Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

”Het was niet zo dat óf iedereen in Duitsland een nazi was óf iedereen in Nederland in het verzet zat”

”Het was niet zo dat óf iedereen in Duitsland een nazi was óf iedereen in Nederland in het verzet zat”

Photographer:Fotograaf: Joey Roberts

Prof. Martin Paul over de Tweede Wereldoorlog, tolerantie, respect en de Europese universiteit

“Ik vond het spannend, ik ben Duitser en dan ga je naar een herdenking voor de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog.” Op 1 mei 2011 werd prof. Martin Paul voorzitter van het college van bestuur. Drie dagen later, op 4 mei, legde hij namens de universiteit een krans tijdens de dodenherdenking in Maastricht. Hij voelde zich onmiddellijk welkom, was “ingenomen” door de sfeer. “Het ging om ‘herinneren’, van uitsluiten was geen sprake. Het was uiteraard een somber event. Er was een harmonie in uniform, typisch Limburgs, en een herenkoor zong een Duits kerklied. Zo ging het toch over grenzen heen, heel bijzonder.” Deze maand mei begint Paul aan zijn derde termijn als voorzitter van het college van bestuur en treedt hij op als gasthoofdredacteur van Observant. Zijn thema: Europa.

Europa? Dat is voor prof. Martin Paul synoniem voor “nooit meer oorlog”, voor samen, voor gelijkheid in verscheidenheid, voor én- én: “Voormalig Bundespräsident Joachim Gauck zei het al in 2017 tijdens zijn lezing aan de UM: wij zijn én burger van een nationale staat én van Europa. Europa is geen eenheidsworst, onze culturen zijn verschillend, dat moet je respecteren. Maar geen land redt het alleen in deze globale context. Het is een noodzaak om gezamenlijk op te trekken.”

Dus ja, de voorzitter van het Maastrichtse college van bestuur is pro-Europa, maar dat zal niemand de afgelopen jaren zijn ontgaan. Het betekent niet dat hij geen kritiek heeft op de EU. “Je kunt niet zeggen dat alles prima gaat. Persoonlijk vraag ik me af waarom het Europarlement zowel in Brussel als Staatsburg moet vergaderen. Veel mensen met mij begrijpen de meerwaarde niet. Leg dat uit of schaf het af. Ook de Brusselse bureaucratie is enorm en de besluitvorming is in de ogen van velen ondoorzichtig. Europa moet kritisch naar zichzelf kijken: waarom hebben burgers zoveel kritiek? Wil je de afstand tot de burger zo klein mogelijk maken en hun vertrouwen terugwinnen, dan moet je veel beter communiceren.” Uiteraard heeft hij zorgen over het nationalisme in Polen en Hongarije, de vreemdelingenhaat, de intolerantie, en de opkomst van populistische partijen in veel lidstaten. Maar toch: “Dit is het beste wat de Europeanen konden bereiken. En er gaat vooral ook heel veel goed”, zegt hij als hij op zijn tablet een lijst laat zien wat de EU allemaal heeft bereikt. Een mooi voorbeeld is de samenwerking van Europese universiteiten, vindt hij. Een plan van de EU, dat nu “bottom up” - onder anderen door hemzelf -  wordt uitgevoerd.

1958, Saarland

Hij behoort tot de naoorlogse generatie, geboren in 1958 in Saarland, aan de Duits-Franse grens. “Ik ben de eerste in de familie die is gaan studeren. Mijn familie leefde aan het begin van de twintigste eeuw in armoede, in een soort achterstandsbuurt. Mijn opa aan moederskant was een eenvoudige staalarbeider die later lid van de NSDAP werd, mijn andere opa had een aannemersbedrijfje en moest weinig van Hitler hebben.”

Zijn ouders waren kinderen - tien en elf - toen in 1940 de Tweede Wereldoorlog uitbarstte.  “Mijn moeder hield een dagboek bij, mijn vader, die op het gymnasium zat, moest na de oorlog optreden als tolk voor de Amerikanen.” De oorlog was - in tegenstelling tot in veel andere Duitse gezinnen - geen taboeonderwerp in huize Paul. “Zij praatten heel openlijk met mij en mijn zus over de concentratiekampen, het antisemitisme, de joodse vrienden die opeens verdwenen waren, de honger, en de bombardementen. Ze waren er echt door aangedaan, moesten leren leven met alles wat er was voorgevallen. Als we naar Nederland gingen, zeiden ze: niet zeggen dat je een Duitser bent, dat is gevaarlijk.”

