Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Is het nu oorlog? Ja, eigenlijk wel

Is het nu oorlog? Ja, eigenlijk wel

Photographer:Fotograaf: archief commissie Van Rijn

MAASTRICHT. Het advies van de Commissie-Van Rijn was nog geen seconde publiek of de eerste protesten klonken al. De kern van het voorstel: geld weghalen bij de algemene universiteiten en dat doorsluizen naar de drie technische universiteiten plus die van Wageningen. Als dat doorgaat wordt de Universiteit Maastricht zwaar gedupeerd. Hier rinkelen de alarmbellen dus volop. In de universiteitenvereniging VSNU dreigt een splitsing, zo groot is de verdeeldheid. Eind deze week komt de minister met haar standpunt.

Waarom een commissie-Van Rijn?

Meer geld naar bètatechniek, dat stond al in het regeerakkoord. Want de arbeidsmarkt schreeuwt om dit soort afgestudeerden terwijl de vier betrokken universiteiten die verantwoordelijk zijn voor de bulk ervan, er te weinig opleiden omdat ze capaciteitsproblemen hebben. Zij moeten dus groeien en daar is geld voor nodig. Meer geld dan ze nu van het rijk ontvangen. Dat betekent dat de manier waarop de overheid het hoger onderwijs en met name het wetenschappelijk onderwijs financiert, op de helling moet. Dat wordt al langer beweerd door ongeveer iedereen in de sector, ook om andere redenen, maar de bekostigingssystematiek is te ingewikkeld om er een-twee-drie iets anders voor in de plaats te zetten. En dat terwijl de bèta-vraag acuut is, klinkt het. Daarom riep minister Van Engelshoven van OCW vorig najaar de Adviescommissie Bekostiging Hoger Onderwijs en Onderzoek in het leven, onder leiding van oud-staatssecretaris Volksgezondheid Martin van Rijn. Die moest voor een snel antwoord zorgen: een plan dat al in 2020 consequenties zou hebben. En dat dus binnen de huidige financiële kaders blijft: extra geld was niet voorzien.

Wie zitten er in de commissie?

De samenstelling van deze commissie is opmerkelijk. Dat drie van de vijf leden sterke banden hebben met de zorgsector is wellicht het gevolg van de personele keuzes door voorzitter Van Rijn. Het zijn vooral financiële experts. Dat twee leden sterke banden hebben met een technische universiteit is allicht veelzeggender: een werkte aan de Universiteit Twente, de ander is lid van de raad van toezicht van de TU Delft. Die laatste is Luc Soete, oud-rector van de UM. Een ander lid was onder meer adviseur van de Stichting Platform Bètatechniek. Hoe het ook zij, de bèta’s trekken in dit rapport aan het langste eind.

Wat zijn voor de UM de belangrijkste punten van het advies?

Meer geld naar bèta en techniek (het is al één woord geworden, bètatechniek), vooral naar de de TU’s plus Wageningen, die inmiddels de vierde TU wordt genoemd, betekent afroming van de budgetten van de algemene universiteiten. De jonge instellingen zoals Maastricht krijgen extra klappen omdat juist bij hen de financiering altijd al ongunstiger uitpakt dan bij de traditionele uni’s. Dat is historisch zo gegroeid.

De cijfers zijn nog niet helder en de hoop is nog altijd gevestigd op bijstelling van de plannen, maar als het advies onverkort doorgaat - en dat is wat Van Rijn vorige week de Tweede Kamer voorhield: geen wijzigingen - dan levert de UM op termijn zo’n 14 miljoen per jaar in, zeg ongeveer driekwart van de begroting van een faculteit als Fasos.

(Dat is het zwartste scenario, financiële specialisten zijn iets optimistischer en verwachten dat er “demping in het model” zit. En acuut is het probleem de komende twee jaar in ieder geval niet: de minister schuift met wat extra geld om wat zij noemt een ‘zachte landing’ van de herverdeling mogelijk te maken.)

Zit er dan niets goeds in de plannen?

Jawel, de perverse prikkel in het systeem die ertoe leidt dat er steeds meer studenten moeten worden aangetrokken om geen budget te verliezen, wordt verzacht door de ‘vaste voet’ in de onderwijsfinanciering te verhogen en het variabele deel (dat afhankelijk is van de studenteninstroom) te verlagen.

En dat de competitie voor onderzoeksgelden wat minder hard wordt door 100 miljoen over te hevelen van de tweede (competitieve) geldstroom naar de eerste (de rechtstreekse bekostiging door het rijk) kan ook op instemming rekenen.

Daar zit wat betreft de jonge uni’s wel een maar aan: door de historische scheefgroei in de financiering, die ook voor het onderzoeksbudget structureel een achterstand veroorzaakt, worden bij een verschuiving zonder aanpassing van het stelsel de jonge uni’s (ook Rotterdam, Tilburg en de Open Universiteit) opnieuw relatief benadeeld.

