Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

"De EU heeft sterke leiders nodig"

"De EU heeft sterke leiders nodig"

Photographer:Fotograaf: Simone Golob

Door wie of wat wordt de EU bedreigd?

De Europese Unie bestaat bijna 75 jaar. Het begon met een handjevol lidstaten, maar nu heeft de unie er 28, Groot-Brittannië nog meegerekend. Wat zijn de bedreigingen voor de EU? Komen die vanbinnen, denk aan de Brexit, het Poolse en Hongaarse nationalisme, of bevinden die zich juist buiten de EU? In China, de VS of Rusland? Observant ging te rade bij UM-deskundigen op het gebied van Europa en fake news.

Prof. Sophie Vanhoonacker: externe bedreigingen

“Wil Europa iets in de melk te brokkelen hebben, dan moeten de lidstaten met één stem naar buiten treden”

“We bevinden ons op een scharnierpunt in de geschiedenis”, begint Sophie Vanhoonacker, hoogleraar Administrative Governance in the EU en decaan van de faculteit Arts & Social Sciences. “De twintigste eeuw was een Amerikaanse eeuw. De VS regeerde, ook na de val van de Berlijnse muur in 1989 die het einde van de Koude Oorlog inluidde. Maar in de 21ste eeuw zien we meerdere spelers op het wereldtoneel. Denk aan China, de VS en misschien ook wel Rusland. De wereldorde verandert en de vraag is: wat is de plaats van Europa daarin? Wat is onze rol?”

Tegelijkertijd met de veranderende machtposities, wordt er geknaagd aan westerse waarden die sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog dominant waren: “De vrijemarkteconomie, de mensenrechten, eerlijk bestuur, de rechtsstaat. Het westerse model staat onder druk, mede vanuit de VS. De regering Trump die het niet zo nauw neemt met de vrije markt, terwijl China dat principe verdedigt, vrij ironisch, al heeft China natuurlijk ook boter op het hoofd.”

Daarnaast zorgt het “extreme liberalisme ervoor dat onze welvaartsstaat niet meer vanzelfsprekend is”. En last but not least is grote broer Amerika, die decennialang fungeerde als een “veiligheidsparaplu”, niet meer bereid om voor de defensiekosten van de Europeanen op te draaien. Sterker nog: de EU moet zelf de broek gaan ophouden.

Zie hier een greep uit de bedreigingen waarmee Europa moet dealen. Al zijn het niet alleen maar bedreigingen, benadrukt Vanhoonacker, “het zijn ook kansen, maar dan moeten we wel stappen gaan zetten.” Stappen naar meer onderlinge samenwerking, want één ding is voor haar zonneklaar: “Wil Europa in de nieuwe wereldorde iets in de melk te brokkelen hebben, dan moeten de lidstaten gezamenlijk naar buiten treden: met één stem.” Gebeurt dat niet dan zullen de afzonderlijke landen tegen elkaar uit worden gespeeld (“China, en ook de Russen zijn daar al volop mee bezig”) en gemangeld tussen de grootmachten.

Neem de veiligheid. “Die hebben we sinds 1945 grotendeels overgelaten aan de VS. De vraag is: gaan de lidstaten een gezamenlijk defensiebeleid ontwikkelen? Verschillende EU- landen investeren nu meer in militaire apparatuur, systemen en materieel, maar dat gebeurt apart en nog te weinig op elkaar afgestemd. Doe je het gezamenlijk dan bereik je meer en word je minder afhankelijk van Amerika.”

Het gaat niet alleen om investeringen in de landmacht of luchtmacht. Vanhoonacker wijst erop dat de kans op een ‘klassieke’ confrontatie tussen legers kleiner is dan bijvoorbeeld een cyberoorlog. “De Russische tanks hoeven niet meer naar Berlijn nu de Russische trollen de publieke opinie kunnen beïnvloeden en de verkiezingen kunnen manipuleren.” Ook dit vraagt om gezamenlijk optreden, al hoeft niet ieder probleem met de 28 landen samen aangepakt te worden, vindt Vanhoonacker. Flexibiliteit - samenwerken in wisselende samenstellingen - is een groot goed. Net als het intensifiëren van de brede waaier aan instrumenten om de EU te beschermen in de nieuwe wereldorde: “Ik denk aan economische sancties, dat kunnen we als handelsmacht. Maar ook aan ontwikkelingshulp, veiligheidsmissies, crisismanagement, cybersecurity, samenwerking van geheime diensten, enzovoort.”

Er is al veel werk verzet sinds de val van de muur in 1989; de institutionele structuur in Brussel bijvoorbeeld is goed ontwikkeld, vindt ze. Maar door het eindeloos zoeken naar compromissen, of het nu gaat om buitenlands beleid, de migratiecrisis of defensie, is het zeer de vraag of het snel genoeg gaat.

