Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Je kan toch onmogelijk beloven dat je eeuwig van iemand blijft houden?”

“Je kan toch onmogelijk beloven dat je eeuwig van iemand blijft houden?” “Je kan toch onmogelijk beloven dat je eeuwig van iemand blijft houden?”

Photographer:Fotograaf: Observant

Alumni over hun dromen: zijn ze uitgekomen?

Kinderen? Ze moest er niet aan denken. Volgens de toen 23-jarige Marjolijne van der Stoep, nu bijna veertig, zouden mensen wat vaker moeten nadenken voordat ze aan kinderen beginnen. Niet iedereen was volgens haar geschikt voor het ouderschap. Zijzelf incluis. Naar eigen zeggen zou ze een hele slechte moeder worden, zonder overwicht en makkelijk over te halen.

Ruim vijftien jaar later ziet de wereld er heel anders uit. “Niemand weet het nog”, fluistert ze, “maar ik ben zwanger. Wil je hem zien?” Trots toont ze de echo van haar tien weken oude (toekomstige) spruit. En hoewel je er wat fantasie voor moet hebben is het onmiskenbaar: Marjolijne wordt moeder.

We spreken elkaar op het Bio Science Park, een industrieterrein naast het Leids Universitair Medisch Centrum met meer dan honderd bedrijven gespecialiseerd in life science. Ze werkt voor het beursgenoteerde Galapagos, een bedrijf dat al twintig jaar relatief succesvol is in geneesmiddelenontwikkeling. Relatief, omdat het ondanks de lange en succesvolle staat van dienst (recent ontving het zelfs een kapitaalinjectie van ruim 4.5 miljard euro van het Amerikaanse ‘big pharma’ bedrijf Gilead) nog steeds geen medicijn op de markt heeft gebracht. “Dat bewijst hoe moeilijk en lang zo’n proces is.”  Ze werkt er als projectmanager van een ontwikkelingstraject naar een medicijn tegen artrose. Een boeiende baan. Geen dag is hetzelfde. “Ik stuur een grote groep mensen aan, ben klinisch bezig maar bemoei me ook met de juridische kant van het onderzoek.” 

Professor op het gebied van obesitas is ze dus niet geworden. Haar droom zestien jaar geleden. “Dat plan begon te mislukken toen mijn vader een week voor mijn buluitreiking overleed.” Hij was al jaren ernstig ziek. Wat hij had? “Wat had hij niet.” Uiteindelijk werd een simpele longontsteking hem fataal. “Ze brachten hem kunstmatig in slaap om te herstellen, maar hij is nooit meer wakker geworden.” Ze pakte direct haar boeltje en vertrok naar het huis van haar vader in Rotterdam. “Er was heel veel te regelen en iemand moest de zorg voor mijn inmiddels 94-jarige oma op zich nemen.” Marjolijne cijferde zich weg. “Ik zou mijn moeder te kort doen als ik mijn oma mijn tweede moeder zou noemen, maar ze was in mijn jeugd heel belangrijk. Ik was blij dat ik iets kon terugdoen.” Nog altijd gaat ze wekelijks langs. Bij vertrek krijgt ze steevast een zakje fruit mee. “Kennelijk denkt ze nog steeds dat ik als student leef en morgen misschien aan scheurbuik overlijd.” Geconfronteerd met het feit dat haar keus zestien jaar geleden wellicht niet voor de hand lag, ze was immers enorm ambitieus en zonder morren bereid vijftien uur per dag te werken om haar droom te bereiken: “Ik heb er geen seconde spijt van gehad. Het moest gewoon.”

Het tekent Marjolijne. Wat dat betreft is ze na al die jaren niet veel veranderd: uitgesproken, rechtlijnig en moeilijk te overtuigen. “Maar ik ben wel milder geworden, ook voor mezelf.” Haar kinderwens is daarvan het beste voorbeeld. “Tot een jaar geleden was ik heel principieel: een kind moest het allerbelangrijkste zijn voor een ouder en ik vond dat ik niet aan die standaard kon voldoen.” Maar het cliché bleek waar. “Richting veertig slaan de twijfels toe.” Toch was ze niet direct overtuigd. “Ik vroeg me af: wil ik dit echt, of denk ik dat alleen omdat iedereen ze heeft en ik langzaamaan een uitzondering word?” Ze realiseert zich dat ze het antwoord vermoedelijk nooit definitief zal krijgen, maar zeker van de toegevoegde waarde voor haar leven is ze wel. “Ik verwacht vreugde, liefde en… veel slapeloze nachten”.

Haar vriend Raoul hoefde niet lang na te denken. “We hebben er welgeteld anderhalve minuut over gediscussieerd.” Ze kennen elkaar al bijna tien jaar. De vonk sprong over op een van de vele ‘vrijmibo’s’ van het bedrijf waar ze beiden werkten. “We bleven altijd samen als laatste achter.”  De relatie is “gewoon heel goed”. Ze zijn complementair. “Ik hou van praten. Hij niet.” Trouwen staat niet op de agenda. Daar was ze jaren geleden al uitgesproken over: “Je kan toch onmogelijk beloven dat je eeuwig van iemand blijft houden? Misschien kom je ooit nog wel een leuker iemand tegen.” Toch klinkt ook op dat vlak een milder, hoewel nog steeds weinig romantisch, geluid: “Als hij het echt wil en me vraagt, dan zeg ik waarschijnlijk: Ok. Prima.”

Niels van der Laan

 

Lees hier het oude artikel uit 2003.

 

(On)vervulde dromen

In 2003 vroegen we Maastrichtse studenten naar hun toekomstdromen. Hoe staat het daarmee anno 2019? Zijn ze uitgekomen? In dit jubileumjaar (Observant wordt 40!) zoeken we hen, rond de veertig inmiddels, opnieuw op. Niels van der Laan was in 2003 als studentjournalist verantwoordelijk voor het leeuwendeel van de portretten, en ook nu neemt hij een flink aantal voor zijn rekening. Behalve bovengenoemde alumni, vragen we ook oud-studentenjournalisten van Observant naar hun (on-)vervulde dromen.

Tags:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)