Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Klagen over ondraaglijke stank

Klagen over ondraaglijke stank

Tijdens de Pinksterdagen kwamen er herinneringen op die allemaal met Pinksteren te maken hebben. Natuurlijk het verhaal dat mij als kind verteld werd. Over de apostelen die aanvankelijk, na de kruisdood van Jezus, in een stil hoekje waren weggekropen, maar toen de moed vonden naar buiten te treden. Het mooiste van dat verhaal vond ik dat ze daarbij ‘in vurige tongen’ gesproken zouden hebben. Iedere toehoorder verstond hen in zijn eigen taal, legde de kapelaan uit, omdat de woorden van de apostelen rechtstreeks naar je hart gingen. Ondertussen zat ik me af te vragen of ze hun gehemelte niet verbrand hadden - van dat met vurige tongen spreken, bedoel ik. In een latere ontwikkelingsfase heb ik daar nog eens een daarop voortbordurende grap over gemaakt, maar hier kan ik daar niet meer over zeggen dan dat het iets met orale seks te maken had.

Mijn mooiste Pinksterherinnering is echter die aan de begrafenis van Noonk Sjeng. Noonk Sjeng was een ondergeschoven familielid van mijn vrouw, die we bij toeval in Vijverdal ontdekten. Daarna gingen we hem regelmatig even opzoeken, maar lang heeft dat niet geduurd, want hij overleed binnen het halfjaar. Bij de begrafenisplechtigheid in de kerkzaal van Vijverdal waren, behalve wij en een enkel personeelslid, vrijwel uitsluitend medebewoners aanwezig. En het was dringen geblazen: dit wilden ze meemaken. Zelfs de zoon van prins Bernhard was gekomen, al kon die maar even blijven want zijn vader zou hem komen halen. Nadat twee rolstoelgebruikers, die elkaar letterlijk in de wielen gereden hadden, met vereende krachten uit elkaar gehaald waren, kon de dienst beginnen. De pastor betrok de zaal er meteen bij door te beginnen met de vraag: “Over een paar dagen is het Pinksteren. Waar denken we dan aan, bij Pinksteren?” Toen stond John op. John was een jaar of dertig, lang, forsgebouwd, en hij had een open, vriendelijk gezicht. Meestal leek hij een beetje verbaasd de wereld in te kijken, maar die dag niet. Hij had een kleur van opwinding en hij strààlde, want hij wist het. Van de zenuwen wiebelde hij heen en weer, en toen de pastor “Ja, John?” had gezegd stiet hij triomfantelijk uit: “Pinkpop!”  De spanning viel van hem af en er gleed een brede glimlach over zijn gezicht. Daarna liet hij een harde scheet, waarna er tot het einde van de dienst luid over ondraaglijke stank geklaagd is. Mooiere Pinksterdagen kan ik me niet voorstellen.

Nico Baakman, wetenschappelijk medewerkers Fasos

Categories:Categorieën:
Tags:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)