Nog een laatste punt: “De EU is het antwoord op de Tweede Wereldoorlog, het staat voor nooit meer oorlog. Heel lang heeft Europa, dat kon mede omdat de VS voor de veiligheid zorgde, zich opgesteld als een normatieve macht. Wij stonden voor democratie, mensenrechten, we gingen onze waarden exporteren naar Azië en Afrika en tikten onder andere China en tal van andere landen op de vingers. We zullen, zoals premier Rutte onlangs zei in een speech in New York, niet alleen onze normatieve waarden moeten verdedigen, maar ook onze internationale belangen, juist nu Amerika uit beeld raakt. We zullen harder moeten worden, pragmatischer. Dat betekent dat je toch deals sluit met China, ondanks de mensenrechtensituatie.”

Riki Janssen

 

Jaro Pichel, onderwijsspecialist: nepnieuws

“Er wordt met onze emotie gespeeld, gezinspeeld op angst”

“Nepnieuws is een grote bedreiging voor de stabiliteit in Europa en het vertrouwen in autoriteiten, zoals journalisten, wetenschappers en de politieke macht”, begint Jaro Pichel, onderwijsspecialist en werkzaam voor het EdLab en de universiteitsbibliotheek. “We verliezen vertrouwen in hun woorden. Er wordt met onze emotie gespeeld, gezinspeeld op angst, we gaan twijfelen aan onze normen en waarden, aan ons gedachtengoed.” Pichel ziet die ontwikkelingen als “een neerwaartse spiraal waarin populisme en racisme een kans krijgen om te groeien”.

Eerst even over de term nepnieuws. “Ik heb het liever over ‘misinformatie’”, zegt Pichel. “Dat is breder. Een ‘nieuwsje’ kan met opzet de wereld in worden geslingerd, met het doel iemand of iets te beschadigen, bijvoorbeeld om de politieke campagne van de opponent onderuit te halen, of om de maatschappij te ontwrichten, maar informatie kan ook ‘onbewust’ misleidend zijn.” Als voorbeeld noemt hij de Google big data failure. Google voorspelde op basis van ingetikte zoekcriteria het verloop van een griepepidemie. Zo dachten ze het nieuwe griepseizoen in kaart te kunnen brengen, maar de analyse van de data was minder goed dan gedacht. “Google had hier onbewust een misstap gezet.”

Wie denkt dat nepnieuws een nieuw fenomeen is, heeft het mis. Het bestaat al “tweeduizend jaar. Vanaf het moment dat we communiceren, gebruiken we informatie om een doel te bereiken. Wat nieuw is, is de manier waarop. Jan en alleman kan via de digitale weg allerlei onzin de wereld in sturen.”

De Europese verkiezingen zijn voor de Europese Commissie aanleiding om de strijd tegen nepnieuws op te voeren. Vorig jaar kwamen ze met een gedetailleerd actieplan. Grote internetbedrijven als Google en Facebook tekenden een gedragscode. Daarmee ‘beloven’ ze hun best te doen om politieke advertenties zo transparant mogelijk te laten zijn en actie te ondernemen tegen nepaccounts.
Pichel is sceptisch: “Google, Twitter en Facebook zijn enorm machtige platforms geworden, een ‘speeltuin’ voor nepnieuws-verspreiders. Dat je die bedrijven daarop aanspreekt en verantwoordelijk houdt, vind ik goed, zelfs noodzakelijk. Tegelijkertijd vraag ik me af hoe effectief zulke gedragsregels zijn.” De EU had veel eerder moeten ingrijpen, meent Pichel. “Toen Facebook groot begon te worden, hadden zowel Zuckerberg als de EU over de consequenties na moeten denken. Nu is het te groot geworden. Je ziet wat er gebeurt als mensen de ruimte krijgen om hun ‘slechtste kant’ te laten zien. Het wordt een monster dat je moeilijk kunt verslaan.” Tegelijkertijd ziet Pichel vrijheid van meningsuiting als “het grootste democratische goed” waaraan nooit gemorreld mag worden. “Daarom is het lastig om er juridisch consequenties aan te verbinden.”

Pichel verwijst naar een blog van Maja Brkan, docent aan de Maastrichtse rechtenfaculteit, waarin ze schrijft over de strijd van burgers tegen nepnieuws in termen van David versus Goliat. “Hoe moeilijk ook, het is vooral aan de burger zelf om kritisch te zijn", zegt Pichel. “Als individu neem je de beslissing of je iets gelooft of niet.” Dat de EU mediageletterdheid stimuleert, ook in het onderwijs, juicht Pichel van harte toe. In de curricula van opleidingen aan de Universiteit Maastricht zie je dat nog veel te weinig terug, meent hij. "Kennis van media en hoe informatie tot stand komt, weten hoe algoritmen werken, weten wat er achter Facebook en Google schuilgaat: het moeten allemaal sleutelvaardigheden worden.”
En niet onbelangrijk: ben je bewust van je biases, onderstreept hij. “We hebben een bepaalde blik op de wereld en zullen ons automatisch aangetrokken voelen tot berichten die die blik ondersteunen of bevestigen. We moeten leren ook naar andere perspectieven te kijken, iets te lezen dat jouw visie totaal niet ondersteunt.”
Volgend academisch jaar start aan de UM een pilot Information Wise. Zes faculteiten werken samen aan dit project. “We willen weten hoe studenten op dit moment hun informatie vinden, waar beginnen ze hun zoektocht en hoe weten ze dat die informatie ‘klopt’? En wat doe je als je een artikel tegenkomt met een totaal andere visie? Doel is om uiteindelijk een evidence-based programma te ontwikkelen voor bachelorstudenten, van basis- tot expert-vaardigheden, zodat ze geleidelijk leren kritisch om te gaan met informatie."

