieonderzoek naar kinderrechten onder de werktitel looking at law through children’s eyes

-Charlotte Mueller (1992), doet promotieonderzoek in de migratiegroep van UNU-Merit, werkt aan het project Connecting Diaspora for Development

-Geraldine Beaujean (1967), directeur SHE Collaborates, School of Health Professions Education FHML

 

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)