Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Elke dag spaghetti

Elke dag spaghetti

Oratie over ARFID, een nieuwe eetstoornis

ARFID: zie hier een eetstoornis die nauwelijks bekend is, maar wel diep ingrijpt in het leven van patiënten. Sommigen eten zo weinig dat er sondevoeding aan te pas moet komen.

Marco (13) eet zo weinig dat hij moet worden bijgevoed met calorierijke drankjes. Hij weegt 41 kilo en is 1m 64. Hij eet ook steeds hetzelfde, drie maanden lang heeft hij elke ochtend geroosterde boterhammen met gebakken spek gegeten. Hij houdt van krokant, maar ook van half vloeibaar, van bijvoorbeeld vanillevla.

Van gekookte aardappels en champignons gruwt hij, vooral van dat sponzige mondgevoel. Dat kan hij niet verdragen. Van kaas walgt hij ook, alleen de geur al. In de supermarkt loopt hij er met een grote boog omheen. Als zijn vader kaas op zijn brood neemt, doet hij dat buiten het zicht van Marco.

Elke dag is het strijd aan tafel. Moeder wil niet apart voor haar zoon koken omdat dat meer werk is, maar ze vindt het ook het gezelligst als iedereen hetzelfde eet. Haar andere zoon van negen is een makkelijke eter, maar hij dreigt onder te sneeuwen onder de problemen van zijn broer.

Marco is niet zomaar een kieskeurig kind, laat staan een verwend nest. En ja, de meeste kinderen kennen een moeilijke periode met eten, maar met deze tiener is veel meer aan de hand. Marco heeft eetstoornis ARFID, een afkorting voor: Avoidant/Restrictive Food Intake Disorder.

Overgeven

De stoornis, die vooral bij kinderen voorkomt maar ook bij volwassenen, bestaat als diagnose pas vanaf 2013 en is goed te onderscheiden van andere eetstoornissen. Anders dan bij anorexia of boulimia nervosa zijn deze patiënten niet bang om aan te komen of om de controle over eten te verliezen. Ook zijn de meesten tevreden met hun lichaam.

De ziekte kent meerdere gezichten, zegt prof. Sandra Mulkens, die er vorige maand haar oratie aan wijdde. Ten eerste zijn er de selectieve eters. Mulkens: “Marco houdt vooral van krokant en half-vloeibaar maar anderen verdragen alleen oranje voedsel, of eten niets anders dan spaghetti. Weer anderen eisen dat de onderdelen van een maaltijd gescheiden blijven. Die weigeren zoiets als puree met spekjes.”

Dan zijn er de patiënten die weinig interesse hebben in voedsel, die gewoonweg vergeten te eten, er niet van genieten. En tot slot is er een groep die bang is voor de gevolgen van eten, die denken dat ze zullen overgeven of stikken. Vroeger heette dat een slik- of stikfobie. Dat kan ernstige vormen aannemen, deze patiënten zijn bang om dood te gaan.” 

Proefsessies

Hoe ARFID ontstaat is onduidelijk, al ligt een traumatische ervaring vaak aan de wieg van een stikfobie. “We herinneren ons allemaal wel een keer dat we na een hap dachten dat het niet meer goed zou komen, maar deze patiënten beleven dat een stuk intenser.” De stoornis komt vaker voor dan gedacht. Uit een studie onder 1444 Zwitserse scholieren van 8 tot 13 jaar bleek dat 3,2 procent van hen beantwoordde aan de criteria van ARFID. Dat zijn 46 kinderen.

Niet iedereen is te helpen, maar de meesten wel. Ook de ernstige patiënten, die Mulkens en haar collega’s zien in het specialistische SeysCentra in Malden. “Ons programma voor jongeren duurt vier weken, vijf dagen per week. Daarin leren patiënten, in kleine groepjes van vier, om meer te eten, ook als ze het idee hebben dat ze vol zitten. Bovendien leren ze om voedsel, dat ze lang hebben vermeden, in hun mond te verdragen. Dus niet na één keer: ‘Ik lust het niet.’ Maar volhouden. Voor de meesten van ons geldt dat er gemiddeld zeven proefsessies nodig zijn om aan nieuw eten te wennen.”

Voor volwassen patiënten, die op een later moment pas in beeld zijn gekomen, zijn de behandellocaties dun gezaaid. “Beneden de rivieren kunnen ze eigenlijk nergens terecht. Daarom willen we in Maastricht, binnen de afdeling eetstoornissen van het MUMC, zelf een behandelcentrum voor volwassenen oprichten. De eerste stappen zijn gezet, we hopen later dit jaar de eerste patiënten te kunnen behandelen.”

Obsessie

Dat ARFID zo onbekend is, zal ongetwijfeld te maken hebben met de relatief recente beschrijving van het ziektebeeld in het diagnostische handboek DSM, maar ook met de onevenredig grote aandacht voor anorexia, zegt Mulkens. “Niet alleen op tv maar ook op congressen. Het staat te boek als de gevaarlijkste eetstoornis omdat die het vaakst tot de dood leidt. Maar ARFID kan net zo ernstig zijn, met even schrijnend ondergewicht. Alleen zie je het vaak niet omdat veel patiënten bij- of sondevoeding krijgen.”

En hoe zit het nou met orthorexia nervosa? Volgens sommigen is de obsessie met gezond eten wel een afzonderlijke stoornis, volgens anderen niet. “Het kan wat mij betreft onder ARFID vallen”, zegt Mulkens. “Wie extreem gezond eet, is namelijk bang voor de gevolgen van ongezond eten, om ziek te worden, dood te gaan. Daarom eten patiënten alleen rauwe groente, of alleen producten zonder E-nummers, of zonder pesticiden. Lastig is dat je deze patiënten in het korte tijdsbestek van een therapie moeilijk kunt laten ervaren dat je van de gangbare maaltijden niet doodgaat.”

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)