Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Na een eenjarige educatieve minor mag je voor de klas

Na een eenjarige educatieve minor mag je voor de klas

Photographer:Fotograaf: Simone Golob

Sinds afgelopen studiejaar kunnen studenten van de bacheloropleidingen biomedische wetenschappen (BMW) en gezondheidswetenschappen (GW) in hun derde jaar kiezen voor de educatieve minor. In een jaar tijd worden zij klaargestoomd voor het leraarschap biologie in het middelbaar onderwijs. Afgelopen juni kregen de eerste acht deelnemers hun bevoegdheid.

“Dat is een ‘beperkte’ tweedegraads bevoegdheid”, zegt Juanita Vernooy, coördinator van de educatieve minor. “Dat betekent dat ze les mogen geven in de onderbouw van de havo en het vwo, en de theoretische leerweg van het vmbo. Met een volledige tweedegraads bevoegdheid kun je ook terecht in de beroepsgerichte leerweg vmbo-kader.”

De minor is een samenwerking tussen de UM en hogeschool Fontys in Sittard en Tilburg en is hierdoor uniek in Nederland, legt Vernooy uit. “De studenten krijgen een half jaar lang pedagogisch-didactische vakken. Allemaal volgens het pgo-systeem. Daarnaast lopen ze een heel jaar een dag per week stage.” Op wat plantkunde en ecologie na, zijn vakinhoudelijke vakken niet nodig, “de kennis die studenten tijdens hun bachelor opdoen komt grotendeels overeen met wat een leraar op de middelbare school moet weten.”

Iedereen die Nederlands spreekt mag aan de educatieve minor deelnemen. “Het afgelopen academische jaar waren het alleen studenten van BMW en GW, maar dit jaar gaan ook derdejaars van het Maastricht Science Program (MSP) de minor volgen om leraar natuurkunde te worden.”

 

“Er zullen bij mij ook wel een paar speelvogels tussen zitten”

De Vlaamse Jord Muffels (19) is een van hen. Na de middelbare school wilde hij leraar worden, maar koos na een aantal bezoekjes aan de UM toch voor het MSP. Toen daar de optie voor de educatieve minor kwam, was de keuze snel gemaakt.

Zijn oude wiskundeleraar is zijn grote voorbeeld. “Hij was een hele losse leraar. Als je te laat kwam, moest je met dobbelstenen gooien en push-ups doen. Er was veel humor in de les, maar hij had ook een serieuze kant. Met problemen kon je ook bij hem terecht. De leraar is toch iemand die overdag de ouderfunctie overneemt, daar moet je je wel goed bij voelen. Dat kon bij hem. Ik denk nog regelmatig aan hem terug; zo’n leraar wil ik ook worden.”

Begin deze maand bespraken ze een casus tijdens zijn eerste pgo-sessie. “Het ging over de psychologie achter leren. Een meisje voor de klas kreeg de kinderen niet onder controle. Wat zijn dan goede manieren om dat op te lossen, om hun aandacht te krijgen? Daar zijn verschillende manieren voor. Ik zal zien wat werkt, dat is bij elke klas anders en dat moet je leren aanvoelen. Er zullen bij mij ook wel een paar speelvogels tussen zitten; die stilkrijgen hoort ook bij het leraarschap.”

“Ik zit nu nog achterin de klas te observeren hoe mijn begeleider het aanpakt. Wat valt er op? Hoe pakt hij de klas aan? Volgende week word ik voor de leeuwen gegooid, haha.” Dan geeft hij zijn eerste les over elektriciteit aan het derde jaar van het vmbo-t van het Bonnefanten College in Maastricht. “Dat is ook goed, denk ik. Als je te lang wacht, ga je te veel nadenken en wordt de drempel te hoog.”

“Mijn Vlaamse accent kan misschien tegen me werken, maar het is denk ik vooral hoe je daar mee omgaat. Je moet daar om kunnen lachen.” Zijn dyslexie ziet hij als een groot pluspunt. “Ik zal kinderen met een ‘beperking’ beter begrijpen. Ik hoop dat ik een voorbeeld voor hen kan zijn.”

 

“Ik had al echte pubers verwacht“

Nelson Waakop Reijers (21) gaat het komende schooljaar aan de slag op het Charlemagne College Eijkhagen in Landgraaf. Hij is vierdejaars en doet de educatieve minor als een uitbreiding van het MSP. Waakop Reijers voldoet aan het stereotype van een natuurkundige: hij haalt hoge cijfers, formuleert heel precies, zijn haar zit wild, zijn kleding is vooral functioneel maar ziet er verder netjes uit.

Hij denkt over een PhD en wil graag onderzoeker worden. De minor vindt hij een logische stap. “Tijdens mijn bachelor heb ik veel presentaties gegeven, maar ik krijg nu natuurlijk een hele andere groep voor me. Als onderzoeker zal ik mijn resultaten ook moeten presenteren aan de leek en de media. De ervaring die ik bij de minor opdoe is dan heel handig.”

“Op maandag heb ik mijn pgo-sessies en op maandagavond moeten we soms naar Fontys in Sittard. Daar krijgen we vakdidactiek speciaal voor natuurkunde. Ik denk dat dat gaat over de wijze van presenteren. Bij natuurkunde horen ook experimenten en het is toch hele droge en wiskundige stof.”

