Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Het is oké zo. Ik ben op de eerste plaats moeder, op de tweede plaats pas atleet”

“Het is oké zo. Ik ben op de eerste plaats moeder, op de tweede plaats pas atleet”

Photographer:Fotograaf: Loraine Bodewes

Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder

Liesbeth Mouha (Tongeren, 1983)/ projectleider student well-being, UM-studentenpsycholoog sinds oktober 2017/ burgerlijke staat: getrouwd met Bart, dochter Ella (6) en zoon Lou (3)/ woont in Tongeren (B)

Wat er vandaag in mijn lunchtrommel zat… Niks! Voor de kinderen maak ik de avond van tevoren de boterhammen klaar, maar ik vergeet mijzelf. Ik heb gelukkig het voordeel dat ik in de binnenstad werk. Ik loop bij Cato by Cato binnen, bij Coffeelovers of Deli Belge, of ik haal voor drie dagen lunch bij de Albert Heijn en stop het hier in de frigo. Ik ben niet zo goed in het nemen van een lunchpauze, ik eet net zo makkelijk tussendoor, achter de computer.

Ik behoor tot de BV’ers van Vlaanderen. Haha, nee hoor. Of bedoel je Bekende Volleyballers? Dat wel. Binnen die wereld heb ik een hele reputatie opgebouwd. Ik deed tot mijn negende aan ballet, nou ja, nogal houterig. Toen de balletschool ermee stopte, kwam ik via achternichtjes in de volleybalwereld terecht. Ik weet nog dat ik tijdens een van de eerste trainingen mijn pink verstuikte en mijn moeder riep: ‘Als we zo gaan beginnen… Dat gaan we niet lang doen hè?’ Op mijn veertiende zat ik al bij de grote kern, de eerste ploeg. Een jaar later was ik er vaste speelster. Ik vond het heel leuk, was ook ambitieus. Ik heb er vervolgens driekwart jaar uit gelegen. Ik maakte op mijn 17e een verkeerde beweging, knie kapot. Ik had alles afgescheurd wat mogelijk was. Ik was net begonnen aan een psychologiestudie aan de Universiteit Maastricht – ik zie mezelf nog lopen met krukken op de loopbrug. Ik had de studie als back-up gekozen, voor het geval het niet zou lukken met volley. Ik studeerde hard, was gedreven, met minder dan een acht was ik niet tevreden. Ik ging ’s ochtends trainen, naar de universiteit en vervolgens weer trainen. Uiteindelijk ben ik doorgegaan met volley, meermaals Belgisch kampioen geworden, naar Italië verhuisd en weer terug naar België gekomen om beachvolley te spelen. Daarmee heb ik de Olympische Spelen in Peking gehaald, in 2008. We werden negende. Het was een onvergetelijke belevenis. Inmiddels heb ik een punt gezet achter de topsport. Mijn man is assistent-trainer van een professioneel volleybalteam in Aken, dus die is al veel weg. Alles ligt nu bij mij, dus ‘even’ trainen of een midweek weg voor een wedstrijd is niet te doen. Het is oké zo. Ik ben op de eerste plaats moeder, op de tweede plaats pas atleet.

IJdel op een schaal van 1 tot 10. Een 7. Ik wil er verzorgd uitzien, maar ik ben er niet heel veel mee bezig. Vroeger schaamde ik me voor mijn lichaam. Als zestienjarige kreeg ik van de trainster te horen dat ik moest afvallen. Ik was dikke maatjes met een andere meid. Ik was meer het leiderstype, zij een volger. Mijn trainster had bedacht dat als ik zou afvallen, mijn teamgenoot – die nog wat flinker was –  zou volgen. We moesten speciale verbrandingsloopjes doen, dagelijks zestig minuten, naast de reguliere drie uur trainen. Achteraf gezien denk ik: ‘Ik dik? Wat een onzin’. Bovendien was ik een goede speelster. Maar ik had me ingeprent dat ik beter zou zijn met minder gewicht. Ik heb jarenlang elk dieet geprobeerd dat er was, ik hield me streng aan alle regels tot ik het op een gegeven moment niet meer uithield en alles at wat ik tegenkwam. En dat herhaalde zich steeds opnieuw. Toen ik voor mijn psychologiestudie een scriptie schreef over boulimia besefte ik dat ik op het randje zat, maar ik kon niet stoppen. Dat lukte pas toen Ella en later Lou werden geboren. De kijk op mijn lichaam veranderde volledig, zo van: ‘Kijk eens wat mijn lijf heeft klaargespeeld’.