Zwart-wit

De open discussies thuis stonden in schril contrast met de geschiedenislessen op de middelbare school, herinnert Paul zich. “Die stopten bij WOll.” Het stimuleerde hem juist om veel over die periode te lezen en een genuanceerd beeld te krijgen. Zijn eigen familiegeschiedenis had hem al geleerd dat de wereld niet zwart-wit was. “Mijn NSDAP-opa die staalarbeider was, werkte samen met Poolse en Russische dwangarbeiders. Na de oorlog hebben deze mensen hem en zijn gezin beschermd toen de geallieerden binnenvielen, blijkbaar stopte opa hen vaker eten toe. Die ambivalentie zie je ook terug in De Aanslag van Harry Mulisch, een fascinerend boek, heel goed. Het was niet zo dat óf iedereen in Duitsland een nazi was óf iedereen in Nederland in het verzet zat.”

Pas met de komst van Willy Brandt in 1969 als Bondskanselier veranderde de omgang met de geschiedenis. “Mijn ouders waren fan, stemden op Willy Brandt. Het was voor mij de Wende naar een nieuw Duitsland. De doofpot verdween, het eigen verleden werd meer en meer onder ogen gezien. Daar ben ik wel een beetje trots op.” 

Schuldig

Hoewel hij is geboren in 1958, heeft Paul zich schuldig gevoeld - “Auschwitz, dat is gewoon vreselijk”-over het verleden van zijn vaderland. Dat verdween toen hij in het begin van de jaren tachtig, hij werkte een jaar in San Diego (VS) aan zijn proefschrift, een joodse vriendin kreeg die uit Marseille kwam. “Waarom voel jij je schuldig, vroeg zij. Jij was er toch niet bij? Schuldig voelen heeft geen zin, zorg maar dat het nooit meer gebeurt. Denk aan de toekomst. Dat was voor mij bijna een opluchting.”

Debye

Hij heeft haar woorden ter harte genomen. In zijn speeches aan de UM is de Tweede Wereldoorlog nooit ver weg. En toen er een discussie ontstond over Peter Debye, de enige Nobelprijswinnaar die Maastricht voortbracht en naar wie de Hustinxstichting een prijs vernoemde die aan de UM werd uitgereikt, was hij naar eigen zeggen “heel correct en fair, niet streng. Debye was geen nazi, dat is evident, maar hij heeft in de oorlog wel een ontslagbrief aan zijn joodse medewerkers gestuurd die hij ondertekende met Heil Hitler. Hij had geen keus, zeggen mensen, maar ik heb voorbeelden uit Berlijn (Paul was voor zijn komst naar Maastricht decaan van de medische faculteit en vicevoorzitter van het bestuur van het Charité Medisch Centrum, red.) van hoogleraren die niet tekenden. Je had een keuze, het was wel een moedige keuze. Debye heeft zich ook na de oorlog hierover nooit uitgesproken. Ik ben niet kritischer dan Nederlanders, maar ik heb veel ervaring met dit soort zaken door mijn tijd in Berlijn. Ik heb hier de Duitse lijn gevolgd: het ging om een prijs voor jonge mensen, dan moet je van onbesproken gedrag zijn. Het gaat om een voorbeeldfunctie.”

Maastricht

Met de woorden van die joodse vriendin in zijn achterhoofd, zet hij zich ook in voor Europa. “Ik stem pro-Europa, als collegevoorzitter zet ik mij in voor een Europese universiteit (YUFE), voor een samenwerkingsverband van jonge Europese universiteiten (Yerun), voor de campus Brussel, voor Europese opleidingen aan de UM.” Als het aan Paul ligt, wordt de UM straks de Europese universiteit van Nederland. Niet alleen de ligging, het Verdrag van Maastricht, maar vooral ook de vele Europees getinte studierichtingen en de international classroom geven daar in zijn ogen alle aanleiding toe. Niet voor niets hoopt hij het Europese netwerk (YUFE) naar Maastricht te halen. “Wij hebben, net als Wageningen, het ’certificate of quality‘ voor internationalisering. Hierin onderscheiden we ons van de rest. En wij richten ons op meertaligheid, dus én de moedertaal, én Engels én een derde taal. Nu bieden we al taalcursussen Duits en Frans aan. Mijn visie is dat afgestudeerden van een Europese universiteit niet twee maar drie talen spreken.” Hoe Europees ook, dat betekent niet dat de UM zijn rug naar de rest van de wereld keert, benadrukt Paul. Verre van.