Tijdens zijn eerste observatiedag ging hij het tweede uur al aan de slag. “Ik heb wat rondgelopen en geholpen met huiswerkopgaven. Dat lijkt me een goede manier voor de kinderen om aan me te wennen.” Die waren overigens jonger dan gedacht. “Ik had al echte pubers verwacht. Ik had me zorgen gemaakt om het Limburgse accent”, vertelt Waakop Reijers, zelf geboren en getogen in het Zuid-Hollandse Gorinchem. “Maar het viel mee. Ik heb het de afgelopen drie jaar beter opgepikt dan gedacht.”

Wat hij voor leraar wilt worden? “Ik wil niet al te streng zijn en een band met de klas ontwikkelen. Een grapje tussendoor moet kunnen. Ik kijk het meest uit naar de ontwikkeling die de kinderen maken en of ik ze een beetje enthousiast krijg voor het vak.”

 

“Vóór de minor sprak ik mensen aan in het Engels”

Thérèse van der Vlies (23) is bezig met de laatste loodjes van haar bachelor BMW en is een van de studenten die afgelopen jaar hun bevoegdheid kregen voor biologie. “Het is hard werken, maar je krijgt er veel voor terug. Ik heb het gedaan om uit mijn comfortzone te komen. De minor was in het Nederlands en thuis op Curaçao spreken we Papiaments. Vóór de minor sprak ik in de supermarkt mensen aan in het Engels. Nu doe ik alles in het Nederlands.”

Ooit wil ze terug naar Curaçao. Ook daarom is ze blij met haar bevoegdheid. “Leraar worden op het eiland is realistischer dan biomedisch onderzoeker.”

Haar stage liep ze bij de Bernard Lievegoed school in Maastricht, een vrije school waar de hele onderbouw van vmbo-t, havo en vwo samen zit. “Ik moest dus voor elke les verschillende opdrachten maken.” En dat kostte veel tijd: Van der Vlies blijkt een gestructureerde student die alles tot in de puntjes uitwerk; kwaliteiten die ze als alleenstaande moeder van haar vierjarige zoon heeft opgedaan. “Ik was heel nerveus voor mijn eerste les. Ik had alles woord voor woord uitgeschreven, het leek wel een spreekbeurt. Als ik die les vergelijk met de laatste, dan was de eerste niet zo goed. Het was voor mij echt een groeiperiode, persoonlijk en professioneel.”

De eerste weken was ze heel erg streng, haar leerlingen werden direct aangesproken. “Ik wilde dat ze stil waren en luisterden. Dat kon ik later loslaten, zodat ik een benaderbare leraar was. Ik heb vooral geleerd dat ik consequent moet zijn. Als de leerlingen weten dat je doet wat je zegt, kun je heel goed afspraken met ze maken: ‘Als jullie goed doorwerken, dan mogen jullie vijf minuten eerder weg.’ De leerlingen kregen uiteindelijk liever les van mij dan van hun eigen leraar. Heel leuk, dan voel je dat al het harde werk niet voor niks is.”

 

“Ik ben in het begin niet streng genoeg geweest”

Danique Hanssen (22) is bezig met de master Work, Health and Career en haalde afgelopen jaar ook haar biologiebevoegdheid. “De optie om de onderwijsminor te kiezen kwam nogal laat. Ik was er blij mee, ik was niet meteen kapot van de andere minors. Ze benadrukten vanaf het begin dat het pittig zou worden, en dat klopte, maar ik kreeg er wel een lerarenbevoegdheid voor. Ik weet niet of ik er ooit iets mee ga doen, maar het is fijn dat ik het heb.”

Hanssen liep stage op het Sint-Janscollege in Hoensbroek. Ze had “geluk”, want haar begeleider had alleen derdejaars havo. “Twee van de zes klassen heb ik in de loop van het jaar overgenomen. Tijdens het observeren, in het begin van de stage, viel me op dat de leraar het wel huiswerk behandelde in de les, maar niet controleerde of het gemaakt was. Dat vond hij eigen verantwoordelijkheid en daar ben ik het mee eens.”

“Je mag zelf kiezen hoe lang je wilt observeren, maar je moet niet te lang wachten, want je moet tachtig lessen per jaar geven. Mijn eerste les ging over voedingsstoffen. Ik had papiertjes gemaakt met twee kleuren en stelde vragen: ‘Waar zitten meer eiwitten in? Een tomaat of een glas melk?’ Hadden ze het fout, dan moesten ze gaan zitten. Ik stak veel tijd en moeite in de voorbereiding. Ik probeerde elke keer iets leuks te bedenken.”

De moeilijke dingen aan het vak? “Ik denk meteen aan een jongen die eigenlijk niet naar school wilde, vaak lag hij achter in de klas op zijn arm te slapen. Ik weet nog dat ik tijdens een van mijn eerste lessen posters van de leerlingen op het bord ging hangen. Ik had een jeans aan en stond dus met mijn rug naar de klas. Die jongen zei toen iets ‘algemeens’ over billen. Ik negeerde het, maar dat zijn vervelende situaties. Ik ben in het begin niet streng genoeg geweest, je wilt toch graag leuk gevonden worden. Om dat recht te trekken moet je daarna echt een boeman zijn, straf geven, dat is niet leuk.”

“Met sommige leerlingen bouw je een band op. Die komen na de les nog naar je toe om te zeggen dat ze het leuk of interessant vonden. Of om te kletsen over Netflix bijvoorbeeld. Ik werd er blij van als ik mensen enthousiast kreeg voor biologie. Ik heb het tijdens mijn middelbareschooltijd niet gekozen en leerde het pas echt kennen tijdens mijn bachelor, maar het is het leukste vak dat er is.”

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)