Preventie is volgens Pichel “de beste maatregel. En eigenlijk begint het al op basisscholen. Ik zie het als onze gezamenlijke verantwoordelijkheid, net als duurzaamheid.”

Wendy Degens


Prof. Christine Neuhold: interne bedreigingen in de EU

Hongarije en Polen nemen het niet zo nauw met de rechtstaat

“Pas op met de term bedreiging, dat klinkt als iets dat ons snel kan overvallen, als iets heel negatiefs. Ik spreek liever van uitdagingen. Vaak gaat het om nationale onderwerpen, zaken die zich afspelen op het niveau van de lidstaten, maar die vervolgens hun weerslag hebben op de Europese Unie.” Aan het woord is Christine Neuhold, hoogleraar EU Democratic Governance aan de faculteit Arts and Social Sciences en directeur van de Maastricht University  Campus Brussels. Ze is een Oostenrijkse, die woont in België en werkt in Nederland. “Echt een product van de Europese Unie”, grinnikt ze. 

Uitdagingen zijn er genoeg voor de EU; ze stipt er drie aan: de Brexit, de democratische terugval van landen als Hongarije en Polen, en de Europese verkiezingen, beter gezegd de coalitievorming na het tellen van de stemmen. 

“Door de Brexit had Europa in een grote crisis kunnen belanden, dat is niet gebeurd. Ik zie ook geen andere landen die nu serieus nadenken over een exit uit de EU. Ik denk dat Brexit op de eerste plaats is gelinkt aan de Britse politiek. Dat ze nog niet vertrokken zijn, dat het is uitgelopen op een drama, heeft veel te maken met het Britse politieke systeem. Aan de andere kant heeft het ook te maken met de Europese politiek. Die is voor veel burgers moeilijk te begrijpen, staat ver van ze af, en zo wordt de EU een makkelijke prooi voor fake news. Ik denk aan de beroemde Brexit-bussen vol slogans over de exorbitante bedragen die de Britten per week moesten afdragen, die waren op totaal verkeerde cijfers gebaseerd. Maar mensen geloofden het. Het probleem was dat er geen bussen waren die vertelden over de voordelen: door de EU kun je makkelijk reizen, in het buitenland werken, studeren, is er vrije handel.”

Een andere uitdaging is de democratische terugval van lidstaten als Hongarije en Polen. Die nemen het niet zo nauw met de rechtsstaat, ze plegen censuur op de media, en schuiven onafhankelijke rechters opzij. “Het duurde even, maar de Europese Commissie is uiteindelijk een artikel 7-procedure (schorsen van de rechten van lidstaten bij schending grondrechten, red.) begonnen tegen Polen en nu is het Europese Parlement er een gestart tegen Hongarije. Je kunt zeggen dat het sneller had moeten gebeuren, maar ze hebben gereageerd en daarmee een signaal gegeven aan anderen.” Neuhold wijst erop dat de opkomst van extreemrechtse partijen voor het grootste deel een nationale zaak is, maar het heeft zijn weerslag op Europa en daarom is het “belangrijk dat de EU zegt: wij tolereren geen democratische terugval”.

Wat betreft de Europese verkiezingen deze week; de verwachting is dat extreemlinks en -rechts terrein zullen winnen ten koste van de gevestigde partijen, de sociaaldemocraten en christendemocraten. Al zullen de pro-Europese politici hoogstwaarschijnlijk in de meerderheid blijven. “Het wordt interessant om te zien hoe dit uit gaat pakken. Vijf jaar geleden won extreemrechts ook, maar uiteindelijk is hun impact klein gebleven. Dat heeft alles te maken met de manier waarop de Europese politiek werkt. Coalities zijn heel belangrijk. Het is de vraag of de extreme partijen een grotere groep kunnen vormen. Lukt dat, en dat is deze keer zeer waarschijnlijk, dan zal de dynamiek veranderen. Maar in het verleden is het hun niet gelukt een coalitie te vormen en vooral te blíjven. Je moet een politiek programma hebben, je hebt een aantal lidstaten nodig en je moet compromissen willen sluiten. Die extreme partijen hebben vaak te weinig gemeen als het gaat over beleidsbepaling.”

Hoe de EU er na de verkiezingen uit komt te zien, hangt ook af van wie de president van de Commissie wordt. “Het is geen makkelijke tijd. We hebben sterke ‘leiders’ nodig met een duidelijke visie die het debat niet uit de weg gaat. Met wie dan ook. De nieuwe man of vrouw moet van het debat houden, wat dat betreft is Frans Timmermans een goede.”

Riki Janssen

Dit artikel maakt deel uit van een papieren special over Europa met collegevoorzitter Martin Paul als gasthoofdredacteur.

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)