Studenten

Ik wil mensen bij elkaar brengen. Ik houd van mensen, waar ze ook vandaan komen. Het is toch te gek dat we al die conflicten in de wereld hebben. Ik betreur de huidige teneur in onze maatschappij: ik heb gelijk en jij niet. We maken anderen af omdat ze een andere mening hebben en vergeten tegelijkertijd dat een mening iets anders is dan een feit.

“Onze maatschappij wordt heel eenzijdig, staat bol van de zeer uitgesproken standpunten. Ik vind het soms sterker om te zeggen: ik weet het niet precies, ik zoek het uit. Dat is ook de rol van de universiteit: je hebt een hypothese en die ga je onderzoeken. Er wordt vaak gezegd dat wetenschap naar de maatschappij moet luisteren, maar het is ook andersom, het is allebei. Wetenschap moet een alternatief bieden voor fake news. Luister naar de feiten, heb respect voor wetenschappelijk bewijs.”

En gaat het om die andere rol van de universiteit, het onderwijs: “Wij moeten onze studenten leren waarom het zo belangrijk is dat je fatsoenlijk met elkaar omgaat, waarom tolerantie en respect voor andere meningen belangrijke competenties zijn. We moeten ook luisteren naar iemand die er anders over denkt. Ik ben persoonlijk niet de grootste fan van Forum voor Democratie. Maar je moet niemand uitsluiten; aan een universiteit moet iedereen kunnen zeggen wat hij of zij vindt zolang men de spelregels respecteert. Een debat mag pittig zijn. Ik heb zelf graag gelijk, maar ik laat me ook graag overtuigen. Ik moet niet alles beter willen weten.” En last but not least: “We moeten onze studenten leren dat ze zich op feiten moeten baseren en dat leren een levenslang proces is. Ik leer nog steeds, iedere dag zoek ik nieuwe Nederlandse woorden op. Die google ik. Ik oefen er mee, lees erover. Dat vind ik spannend.”

Start derde termijn als collegevoorzitter: Martin Paul gasthoofdredacteur Observant

Hij is een Duitser die studeerde in eigen land en de VS, die aan het hoofd staat van een Nederlandse universiteit, die volop samenwerkt met universiteiten over de grens, mede aan de wieg stond van de campus Brussel, droomt van een Europese universiteit en is gezegend met een groot historisch besef. Welk thema kon Observants gasthoofdredacteur van deze week, prof. Martin Paul, die deze maand begint aan zijn derde termijn als president van de UM, anders kiezen voor ‘zijn’ Observant? Natuurlijk, Europa.

En dat is waar het dit nummer - in de week van de Europese verkiezingen - om draait. Over de verworvenheden, de bedreigingen, maar ook de kritiek op het Europa van 2019. Zo vertellen University College-studenten samen met ‘hun’ prof. Teun Dekker hoe het onderwijs bijdraagt aan het Europees burgerschap. Prof. Mathieu Segers gaat in debat met de fractievoorzitter van Forum voor Democratie in het Limburgs parlement, Ruud Burlet. Een Syrische student van de faculteit Arts & Social Sciences, die op een gammel bootje naar Europa vluchtte, benadrukt de weelde van leven in een land zonder oorlog. En uiteraard komt Martin Paul in een persoonlijk interview uitgebreid aan het woord over de Tweede Wereldoorlog, het schuldgevoel, Maastricht, ‘nooit meer oorlog’ en last but not least de gedroomde Europese universiteit. Veel leesplezier.

Dit artikel maakt deel uit van een papieren special over Europa met collegevoorzitter Martin Paul als gasthoofdredacteur.

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)