Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

"Een beetje shockeren mag, maar ik speel niet op de man"

"Een beetje shockeren mag, maar ik speel niet op de man"

Kijk ik om me heen, sta ik midden in mijn leven (Loesje)

Achternaam: Van der Woude * Voornamen: Wytze * 36 jaar * In het dagelijks leven: universitair docent staats- en bestuursrecht * Woonplaats: Maastricht * Geboren in Amsterdam * Burgerlijke staat: vriendin, niet samenwonend

 

 

 

 

 

TOEN

Friese platteland.  Tot mijn zesde woonden we in Amsterdam waar mijn vader huisarts was. Maar toen hij zich liet omscholen tot radioloog en een baan kreeg in het ziekenhuis van Dokkum – de banen lagen niet voor het oprapen – verhuisden we naar het kleine Friese dorp Morra, omgeven door weilanden. Mijn moeder maakte in Groningen haar opleiding tot tandheelkundige af en begon haar eigen praktijk.
We woonden in een oud domineeshuis. Mijn slaapkamerraam keek uit op het kerkhof – er moest daar toch iemand slapen… Nee hoor, ik vond het niet eng. Soms keek ik wel eens naar de grafstenen - ik herinner me de naam Maaike Lijker, heel typisch. Ik heb een goede jeugd gehad: door de weilanden banjeren, plannen maken om hutten te bouwen die je achteraf toch niet bouwde… Ik kon me goed in mijn eentje vermaken. Ik speelde graag met van die plastic blauwe smurfenpoppetjes.
Morra was een fijn dorp, een beetje anarchistisch, er hing een vrijgevochten sfeer. Ik zat op een openbare dorpsschool, de enige in de gemeente tussen veelal christelijke scholen. Onze school was zo klein dat verschillende leeftijden bij elkaar werden gezet. Mijn eigen ‘klas’ bestond op een gegeven moment maar uit twee kinderen.

Puberen. Mijn ouders hebben veel mazzel met mij en mijn broer gehad. Natuurlijk waren we af en toe rebels, maar over het algemeen waren we wel te overtuigen van regels. Ik ging niet veel uit op mijn middelbare school, had ik geen zin in. Je had toen ook al van die caravans waar de jeugd zich in de weekends in lam zoop, maar ik heb ze nooit van binnen gezien.

Curaçao. Ik had altijd gezegd dat Amsterdam mijn studentenstad zou worden. Mijn toenmalig vriendinnetje (die een jaar ouder was) studeerde er. Maar je kunt je voorstellen: ik in Friesland, zij in Amsterdam… Een aflopende zaak. Dus wat had ik daar nog te zoeken? Al mijn vrienden gingen naar Groningen. Ik ook. Ik wist al heel lang dat ik rechten wilde studeren, maar die keuze was natuurlijk nauwelijks op echte kennis gebaseerd. Na mijn rechtenstudie heb ik nog vijf jaar aan de universiteit van Groningen gewerkt. Ik ben er mijn promotietraject gestart, maar het geld raakte op en mijn contract eindigde. Mijn kamergenoot wees me op een uitwisselingsverband met Aruba, maar toen ik daar niet voor werd uitgekozen, solliciteerde ik als docent aan de Universiteit van de Nederlandse Antillen op Curaçao. Er zijn maar weinigen die rond hun dertigste zo’n stap willen zetten – ze krijgen hun huis niet verkocht, hebben een partner die niet wil, of kinderen. Ik had wel een vriendin, maar ik was verder ongebonden. Ik landde daar, was er voor het eerst in mijn leven en vergeet nooit meer de hitte! De rechtenfaculteit had destijds iets van 250 studenten. De docenten waren gemiddeld 32 jaar; de studenten 33 jaar. Op de Antillen nemen de meeste leerlingen die net van het VWO komen, het vliegtuig naar Nederland. Bij ons zaten daarom vaak de oudere studenten die eerst iets anders hadden gedaan of terugkwamen uit Nederland. Na een jaar werd ik er decaan – dat gaat natuurlijk snel met een vaste staf van tien personen, maar toch, ze hadden ook een ander kunnen kiezen. Achteraf is de Curaçao-carrière een van mijn beste beslissingen ooit geweest. Het was een sprong in het diepe, maar ik ben teruggekomen met veel ervaring. Toch was twee jaar voor mij lang genoeg. Niet omdat ik het er wel had gezien; dat is te negatief uitgedrukt. Er speelden meer dingen, vooral de verslechterende gezondheid van mijn vader (dementie). Ik wilde zijn betere jaren niet aan de andere kant van de oceaan meemaken.

 

NU

Chaotisch. Ik ben een noorderling, kan bot en direct zijn. De een waardeert het, de ander niet, maar ik permitteer het me om direct te zijn in het onderwijs. Laatst gebruikte ik in een college over privacy een foto (van buitenaf genomen) van een opa die op klaarlichte dag porno kijkt. Mag je die foto zomaar publiceren, waar liggen de grenzen? Je ziet de studenten grinniken, maar zo’n voorbeeld blijft wel hangen. Een beetje shockeren mag, maar ik speel niet op de man, dat zit niet in mijn karakter. Verder ben ik chaotisch, dat zie je zo (Van der Woude’s kantoor is een chaos, overal ligt papierwerk, red.). Ik vergeet zo nu en dan wel eens wat. Dat heb ik van mijn moeder geërfd. Ze had niet voor niets overal lijstjes in huis. Van mijn vader heb ik de liefde voor doceren. Hij legde, net als ik, graag dingen uit aan mensen. Hij is docent anatomie geweest aan de VU, één van zijn prettigste herinneringen.

Avondmens. Ik ben een avondmens. Ik vind het heerlijk om tot een uur of twee, drie ongestoord door te werken. De volgende dag heb ik dan wel liever een onderwijsgroep die om elf uur begint. Ik kan wel vroeg opstaan, maar dan moet ik twee wekkers zetten. Ik ben ook niet chagrijnig, hoogstens wat stilletjes.

Tour de France. Afgelopen zomer heb ik doorgewerkt. Heerlijk. Je hebt geen onderwijsverplichtingen, beetje werken, beetje Tour de France, ’s nachts weer een beetje werken. Ik ben een wielrenliefhebber. Het is eigenlijk heel stom: ik zit hier in de Limburgse heuvels, ideaal om zelf op de fiets te springen, maar ik doe het niet.

 

STRAKS

Geen plannen. Ik heb geen behoefte om weg te gaan, geen beeld waar het naartoe moet. Ik heb het hier aan de universiteit erg naar mijn zin. Ik houd ervan om iets uit te zoeken en die kennis over te brengen. Ik werk aan een aantal projecten, doe mijn onderwijs, run deels mijn eigen toko. En dat was ook wel iets dat ik wilde na Curaçao. Ik was er in mijn eentje verantwoordelijk voor de hele sectie staats- en bestuursrecht, werkte er heel zelfstandig. Dat wilde ik niet helemaal opgeven.

Derde Wereldoorlog. Ik ben niet bang voor de toekomst. Als de economische crisis verergert – en in het ergste geval de universiteit wordt opgedoekt –, zou ik er nog vertrouwen in hebben dat ik iets anders vind. Maar als ik denk aan de toekomstige generatie, durf ik te zeggen: ze komen voor pittige keuzes te staan. Ik zei laatst tegen mijn studenten, een beetje speels, dat zij degenen zijn die de volgende wereldoorlog gaan meemaken. Ik vind het belangrijk dat ze volgen wat er om hen heen gebeurt. Als ik een student hoor vragen waar Syrië ligt en wat daar aan de hand is, maak ik me wel een beetje zorgen.

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)