Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Studenten mede aan het roer: goed voor het onderwijs en de universiteit

Studenten mede aan het roer: goed voor het onderwijs en de universiteit

Photographer:Fotograaf: Pixabay

Het loont om studenten bij het bestuur van opleidingen en universiteiten te betrekken. Het onderwijs wordt er beter van, vinden zowel opleidingsdirecteuren als studentvertegenwoordigers.

“Studenten zijn immers de enigen die het volledige onderwijstraject meemaken en er middenin zitten: ze hebben vaak goede adviezen”, zegt FHML-onderzoeker Stephanie Meeuwissen, die studentenparticipatie aan universiteiten onderzocht.

De meeste studenten zijn er niet voor te porren; actieve deelname aan commissies of raden van hun universiteit. Toch is die betrokkenheid van studenten in het bestuur en onderwijs voor onderwijsinstituten de laatste jaren steeds belangrijker geworden. “Bij de accreditatie van opleidingen is het tegenwoordig een belangrijk onderdeel. Het is daarom raar dat het nauwelijks wetenschappelijk onderzocht is”, zegt Meeuwissen.

Het onderwerp ligt haar nauw aan het hart. Ze zat als geneeskundestudent in verschillende organen aan de UM: “Van feedbackgroepjes op blokniveau tot aan de universiteitsraad." Haar onderzoeksteam beperkte zich tot de acht geneeskundefaculteiten en de enige diergeneeskundefaculteit in Nederland en richtte zich op participatie in commissies, raden en besturen van de universiteit. Welke factoren maken studentenparticipatie succesvol? En wat is de toegevoegde waarde voor het onderwijs, de universiteit en de studenten zelf? “Een compleet nieuw onderzoeksgebied”, zegt Meeuwissen. “Er was dus amper een bestaande wetenschappelijke discussie waar we ons in konden mengden, maar het artikel is goed ontvangen. Ook internationaal”, vertelt ze trots. Het werd zelfs gepubliceerd in Advances in Health Sciences Education, een van de vier toptijdschriften in medisch onderwijs.

 “We hebben eerst verschillende studentenvertegenwoordigers in Nederland een vragenlijst gestuurd om een beeld te krijgen van hoe zij werken, wat de voordelen en wat de problemen zijn.” Daarna volgden een-op-een interviews met alle programmadirecteuren en een vijftal discussies tussen de studentenvertegenwoordigers.

De resultaten van het onderzoek liggen over het algemeen in de lijn der verwachting. Zo zijn het voornamelijk de ‘proactieve, verantwoordelijke en kritische’ studenten die het beste functioneren in de raden, commissies en besturen. Bij medewerkers is het belangrijk dat ze bereid zijn om samen te werken met studenten. En juist daar wil het nog weleens botsen, vertelt Meeuwissen. “Sommige programmadirecteuren presenteerden studentenideeën als hun eigen vondst om meer draagvlak te creëren bij de medewerkers.” Een mogelijke oorzaak voor de weerstand bij de staf is dat organen naar hun idee minder efficiënt en effectief werken als er studenten bij worden betrokken. Meeuwissen: “Studenten staan aan het begin van hun carrière en moeten daarom nog veel leren over de organisatiestructuur en -processen. Dat kost tijd. Daarnaast vertelden de opleidingsdirecteuren tijdens de interviews dat de studenten niet altijd goed geïnformeerd zijn en dat hun ideeën soms financieel of praktisch onhaalbaar zijn.”

Het onderzoek geeft een overzicht van verschillende manieren om studentenparticipatie te organiseren en bovendien geeft het een aantal do’s en don’ts. “Hier en daar kwamen de studentenvertegenwoordigingen uit alle lagen van de universiteit regelmatig samen in een soort overlegplatform”, zegt Meeuwissen. Een absolute do. “Alle vertegenwoordigers zijn dan op de hoogte van wat er speelt en daarnaast kun je op deze manier goed als collectief optreden en strategieën bepalen.”

Maar er is ook ruimte voor verbetering. Er is een grote behoefte aan een uitgebreider feedbacksysteem en meer ondersteuning. “Persoonlijke feedback over het functioneren van studenten in de raden en commissies moet beter, maar ze willen ook graag weten wat er met hun ideeën en inspanningen gebeurt. Dat weten ze vaak niet omdat ze meestal maar een of twee jaar vertegenwoordiger zijn. Processen duren in veel gevallen langer. Terugkoppeling is daarom belangrijk, ook aan de opvolgers. Als studenten niets meer horen, raken ze vaak ontmoedigd.” En dat is zonde, vindt Meeuwissen. “Opleidingsdirecteuren waren het er niet alleen unaniem over eens dat studenten de opleiding verbeteren, maar zeiden ook allemaal dat zij zich zowel persoonlijk als professioneel ontwikkelen.

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)