Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Ik heb zestig pagina’s gewijd aan de middelbareschooltijd van Simon, het waren mijn eigen ervaringen, het voelde bijna therapeutisch”

“Ik heb zestig pagina’s gewijd aan de middelbareschooltijd van Simon, het waren mijn eigen ervaringen, het voelde bijna therapeutisch” “Ik heb zestig pagina’s gewijd aan de middelbareschooltijd van Simon, het waren mijn eigen ervaringen, het voelde bijna therapeutisch”

Photographer:Fotograaf: Overamstel Uitgeverij

Frank Nellen: fiscalist en romanschrijver

Van fiscalisten wordt niet verwacht dat ze hun fantasie op de vrije loop laten. Integendeel. Ze houden zich aan de wet, verdiepen zich in cijfers en technische vakkennis. En hun wetenschappelijke schrijfsels? Die moeten met bronnen zijn gestaafd. Maar de Maastrichtse belastingjurist Frank Nellen (37) heeft z’n creatieve uitlaatklep gevonden. Deze maand verscheen zijn romandebuut Land van Dadels en Prinsen.

Een waarschuwing vooraf. De titel doet misschien een romantisch verhaal vermoeden: Midden-Oosten, zon, liefde, eind goed al goed. Vergeet het maar. Land van Dadels en Prinsen speelt zich af in Parijs en is bij vlagen aandoenlijk, altijd meeslepend, maar vooral pijnlijk en naargeestig. Precies waar Frank Nellen van houdt. Net als van voetbal en goede port, zoals hij op zijn eigen website schrijft, maar die spelen geen enkele rol in zijn eerste roman. Acht jaar lang was Nellen, naast zijn aanstelling bij de Universiteit Maastricht, als fiscalist in dienst bij KPMG. In 2016 stapte hij over naar accountantsfirma Baker Tilly. In 2017 promoveerde hij. Werkweken van zo’n zestig uur: hij draait er zijn hand niet voor om. En nu ligt er een boek.

Sloeg de verveling toe?

“Nee, haha, geen verveling. Ik was al een tijdje bezig met het schrijven van verhalen. Nota bene ík, die op de middelbare school het lezen had afgeleerd. Als ik Kort Amerikaans van Wolkers niet had gekregen van mijn broer, was het er misschien wel nooit van gekomen. Op de middelbare school werd je gedwongen boeken te lezen waar je op die leeftijd geen snars van begreep. De avonden van Reve bijvoorbeeld, over een gozer die in Amsterdam ronddoolt. Wat een ellende. Pas rond mijn 22e, na het lezen van Kort Amerikaans – over een jonge kunstenaar tijdens de Tweede Wereldoorlog – begon ik weer te genieten van literatuur. Ik kon er eindelijk iets mee. Vervolgens heb ik het verzameld werk van Wolkers gekocht en in één weekend uitgelezen. Ik had de smaak te pakken en ik had ook de tijd. Ik was een langstudeerder [grinnikt]. Ik heb eerst de opleiding International Business Studies in Maastricht gedaan, vervolgens een bachelor en een master fiscale economie in Tilburg en daarna nog een master fiscaal recht in Maastricht. Ik werkte net bij KPMG toen ik thuis kwam te zitten met een zware knieblessure. Ik zocht afleiding in het schrijven. Soms vond ik mijn verhalen goed genoeg om ze in te zenden voor een wedstrijd. Ooit ben ik op televisie geweest, bij Opium [talkshow over kunst en cultuur], omdat ik een derde prijs had gewonnen.”

Maar een kort verhaal is nog geen roman. En dat laatste is voor veel uitgevers toch lucratiever. Zo ook voor een redacteur van De Bezige Bij, die, afgaand op wat hij al had gelezen van Nellen, overtuigd was van zijn schrijfkwaliteiten. Hij polste hem voor het schrijven van een roman.

Maar je liet die eerste kans aan je voorbijgaan. Waarom?

“Ik schreef mijn proefschrift en kon het er niet bij hebben. Pas toen dat klaar was, probeerde ik het alsnog. Niet dat ik in de tussentijd had stilgezeten. Ik e-mailde regelmatig notities naar mezelf, ideeën die op allerlei momenten opborrelden. Er rolden uiteindelijk zo’n driehonderd pagina’s aan aantekeningen uit. Ik bedacht tien verhaallijnen, de beste werkte ik uit.”

Wat lees je zelf het liefst?

Van alles, maar ik houd vooral van duistere, somber stemmende verhalen. Ik heb alles gelezen van Cormac McCarthy, een Amerikaanse schrijver. De Weg bijvoorbeeld, dat zich afspeelt in een post-apocalyptische wereld. Philip Roth en Jonathan Franzen vind ik goede auteurs. Ze zijn niet bang om hun fantasie de vrije loop te laten. Ik trek ook naar Michel Houellebecq. Zijn maatschappelijke thema’s intrigeren me, hij is een provocateur, heel zwartgallig. Ik lijk wel een beetje op ‘m, qua levenshouding hè, absoluut niet qua literair gehalte. Ik denk dat ik sowieso meer fan ben van buitenlandse dan van Nederlandse schrijvers. Wolkers is een uitzondering. Met Harry Mulisch heb ik minder, met Reve worstel ik. Vaak vind ik Nederlandse schrijvers te veel op de vierkante centimeter broeden, met klein huiselijk leed als thema. Het heeft iets navelstaarderigs.”

