Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“In mijn tweede leven word ik… professor! Ik vind het een mooie wereld waarin je kennis vergroot en deelt”

“In mijn tweede leven word ik… professor! Ik vind het een mooie wereld waarin je kennis vergroot en deelt”

Photographer:Fotograaf: Loraine Bodewes

Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder

Stefan Meij (Maastricht, 1970)/ hoofd marketing en communicatie rechtenfaculteit, sinds juni 2019/ burgerlijke staat: getrouwd, een dochter van 5 en een zoon van bijna 2/ woont in Herderen (B)

Wat was ik toch een leuk kind! Ik denk het [grinnikt]. Ik was de jongste thuis met een oudere broer en zus en dat heeft zo z’n voordelen; alle barrières waren al geslecht. Ik was rustig, beetje verlegen – dat is gelukkig steeds minder geworden. Ik ging makkelijk door school heen. Ik ben een septemberkind, dus een van de jongsten. Dan zat ik in een klas met jongens die het hadden over bier drinken en dingen waar ik helemaal nog niet mee bezig was. Nee, een heilig boontje was ik niet. Het is een wonder dat ik nog tien vingers heb, ik speelde graag met vuurwerk.

Zeven uur ’s ochtends: tijd voor de krant. Wie leest er tegenwoordig nog een krant? Ik kan me niet herinneren wanneer ik voor het laatst een papieren dagblad vast hebt gehad. Ik lees wel online. Verder heb ik een abonnement op Elsevier. Om zeven uur ’s ochtends gaat thuis de televisie aan voor de teletekstpagina, old school. Ik heb zelfs een teletekst-app op mijn telefoon, handig voor de voetbaltussenstanden.

Belangrijk keerpunt in mijn leven: Mijn Erasmusjaar in Trento in 1992. Gelukkig had ik al mijn studiepunten al gehaald in Maastricht, ik hoefde alleen nog maar af te studeren aan de economische faculteit, waardoor ik in Italië vooral kon ‘genieten’. Het jaar heeft me avontuurlijker en zelfstandiger gemaakt. Ik leerde het land goed kennen en besloot zelfs te blijven. Uiteindelijk kreeg ik in Zwitserland een baan, in een dorpje, dichtbij de Italiaans- Oostenrijkse grens, zo’n twee uurtjes rijden van Trento. Het was een Duits bedrijf in deur- en raambeslag, ze hadden daar hun internationale hoofdverkoopkantoor vanwege fiscale redenen. Ik was jong en ongebonden, heb er vijf jaar gewerkt, het bedrijf was leuk, het salaris was goed, maar ik begon terug te verlangen naar Nederland. Dan stapte ik in de auto op vrijdagavond, om in acht uurtjes naar mijn ouders te rijden, om op zondag in alle vroegte weer terug te keren naar Zwitserland. Er was op een gegeven moment niets meer wat me daar hield. In 1999 nam ik ontslag en kwam ik terug naar Maastricht.

Ik zing alleen onder de douche. Zelfs daar niet! Ik ben niet muzikaal. Ik luister wel graag; mijn muzieksmaak is divers. De laatste jaren is er zelfs K3 bij gekomen! Ik heb nog een heleboel cd’s, van Rammstein tot klassiek. Vroeger was ik de grootste Prince-fan.

In mijn tweede leven word ik… Vooruit, professor! Ik vind het een mooie wereld waarin je kennis vergroot en deelt.  Vroeger wilde ik archeoloog of bankdirecteur worden, twee uitersten. Ik heb lang bij Obvion gewerkt, een hypotheekbank, maar directeur ben ik er nooit geworden [lacht]. Ik verzamelde als kind graag fossielen en mineralen. Tijdens feestjes gingen we graven in de mergelgroeve. Maar ja, met archeologie was geen droog brood te verdienen.

Mijn zondagochtendritueel: Uitslapen tot acht uur, dan moet de kleinste echt de fles hebben. Met z’n allen liggen we in ons bed, kop koffie erbij. Daarna gaan mijn vrouw en ik afwisselend sporten: hardlopen of een rondje op de racefiets. Dat ligt aan de blessures. Waar ik last van heb? Waar niet van, zou ik zeggen.

Het verhaal dat keer op keer wordt verteld in mijn familie: Ik was een jaar of zes en er was sprake van een nieuwe route van de stadsbus door onze straat. Daar waren veel bewoners op tegen, want we speelden graag op straat. Op een dag zat ik met mijn broer op de stoep toen een bus (die kwam daar toevallig, de route was er nog niet doorheen) in aantocht was. Ik had een steentje in mijn hand en gooide dat richting het raam van die bus. Het ging erdoorheen! Ik vluchtte ons huis in, in paniek, me vastklemmend aan de verwarming. ‘Ik wil niet naar de gevangenis’, riep ik. Gelukkig zat er geen passagier bij het gebroken raam. Ik heb er een nacht slecht van geslapen, maar uiteindelijk werd het gewoon een verzekeringskwestie. De busroute is nooit door onze straat gekomen, dankzij mij! Nee hoor, maar dat liet ik iedereen graag geloven.

Mijn eerste baan aan een universiteit. Dat is andere koek. Als marketeer kun je overal je werk doen, ik heb vooral in het bedrijfsleven gewerkt, en acht jaar bij WML, de watermaatschappij. Die laatste is non-profit, maar wel veel bedrijfsmatiger dan een universiteit. De UM heeft een groot maatschappelijk belang. Die verantwoordelijkheid, de rol in de samenleving, daar houd ik van, dat vind ik waardevol. Bovendien omring je je hier met slimme en jonge mensen, dat geeft energie. Overigens is de UM voor mij geen totaal nieuwe wereld. Ik heb er economie gestudeerd. Bij rechten, waar ik sinds kort in dienst ben, heerst een enorme vernieuwingsdrang – neem de nieuwe invulling van de opleiding rechtsgeleerdheid bijvoorbeeld – wat consequenties heeft voor het ‘vermarkten’ van de opleiding. We willen meer datagedreven gaan werken. Je kijkt bijvoorbeeld naar het profiel van een student, naar zijn achtergrond, herkomst, et cetera. Daaruit concludeer je wie de grootse kans heeft om af te studeren en dat wordt vertaald in de werving. Het grootste verschil met de profitsector? De euro’s natuurlijk. Rendement betekent hier iets totaal anders. 

Waar ik onder lijd: Lijden is een groot woord. Ik vind het jammer dat mijn kinderen mijn ouders niet kennen. En omgekeerd natuurlijk. Mijn vader is zeven jaar geleden overleden, mijn moeder al een hele tijd daarvoor. Ik was 37 toen zij stierf aan kanker. Toen had ik nog geen kinderen, ik kreeg ze pas laat.

Het moeilijkste aan de liefde: Soms gaat het vanzelf, soms is het hard werken. Ik heb mijn vrouw vrij laat ontmoet, ik was 34. Daarvoor had ik wel vriendinnen gehad, maar het bleef niet lang plakken. Ik ben lang in het buitenland geweest, met andere woorden: er was best een kans op een buitenlandse partner, maar uiteindelijk vond ik de ware in Limburg. Een blond meisje met blauwe ogen uit Cadier en Keer! Moglie e buoi dei paesi tuoi, zeggen ze in Italië. [Lachend]: ‘Vrouw en runderen haal je uit de eigen streek’.

Het mooiste aan ouder worden: Je wordt wijzer. Niet sadder and wiser, maar tevredener en wijzer. Je leert dingen beter in perspectief te zien, je windt je minder op. Nou ja, parkeer me niet in een file, dan scheld ik nog steeds.

 

Tags:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)