Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

"Ik ben een veldwerker; goed kijken is belangrijk”

"Ik ben een veldwerker; goed kijken is belangrijk”

Columnist Hans Philipsen stopt na zeventien jaar

Hij stopt er mee. Na zeventien jaar columns schrijven voor Observant is het “mooi geweest”, vindt em. hoogleraar medische sociologie Hans Philipsen, die eind juni 84 jaar wordt. Het keurslijf van “slechts” 400 woorden knelt al jaren, en ook de wekelijkse deadline valt met het stijgen der jaren (“veroudering komt met ongerief”) niet altijd mee. Maar pas op: “Ik ben nog niet uitgepraat. Ik wil sommige onderwerpen fundamenteler uitwerken.”

Hij heeft vaak ruzie met zijn computer. “Ik ben getraind incompetent”, grinnikt hij. Hij mailt, googelt (“mijn Winkler Prins staat als rekwisiet bij een Maastrichts toneelgezelschap”), en tikt zijn teksten uit op de pc (“het toetsenbord van mijn laptop vind ik te klein, daarop maak ik nog meer tikfouten”), maar een heel warme band hebben de twee niet. “Ik was al te oud toen de eerste computers het levenslicht zagen. Bovendien was het in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw (hij was in die tijd onder andere bouwdecaan van gezondheidswetenschappen, vicevoorzitter van het college van bestuur, interim-decaan van psychologie en rector, red.) ten strengste verboden om brieven te sturen buiten het secretariaat om. Ik heb dat lang volgehouden. Als ik iets te melden had, dan leverde ik een briefje in. Ik ben sowieso een telefoonmens. Als ik iets wil zeggen of een afspraak wil maken, ga ik bellen. Dat werkt goed. Alleen voor het opzoeken van nummers heb je de pc nodig. En ja, ik heb een iPhone, ik ben niet gek, ik zie echt wel wat handig is.”

Goede Tijden, Slechte Tijden

Hij is een academicus pur sang: wetenschap (met een voorkeur voor sociologie, methodologie en antropologie), maar ook literatuur, klassieke muziek, beeldende kunst, dans, sport (vooral voetbal en wielrennen), politiek, het gewone leven van alledag, levensbeschouwing en toneel hebben zijn volle aandacht. Philipsen schreef niet voor niets van 1998 tot 2002 een keer in de veertien dagen een toneelrecensie voor Observant.

Onderwerpen voor zijn column? “Ik heb er altijd wel drie of vier. Ik ga nu minder naar toneel en tentoonstellingen, onze actieradius is met het stijgen der jaren kleiner, maar ik lees iedere dag boeken en drie kranten – Trouw, De Limburger en NRC. Ik leg makkelijk verbanden tussen soms tegenstrijdige zaken, zie interessante zijsporen, dat had ik al in mijn wetenschappelijke publicaties.” Geen enkel onderwerp is hem te min: ook Goede Tijden Slechte Tijden en Idols kwamen aan bod. Zij volgden naadloos op een recensie van een Edward Hopper-tentoonstelling in Keulen, een pleidooi tegen het boekenweekgeschenk, een relaas over het weinig verhullende naveltruitje, een verhaal over de grootvader (een oud-docent van Philipsen) van Thierry Baudet, een geschiedenislesje over het bombardement op Nijmegen en een ode aan profwielrenner Kenny van Hummel die zelden het podium haalde. 

Blijf kijken

Goed kijken. Een open blik. Daar draait het om, of je nu columnist of wetenschapper bent, vindt hij. “Ik ben een veldwerker, dat mag je verwachten van iemand die sociologie en antropologie heeft gestudeerd. De wetenschap heeft zich heden ten dage teruggetrokken in vragenlijsten, big data en experimenten. Ik ken die werelden goed, zo heb ik mijn brood verdiend, maar je moet zo nu en dan ook om je heen kijken. Houd je ogen open zou ik tegen alle wetenschappers willen zeggen. Dan zie je verbanden en opvallende zaken die niet uit tabellen opdoemen, maar wel iets vertellen over de werkelijkheid. En onderdruk de neiging om naar dé oorzaak te zoeken, dat vind ik een desastreuse ontwikkeling. Er is nooit één oorzaak. Elke causale uitspraak vindt plaats op basis van een constellatie van factoren. Haal je er een factor uit, dan is de kans groot dat hetgeen jij voor waar houdt, niet meer waar is.” Er volgt een klein college over cholesterolpillen die nu minder nodig zijn omdat de hedendaagse mens gezonder eet; over de onderwaardering van demografie, een wetenschapstak die gaat over schaarste en overvloed van ‘geschikte’ mensen en die in zijn ogen net zo belangrijk is als de economie die gaat over schaarste en overvloed van middelen; over wetenschappelijke feiten, die “nooit” voor de eeuwigheid zijn vastgelegd; en over de superspecialismen in de gezondheidszorg die het zicht op het grotere geheel benemen. Hij kan het niet genoeg benadrukken: “Blijf kijken!” En refererend aan Voltaire: “Il faut cultiver son jardin.”

