Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Ik heb oud-collega’s van de SBE niet herkenbaar geportretteerd”

“Ik heb oud-collega’s van de SBE niet herkenbaar geportretteerd”

Een nieuwe roman van Ad van Iterson over fraude aan een jonge universiteit

De nieuwe roman Aanhalingen van Ad van Iterson, voormalig hoofddocent van de School of Business and Economics, speelt op een jonge universiteit - met als slagzin ‘waar je leert te leren’. Het verhaal gaat over bedrog in de wetenschap. “Ik wilde deze keer eens een fatsoenlijke plot bij de horens vatten.”

Op de fiets naar café Tribunal dacht hij al na over de vraag die hij waarschijnlijk als eerste voor zijn kiezen zou krijgen: waarom moest deze roman er komen? Van Iterson zou zeggen, en dat doet-ie eenmaal in het café ook, dat hij dertig jaar op de School of Business and Economics (SBE) heeft rondgelopen en dat het dan wel zo prettig is om daar achteraf enige betekenis aan te geven, al is het in de vorm van een satire. “Ik wilde voor mezelf bewijzen dat al die jaren van wetenschappelijke ervaring interessant genoeg zijn als materiaal voor een roman.”

In Aanhalingen – dat citaties én strelingen betekent - draait het om bedrijfskundige Acquoy, die na een aantal jaren in de haven van Rotterdam te hebben gewerkt, solliciteert op een vacature voor universitair docent aan een jonge universiteit. Hij wordt aangenomen en krijgt al snel een databank onder zijn hoede, een ware schat aan onderzoeksgegevens. In een Excel-tabblad ontdekt de ambitieuze Acquoy ook nog eens ongepubliceerde artikelen van een overleden kopstuk in het vakgebied.

Tegelijk maken we kennis met Rins Renkema die woest wordt van bladblazers; met secretaresse Rosa Neef die haar mouw aan de vergaderstukken vastniet; en met Jos de Caluwé “met ledematen als lange stengels prei, die leken te knisperen als hij zich voortbewoog”.

Moeten de Maastrichtse economen en bedrijfskundigen zich zorgen maken dat ze als personage in je boek voorkomen?

“Ik heb oud-collega’s niet herkenbaar geportretteerd, wel eigenschappen van enkelingen uitvergroot. Die afkeer van bladblazers stamt van Piet Keizer, die lang geleden verbonden was aan de vakgroep algemene economie. Hij raakte snel geïrriteerd van omgevingsgeluid en sprong uit zijn vel als de bladblazers voor de zoveelste keer langs zijn kamer trokken.”

Wie is professor Harry op de Staak? Je schrijft: “een man die op de Harley-Davidson naar zijn werk kwam en, alsof dat niet voldoende indruk maakte, met zijn vrouw achterop. (…) Die vrouw droeg netkousen waarvan de mazen door haar vooroverliggende houding werden opgerekt tot imposante wybertjes.”

“Van de Staak is de enige die zich in mijn beschrijving zou kunnen herkennen. Dat is Louis Boon [emeritus hoogleraar psychologie en grondlegger van het University College Maastricht].”

Waarom wilde je een roman schrijven over fraude?

“Omdat niets menselijks deze universiteit vreemd is. In je naïviteit denk je toch altijd dat dit het enige bolwerk is dat nog overeind staat. Maar ook hier worden natuurlijk malversaties gepleegd.”

Heb je bij SBE dingen gezien die niet door de beugel kunnen?

“Als ik het wist, zou ik niet aarzelen om het te zeggen. Maar nee, ik heb geen concreet voorbeeld van bedrog of financiële malversaties. Wel kun je je bedenkingen hebben bij veel onderzoek, zeker als het op vragenlijsten is gebaseerd. Hoe gaat dat: de onderzoekers ontdekken een verband, flinterdun maar wel significant, en dan begint iedereen als een gek na te denken. Wat moeten we hiermee, hoe interpreteren we deze resultaten? In de conclusieparagraaf wemelt het later van de speculaties. Dat kun je een vorm van bedrog noemen. Ik bedoel, je verzint eigenlijk maar wat. ‘Het zou goed kunnen dat…’ Wat kopen mensen daarvoor? Het is niet gelogen of vals, maar het strookt ook niet met de geest van de zuivere deductieve wetenschap.”

De inspiratie voor het bedrog in zijn nieuwe roman vond Van Iterson niet in de wetenschap maar in de literatuur. Om precies te zijn, in het boek Low Life (1991) van de in Verviers geboren Luc Sante, die inmiddels in de VS verblijft en met regelmaat voor The New York Review of Books schrijft. Sante portretteert het uitschot in Manhattan in de 19e eeuw, dat de boel flink belazerde.