Land van Dadels en Prinsen gaat over de vriendschap tussen de vijftienjarige Simon en zijn Algerijnse leeftijdsgenoot Youssef. Na een ruzie met zijn vader, Tulard, die psychiater is, besluit Simon zijn vakantie door te brengen bij een oom in een Parijse buitenwijk. Daar ontmoet hij Youssef. Hij laat Simon de wereld van bovenaf zien door op gebouwen te klimmen en zich een weg te banen over de daken. Maar er komt abrupt een einde aan hun vriendschap als Simon Youssef verraadt.
De jaren daarna gaat Simon, die inmiddels rechten studeert, gebukt onder schuldgevoelens. Hij maakt uiteindelijk een einde aan zijn leven. Het is dan 2015. Vier jaar later, als Tulard, Simons vader, door de rechter wordt opgeroepen om de verdachte van een aanslag op een Parijs politiebureau te ondervragen, herkent hij de gevangene. Het is Youssef.

Heb je jezelf in Simon gestopt?

“Zeker, in hem vergroot ik de slechtste eigenschappen van mezelf. Simon kan zo’n naar mannetje zijn! Zoals hij bijvoorbeeld met hondje Josephine omgaat. Die plaagt hij vreselijk, hij katapulteert bolletjes gips op het beest. Terwijl het dier jankend rondrent, kan Simon alleen maar lachen. Even voor de goede orde: ik heb nooit een hond gekweld! De meeste ervaringen van Simon zijn fictief, maar net als ik worstelt Simon vaak met zichzelf en zijn gevoelens. Ik veroordeel mijzelf snel, heb last van ‘slechte’ dingen die ik doe. Als kind heb ik ooit een paar gulden gestolen uit de spaarpot van mijn broer, omdat ik snoep wilde kopen. Zes jaar later heb ik hem dat geld alsnog teruggegeven. Een avondje Netflixen of gamen? Ik doe het, maar ik voel me ellendig daarna. Dan denk ik: ‘Waarom verspil ik mijn tijd met zoiets onzinnigs?’ De middelbare school was mijn meest vormende tijd, ik vond er de eerste jaren niets aan, verveelde me, was ongelukkig. Het was er een beestenbende, ik ging mee in de maalstroom van pesterijen. En dan die druk om iedere dag huiswerk te maken, Franse woordjes uit het hoofd te leren. Voor mijn gevoel was het nutteloos. Pas na drie, vier jaar ging het beter. Ik heb zestig pagina’s gewijd aan de middelbareschooltijd van Simon, het waren mijn eigen ervaringen die ik op papier had gezet, het voelde bijna therapeutisch. De redacteur van de uitgeverij vond het een goede tekst, maar stelde voor om het weg te laten, hij vond het een zijweg. Ik was het wel met hem eens.”

Extremisme, immigratieproblematiek, discriminatie en racisme: in Land van Dadels en Prinsen schuwt Nellen de actuele thema’s niet. Het personage Tulard is zelfs aan een manuscript begonnen: De Arabier in Frankrijk. Volgens Tulard ligt de verklaring voor de immigratiekloof in de psyche van de Arabier. “Niet discriminatie. Niet sociale of economische achterstand. De Arabier zelf. Hij staat anders in het leven. Hij denkt anders, hij voelt zich anders, en dus gedraagt hij zich anders”, luidt een citaat uit het boek. Een Arabier zal nooit zoals de autochtone Fransman worden, “omdat hij hem haat. Hij wil niet Frans worden.”

Grote kans dat je bij iemand een gevoelige snaar raakt.

“Je mag een auteur niet aanspreken op ideeën van zijn personages, toch? Dat was de bottomline van het ezelproces van Gerard Reve [Reve moest voor de rechtbank verschijnen vanwege een passage waarin hij had geschreven over gemeenschap met in een ezel geïncarneerde God]. Vrijheid van meningsuiting is een belangrijk goed. Je ziet in de samenleving, net als in de politieke arena, dat verschillende groepen steeds meer tegenover elkaar komen te staan. Dat fascineert me. Ik zie ze liever tot elkaar komen. Tulard is xenofoob, hij heeft een hekel aan buitenlanders. Tijdens de ondervraging krijgt hij geen grip op Youssef. Hij stoort zich enorm aan het feit dat hij niet tot hem kan doordringen.”

Je schrijft in je dankbetuiging: ‘Het schrijven was geen worsteling, de weg ernaartoe wel.’ Over ellende gesproken.

“Het was míjn projectje, ik genoot ervan, maar het was ook erg eenzaam. Het waren vooral de weekenden, de verloren uren in de trein of op vakantie dat ik mezelf dwong te tikken. De prijs was hoog. Ik denk dat mijn ‘monomaan-bezig zijn’ anderen om mij heen heeft geschaad en gekwetst. En als ik zeg monomaan, dan bedoel ik ’t ook echt. Ik heb pas een paar maanden geleden mijn collega’s ingelicht over mijn roman. Ze wisten van niets. Ik voelde ergens schaamte om toe te geven dat ik, net als zoveel anderen, ook een debuut wilde afleveren. Zelfs mijn ouders heb ik niets verteld tot een jaar geleden.”

Uit zijn driehonderd e-mailnotities heeft Nellen inmiddels nieuwe ideeën gedestilleerd voor een tweede boek. Maar het schrijven moet wel zin hebben. “Als dit debuut wordt neergesabeld, stop ik meteen. Ik ga niet hobbyen op mijn 37e.”

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)