Van Agt

“Het is een onjuiste stelling dat mensen met het vorderen der jaren milder worden.” De vraag was of hij de afgelopen zeventien jaar is veranderd als columnist. “Ouderen worden inactiever, zijn minder belastbaar en uiten zich daardoor minder. Maar dat zegt niets over hun opvattingen. Kijk naar oud-premier Van Agt, die is nu fel voor de Palestijnse zaak is. Je werkt niet meer, hoeft minder compromissen te sluiten en kunt vanuit je luie stoel lekker uithalen.” Maar dat “lekker uithalen” is niet aan hem besteed. “Ik vond en vind verbondenheid tussen mensen heel belangrijk. Het wegvallen van de zuilen in de afgelopen eeuw in Nederland heeft veel ‘kwaad’ berokkend. Godsdienst bevordert de sociale integratie, zegt de socioloog in mij, onze morele waarden komen eruit voort. Ik ben geen godvruchtig iemand, maar ik wil niet verloochenen dat het christendom een grote rol in Europa heeft gespeeld en nog steeds speelt. In die zin voel ik me christelijk. Een partij als D66 heeft nu de rechtsstaat tot godsdienst verheven. Dan ben je het idee van verbondenheid kwijt.”

Ajax

Het zal niemand verwonderen dat Philipsen niet houdt van “scheldcolumns, van iemand tot de grond toe afbreken, van extreme negatieve uitingen”. Gevraagd naar collega-columnisten die hij hoog heeft zitten, komt hij met “een zee” aan goede schrijvers. Maar als er dan toch gekozen moet worden, noemt hij Wim Boevink van Trouw, Rosanne Hertzberger van NRC en Gerard Kessels van De Limburger. “Boevink vind ik heel goed, hij ziet iedere dag kans om over iets te schrijven wat niet voor de hand ligt. Frits Abrahams van NRC las ik vroeger graag, maar hij gaat steeds vaker over zichzelf schrijven, wat hij van Ajax vindt, wat zijn vrouw zegt. Hij kiest steeds onderwerpen die goed vallen bij de grachtengordel. Elitair. Gerard Kessels van De Limburger schrijft ook over zichzelf, over ziekte, kwalen, rouw, wat dan ook, maar dat doet hij prachtig en nooit elitair. Rosanne Hertzberger is heel oorspronkelijk, zij is een wetenschapper die over allerlei maatschappelijke kwesties schrijft - morele waarden, gezondheidszorg, godsdienst - en daarover niet voor de hand liggende uitspraken doet. Zij durft afstand te nemen van de goegemeente die roept dat god niet bestaat en Ajax het mooiste op aarde is.”

Vetorecht

Een columnist kan niet zonder fans, en die heeft hij dan ook. “Slechte kritiek bereikt mij niet. Ik krijg mailtjes, vaak ook van buiten de universiteit. Zo had iemand een Observant in de trein op weg naar Heerlen gevonden. Die reageert dan. Er zijn stukjes, zoals die over ‘ontspullen’, waarin ik vertel over mijn eigen worsteling, die veel reacties opleveren. Daar word ik op straat over aangesproken.” En dan zijn er nog de “vaste correspondenten” die hem op fouten wijzen. “Soms klopt het inhoudelijk niet helemaal, soms is iets verkeerd geschreven. Gelukkig niet zo vaak, maar ik ben dankbaar voor hun kritiek.” Een enkele keer is een lezer verontwaardigd, zoals de keer dat hij schreef dat de Duitse helft van de tweeling in de gelijknamige roman van schrijfster Tessa de Loo (de een groeide in Nazi-Duitsland op, de ander in een welvarend gezin in Nederland) uiteindelijk misschien wel gelukkiger was omdat zij ruimdenkender uit de oorlog was gekomen. “Dat was schoppen tegen het gevoel dat Duitsers slecht zijn.” Soms is er dankbaarheid. “De vader van wielrenner van Kenny van Hummel vond het prachtig wat ik over zijn zoon had geschreven.”

Maar de eerste lezer is zijn vrouw en oud-wetenschappelijk medewerker Neeltje Mosterd. “Ik wil graag dat zij het leest. Zij heeft een zuiverende werking, zegt als iets niet helder is of niet makkelijk te begrijpen, haalt de meeste typfouten eruit.” Grinnikend: “Maar ze heeft geen vetorecht. Ik wou onze relatie niet juridiseren.” Ook heeft hij twee oud-collega’s die hem als columnist al jaren nauwgezet volgen. Uit belangstelling, maar ook als een soort waakhonden. “Ik heb hen gevraagd om aan de bel te trekken als mijn stukkies niet meer aan de maat zouden zijn. Ze hebben nooit iets gezegd, integendeel, ze vinden het jammer dat ik stop.”

“Met Hans”

Wat zal hij het meeste gaan missen? De reacties van lezers, maar ook het wekelijks al schrijvend ordenen en ontwikkelen van de gedachten. En: “De wekelijkse gesprekken met jou, mijn redacteur”, zegt hij. Dat is wederzijds. Niet meer op maandagmiddag of dinsdagochtend bellen naar het vaste nummer op de Athoslaan. “Met Hans”, of, als hij het telefoonnummer niet heeft gezien, “Philipsen”, terwijl op de achtergrond het nieuws van Radio1 of klassieke muziek klinkt. Na het uitwisselen van wat persoonlijke wetenswaardigheden, is de column aan de beurt. Een enkel tikfoutje verdwijnt, soms wordt een zin wat aangepast, waarna het tijd is voor een kort college over de Giro en onze wederzijdse held Tom Dumoulin, de jaarlijkse orgelreis, Musica Sacra, een mooie tentoonstelling in het Spiegelpaleis, doktersassistenten die te maken hebben met geweld, het dreigend zandtekort in de wereld en het bizarre bericht over de dood van driehonderd stemmentellers in Indonesië. Altijd eindigend met de woorden: “Ik had dit graag nog willen toevoegen, maar ja, ik zit vast aan die vierhonderd woorden.”

 

 

 

Naschrift: op de plek van de column van Hans Philipsen verschijnt in het nieuwe jaar de serie Zonder Wederhoor met anekdotes uit veertig jaar Observant.

Categories:Categorieën:
Tags:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)