Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

‘Namens de dienst voorlichting’

‘Namens de dienst voorlichting’

In de allereerste nummers van Observant, begin jaren tachtig, moest je nog echt goed kijken wie een stuk geschreven had. Was dat wel iemand van de redactie zelf? Soms stond er bijvoorbeeld J.O. onder, en die kwam je dan niet tegen in het colofon met de namen van de redactieleden. Wie was J.O.? Dat was Joep Offermans, hoofd van de dienst voorlichting. En ja, die schreef stukken in Observant, stukken die op geen enkele manier te onderscheiden waren van de redactionele verhalen. Geen aparte opmaak, geen ander lettertype, niets. En doodnormale onderwerpen. Ook zijn collega’s leverden artikelen. Daar stond dan ‘Dienst Voorlichting’ bij, maar niet altijd.

Hoe kon dat in godsnaam? Was Observant niet redactioneel onafhankelijk? Ja en nee. In 1980 lagen er statuten en een huishoudelijk reglement, en daar staat het gewoon met zoveel woorden in: de dienst voorlichting krijgt, naast de pagina’s met dienstmededelingen, ruimte in de krant voor gewone artikelen. “De redactie is verplicht deze kopij te plaatsen”, heet het. Die artikelen hoorden er net zo uit te zien als alle andere, ook dat werd expliciet vermeld.

Jacques Herraets, de eerste hoofdredacteur van dit blad en de eerste professionele journalist in de gelederen, heeft er een zware dobber aan gehad. Want hoe zat het nou? We hadden een blad dat informatie moest verstrekken zonder loopjongen of spreekbuis te zijn van welk orgaan dan ook, inclusief het college van bestuur; dat stond destijds ook al in de statuten. Wil je een beetje geloofwaardig zijn, dan kun je daar natuurlijk geen verhalen in plaatsen die letterlijk door de loopjongens van het college worden geschreven. De hoofdredacteur ging dus de strijd aan en heeft dat jaren volgehouden. Ik heb het zelf nog wel meegemaakt, de aanvaringen met Joep Offermans en zeker ook met leden van het college van bestuur, waar Herraets wit van woede de puntjes even héél duidelijk op de i zette. Met succes, want al die malle artikelen zijn uit de officiële reglementen verdwenen.

Maar dat betekende natuurlijk niet dat de opeenvolgende bestuurders en voorlichters en communicatiebazen tevreden waren over het blad. Dat immers geld van de universiteit krijgt, en je hebt bestuurders die dan het gevoel hebben dat ze het uit eigen zak betalen en dat daar wel enige invloed tegenover mag staan. Maar als je niet meer formeel toegang hebt tot de kolommen, hoe pak je dat dan slim aan? In 2006 hadden ze er iets op gevonden: van tijd tot tijd kochten ze een dubbele pagina, in een andere opmaak dan de redactionele kolommen, en met een opvallende blauwe steunkleur: tweetalig Universiteit Maastricht Nieuws. En daar vind je dan verhalen onder koppen als: ‘De UM leidt op voor de arbeidsmarkt van de toekomst’. Of: ‘Graduate Schools, een noodzakelijke stap’.

Ze hebben het volgehouden tot in 2008. Toen stopte het. Naar verluidt omdat geen mens die pagina’s las.

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)