Om een indruk te geven van een van de trucs: man komt met hond het café binnen en vraagt of de waard er even op kan passen. De man vertrekt. Even later komt een ander binnen en zegt: “Wat een prachtig beest, kan ik het kopen? Ik zou er veel geld voor over hebben.” De waard: “Sorry, hij is niet van mij.” Daarna komt de eigenaar terug en klaagt over geldgebrek. Heeft de waard misschien interesse om zijn hond te kopen? Jazeker, hij weet namelijk dat hij het met winst kan doorverkopen. Maar waar blijft die andere geïnteresseerde nou?

Van Iterson zegt dat hij ditmaal veel werk heeft gemaakt van de clou. “Ik wilde eens een fatsoenlijke plot bij de horens vatten. In mijn vorige boeken heb ik me daar te makkelijk van afgemaakt.”

Tegelijk biedt hij bedoeld of onbedoeld – een kijkje achter de schermen van het wetenschappelijke métier. Hoe kijken docenten tegen onderwijs aan? Houden ze de vakliteratuur goed bij? Enkele passages in Aanhalingen vragen om een toelichting.

De hoofdpersoon vergelijkt lesgeven aan eerstejaarsstudenten met dienstplicht of vrijwilligerswerk. ‘(…) een activiteit waar geen eer mee viel te behalen.’

“Dat geldt vooral voor introductievakken met duizend eerstejaars, zoals Organisatie en Marketing. Lager kun je als docent niet zakken, we noemen dat het blok 1.1 syndroom. Toen ik zelf de sjaak was, voelde dat als een straf van hogerhand. Het gebeurde in een jaar waarin ik weinig had gepubliceerd. Maar goed, er zijn collega’s die voortdurend moeten opdraven, die steeds worden opgetrommeld als er gaten in het rooster vallen. Dat zijn de eeuwige UD’s die geen stap vooruitkomen in hun carrière, die niet goed genoeg worden bevonden. Ben je niet gepromoveerd, dan kun je het sowieso vergeten. De vernedering is kennelijk niet zo groot dat ze hun baan opzeggen.”

Je schetst het beeld van docenten die fragmenten uit studentenscripties gebruiken voor hun eigen artikelen. Het was ‘de normaalste zaak van de wereld geworden’, zegt de protagonist. Echt?

“Als je de onderwijspassages zo opsomt, lijkt het net alsof ik als een verbitterde docent ben vertrokken en nu een rancuneus verhaal heb geschreven. Dat is niet het geval hè. Ik schrijf in de eerste plaats om mezelf te amuseren. Al met al vind ik de universiteit een van de instituties die er het best van afkomen in onze maatschappij. Zeker in vergelijking met justitie, de kerk of de politiek. Maar inderdaad, wat scripties betreft zal het zeker voorkomen dat docenten daaruit creatief knippen en plakken.”

Je beschrijft de zogenoemde ontlezing onder academici: ‘Wie veel las publiceerde weinig; wie veel publiceerde las weinig.’ Wat bedoel je hiermee?

“Wetenschappers gaan gebukt onder publicatiedruk en hebben nauwelijks meer tijd om de vakliteratuur breed te volgen. De meesten lezen strategisch en kennen alleen de publicaties op hun eigen terrein. Laat staan dat onderzoekers bellettrie tot zich nemen.”

Alweer bezig met een nieuw boek?

“Mijn vrouw opperde het idee om de tijd te beschrijven die ik, na de dood van mijn vader in 1965, alleen met mijn moeder heb doorgebracht. Het verhaal van een jongen en een weduwe. Mijn moeder was in rouw, moest worden ontzien, terwijl ik zelf midden in de puberteit zat. Twee levens die nogal op gespannen voet stonden met elkaar.”

Wie is Ad van Iterson?

Na een studie sociologie aan de Universiteit van Amsterdam keerde Ad van Iterson (1952, Maastricht) in 1985 terug naar het zuiden voor een aanstelling als docent Organisatie en Strategie bij de School of Business and Economics. In 1992 promoveerde bij de Maastrichtse prof. Geert Hofstede, een kopstuk in de bedrijfseconomische wetenschap. In 1996 werd Van Iterson hoofddocent. Tegelijk was hij als docent creatief schrijven verbonden aan de Schrijversvakschool in Amsterdam. Naast zijn academische loopbaan schreef hij vier romans, vier verhalenbundels en een gedichtenbundel. Hij is gehuwd en heeft vier kinderen.

‘Aanhalingen’ verschijnt op dinsdag 15 oktober bij uitgeverij Brooklyn; de presentatie is op 19 oktober om 17.00 uur in boekhandel De Tribune

Categories:Categorieën:
Tags:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)