Wachten is niet mijn sterkste eigenschap. Klopt, ik ben erg ongeduldig. Niet met mijn kinderen of de studenten overigens, maar als ik iets wil, dan vind ik het moeilijk als het niet lukt of langzaam gaat. Omdat ik bijvoorbeeld op een antwoord van anderen moet wachten. Ik ben wel altijd enthousiast. En ik heb een groot empathisch vermogen. Daarin lijk ik sterk op mijn moeder, zij is nu parochieassistente. Als ik met haar door Tongeren loop, waar we wonen, doen we er altijd twee keer zo lang over omdat ze de een na de ander ontmoet met wie ze een praatje maakt. Ze had vroeger een geschenkenwinkel, maar zo’n twintig jaar terug heeft ze de deuren gesloten. Het werd steeds moeilijker om te overleven met de komst van concurrenten als de Casa en Blokker.

Praat je weleens tegen je huisdier? Ja altijd, ook tegen mijzelf. Dan sta ik wat te bazelen. Onze Sky is een adoptiehond uit Spanje, een kortharige Bretonse Spaniël. Ze is van de zomer met de vrachtwagen naar ons toegekomen. ’t Is een zeer aanwezige ‘hevige’ pup, zeg maar. Ik wilde iets goed doen, een beestje een tweede kans geven. Bovendien moest ’t een jonge hond zijn die ik zelf nog kon trainen.

De huidige studenten hebben het zwaar. In mijn werk spreek ik regelmatig met studenten, en ja, ze moeten veel en hebben het zwaar, maar hé, je moet er ook iets voor doen, je krijgt een universitair diploma! Als het gemakkelijk zou zijn, kon iedereen het doen. Bovendien moeten we niet vergeten dat een groot deel van de studenten het gewoon goed doet. In mijn tijd aan de UM was er wel een psycholoog, maar de meesten hadden er geen weet van. Nu wordt het veel meer uitgedragen, is well-being een topic, en dat is goed. Er wordt bewustzijn gecreëerd.

Ik bid nooit (meer). Tot m’n 28e bad ik iedere avond, iets in de trant van ‘Dank voor de mooie dag, help me om morgen …’. Het is een dankbaarheidsritueel, niet gericht op God, maar op iets groters, op het universum, de engeltjes. Ik geloof wel in God, maar niet de God of Jezus zoals de kerk dat voorschrijft, daar ben ik te nuchter voor, er moet meer zijn.  

Aan welk voorwerp ben je het meest gehecht? Poeh, aan niets geloof ik. Mijn bekers en medailles heb ik weggedaan. ‘t Enige wat ik nog heb, zijn de plaatjes die op de bekers waren bevestigd. Mijn ouders hebben mijn medaille van Speelster van het Jaar bewaard – dat werd ik in 2004. Als ik iets materieels moet redden bij een brand dan is het mijn gsm vanwege de foto’s.

Wat ik zoek in een partner: Bart is heel knap, grappig en attent. Hij heeft net als ik een enorm doorzettingsvermogen. Ik ontmoette hem op mijn 28e. Hij was ‘derde’ trainer van het team. ‘Wat gooien ze hier naar binnen’, dacht ik. Ik vond hem zo knap met z’n felblauwe ogen. Hij had een relatie, was verboden terrein, dus hield ik me op afstand. Toen het later uit ging met zijn ex, kwamen we bij elkaar. Hij vond me leuk, en dat in een tijd dat ik dat helemaal niet van mezelf vond. Hij heeft me wel geholpen dat in te zien.  

Tags:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)