Hoe reageert men in het land?

De reacties op opiniepagina’s en op internet gaan voor het merendeel in één richting: bèta versterken is prima, maar niet ten koste van de medische-, geestes- en sociale wetenschappen, van alfa en gamma. Dat vinden ook veel bèta’s zelf. Zo zijn de bètawetenschappers van de Jonge Akademie van de KNAW een online petitie begonnen tegen Van Rijn onder het motto dat de verschillende wetenschapsgebieden niet tegen elkaar uitgespeeld mogen worden. Onder de ondertekenaars bevinden zich al drie winnaars van de Spinozaprijs.

In de Volkskrant verscheen onlangs een column van een onderzoekster, bioloog aan de Universiteit Wageningen, die een expeditie naar de wateren bij West-Papoea organiseert. Ze doet onderzoek naar de mariene biodiversiteit, de koraalriffen en de relatie met toerisme en visvangst. Op het schip zullen straks hydrologen, economen, sociologen en wat al niet samen het project inhoud gaan geven. Haar boodschap: de “brede wetenschap wordt verzwakt en geschaad” door de plannen van Van Rijn. Want “bijna alle belangrijke maatschappelijke en wetenschappelijke uitdagingen waar we voor staan vereisen samenwerking tussen wetenschappers van allerlei disciplines”.

En nog iets: het aan de UM verbonden centrum voor onderwijs en arbeidsmarkt ROA maakt bezwaar tegen de manier waarop de commissie de ROA-data heeft ingezet. Directeur Andries de Grip schreef een opiniestuk in Trouw waarin hij de vloer aanveegt met Van Rijn: “Iedere deskundigheid op het terrein van het functioneren van de arbeidsmarkt lijkt te ontbreken” bij deze commissie, zegt hij. Want er zijn zeker tekorten in de bètatechnische hoek, maar die spelen ook in andere domeinen. De Grip: “De huidige en voor de nabije toekomst voorspelde arbeidstekorten [gelden] ook [voor] leerkrachten en medisch opgeleiden. Maar nog veel belangrijker: voor vrijwel alle studierichtingen in het hoger onderwijs zijn de arbeidsmarktperspectieven van de afgestudeerden redelijk tot goed. Dat betekent dat je binnen de kortste tijd de Nederlandse samenleving in grote problemen brengt als de opleidingscapaciteit van veel niet-technische opleidingen omlaag gaat” - omdat er namelijk bezuinigd moet worden als gevolg van deze plannen.

In VSNU-kringen circuleren al horrorscenario's over enorme ontslagrondes bij de algemene universiteiten, waar - zeker bij de grote - honderden mensen in het alfa-, gamma- en medische domein het veld zouden moeten ruimen. Vanwege de landelijke korting, maar ook omdat er intern bij deze uni’s moet worden geschoven in de richting van de bètafaculteiten: die zullen, om hun concurrentiepositie tegenover de vier TU’s niet te laten verzwakken, hun deel opeisen, met alle desastreuze krimp elders in de instelling van dien.

Is het nu oorlog?

Eigenlijk wel. Alle ‘gewone’ universiteiten trekken van leer tegen het voorstel, en zeker de extra hard getroffen jonkies lobbyen zich suf bij wie het maar wil horen: de politiek, sociale partners. UM-rector Rianne Letschert is er de afgelopen weken heel druk mee geweest.

Oorlog is het volgens goed ingelichte bronnen ook binnen de universiteitenvereniging VSNU. Want ook al hadden de TU’s liever niet gezien dat hun voordeel helaas meteen een nadeel is voor andere domeinen, nu dit plan er eenmaal ligt willen ze de buit binnenhalen ook. De onenigheid zou zelfs tot een scheuring in de VSNU-gelederen kunnen leiden, klinkt het.

Want de rest van de universiteiten mikt veel meer op een fundamentele wijziging van het bekostigingsmodel. Dat betekent: voorlopig een pas op de plaats, bètatechniek krijgt wat extra middelen die nu door de minister zijn aangekondigd (voor de universiteiten is dat zo’n 28 miljoen) en verder wachten op de uitkomsten van een OCW-onderzoek naar de kostprijs van het onderwijs, en de relatie met kwaliteit en ambities. Wat willen we en wat mag het kosten? Dat uitgangspunt zou voortaan de basis moeten vormen voor de financiering van de universiteiten en hogescholen. Volgend jaar moet dat onderzoek er liggen.

En nu?

Het wachten is op Ingrid van Engelshoven, de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Luistert ze naar alle bezwaren tegen ‘Van Rijn’? Of neemt ze het advies over? En zo ja, onverkort of gedeeltelijk? En krijgt ze voldoende steun in de Tweede Kamer? Ook daar is men kritisch, getuige een vracht aan vragen die onlangs aan de minister zijn gesteld.

Eind deze week wordt haar oordeel verwacht.

Categories:Categorieën:
Tags:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)